Frank VDB’s Duitse collega is duidelijk: meer virus = meer macht

Wir verhinderen, dass die Pandemie endet!

De Duitse gezondheidsminister Karl Lauterbach (SPD) is de laatste tijd niet de meest welbespraakte. Hij verandert zijn advies nog sneller dan de expert-tv-vedette, u allen bekend en weet op de duur niet meer hoe hij zich niet nog meer op glad ijs beweegt. Praktisch elke dag is er wel iets nieuws: zo stelde hij dat “een vaccinatieplicht absoluut moet opgelegd worden vooraleer ze overbodig wordt.”

“Die Impfpflicht muss schnell kommen. Wir können nicht darauf warten, dass eine Impfpflicht überflüssig wird, weil wir eine sehr hohe Durchseuchung der Bevölkerung haben.“

Vervolgens schakelde hij een versnelling hoger: “… We moeten voortdoen. We kunnen niet stoppen. We kunnen niet zeggen dat wij met Omikron stoppen. Omikron zal niet het einde van de pandemie betekenen… en zelfs indien, dan zullen wij dat verhinderen.”

„[…] Und wenn es weitergeht, dann müssen auch wir weitermachen. Wir können nicht aufhören, wir können nicht sagen mit Omikron hören wir jetzt auf. Omikron wird die Pandemie auch deshalb nicht beenden, wenn es jetzt tatsächlich so wäre, was wir verhindern werden. […]“

En de vierde “opfrissings”prik komt er ook:

Cyclus

NEC SPE, NEC METU

Zonder hoop, zonder vrees…

Er is ruimte en tijd overgegaan sinds de vorige “Cyclus”.  We hebben een Kersttijd en jaarwisseling beleefd, waarvan men de glans vernietigd heeft.   Bijzonder in Nederland was dit het geval, waar de demonische “regenten” in Den Haag, opzettelijk een lock-down hebben opgezet om de Nederlanders te vernederen en onderdanig te maken. 

Men moet ervan uitgaan dat de machthebbers, de OMT’s en beleids-verordenaars, steeds verder de cyclus van feesten rondom het jaar zullen verstoren.  Er moet een totale breuk komen, met de eigenlijk al duizenden jaren oude “levensdynamiek” rond de wisseling van de seizoenen en onze omwenteling in ons kosmisch stelsel.  Daarvoor gebruikt men ook de “absurde” aandachts-verleggers, die de coronamaatregelen zijn, zoals Covid Pass en uitgebreide klinische mondmaskers.

Benevens de gezondheids-hypnose, is er een fanatieke metastasering van het christelijk geloof/denken bezig; het katholicisme op kop.  Het Katholiek Forum censureert mijn lezersreactie, waarin ik stel dat de Kerken in het westen, van binnenuit omgevormd worden tot een soort “staatskerken”, zoals in Stalin Rusland en communistisch China.  De hele procedures worden overgenomen door de staat, in België en Nederland, in handen van allemaal logefiguren.  Tot de manier waarop een priester met een pincet een hostie uitreikt, of tijdens een dienst men talloze keren de muilkorven t.o.v. God moet aan-uitdoen, alles is voorgeschreven.  In onze kerken weet ik dat koorleden zingen met maskers op!

De bedoeling van dit deel van “the Great Reset” is de genadeslag geven aan de laatste, nog bloeiende religieuze centra.  Het is bijna nergens mogelijk, een omlijnd alternatief naar voor te brengen over de dwang maatregelen: minstens de helft van de parochianen hebben (noodgedwongen) al afgehaakt.  Het Vaticaan en de hogere kerkleiding staat actief mee in de opgelegde aanpassingen van het sacrale en het specifiek kerkelijke.  In een aantal kerken zoals de Kölner, de Paderborner en de Wiener Dom, wordt zelfs plaats voorzien voor vaccinatie-stands.  Door de openlijke stellingname van enkele Oostenrijkse bisschoppen voor vaccinatie-dwang regent het in Oostenrijk uittredingen van katholieken.*   Dit nieuws mag van Katholiek Forum niet geweten worden.

*Meer info: Kirchensteuer = Kerkbelasting

Intussen ontstaat er grote zorg over de grote “emotionele ziektegolf” in de samenleving.  De zelfmoordcijfers, zowel in Vlaanderen als Nederland, nemen alarmerende dimensies aan.  Ook Johan Sanctorum heeft dit in een artikel in Doorbraak behandeld : “Het emo-kannibalisme van Stromae”.  Reeds vroeger wees ik ook aan dat belgië, met de hoogste Europese zelfmoordcijfers (eigenlijk Vlaanderen) door zijn structuren/zijn specificiteit daartoe aanleiding geeft.  Sanctorum schrijft : “België geen land om van te houden…… en multiculturele dwangdoctrine…..”.  Maar vooral het ontbreken van elke vorm van zelfbewustzijn en het zich niet herkennen in een volksgeheel.  Welk een reusachtige vorm van totale onverschilligheid bestaat er in Vlaanderen t.o.v. eigen grootheid, geschiedenis en toebehoren?

Dan verwijzen we terug naar het vorige artikel van Cyclus, waar gesteld werd dat de enige promotie die de doorsnee Vlaming voor zich ziet, het opklimmen in rijkdom en macht is.   Er bestaan dan ook veel te weinig principiële figuren, ook in de Vlaamse Beweging, om de dreigende vaccinatieplicht te bestrijden.  De Beweging, de partijen voorop, moeten de coronahypnose, zo laag mogelijk willen afvoeren op de actualiteitsagenda!   Dit legt de normale gang van de zorg om de echte problemen volledig lam.  Zoals daar zijn de ontsporende inflatie, gekoppeld aan de energieprijzen, het failliet van Wallonië, de morele gezondheidstoestand van ons volk en het verwijzen van elk onafhankelijkheidsidee naar de Griekse kalender.

Vooral voor de elke dag minderende kerkgelovigen wil ik zeggen: neen aan dat  “Kurieren am Symptom”**!   Terwijl leest men, zoals bvb. in Twente dat de kerken in de rode cijfers terechtkomen.   Het moet dus glashelder zijn, dat inzake stellingnames vanuit onze “diaspora” het moet luiden:  “We leven wel in deze wereld, maar zijn niet van deze wereld”.

Jos Wouters, Boom, 16.1.22

**de symptomen behandelen maar niet de oorzaak

Aanbevolen literatuur:

Een land van horigen

Plots is vrijheid weer een gunst”.

Ik heb er mijn hart en ziel ingelegd. Hier voor jullie integraal. Kritieken welkom! “In de vroege middeleeuwen kende het volk van Vlaanderen geen vrijheid. Wat aan het volk was toegestaan, werd door de graaf en zijn adellijke vazallen beschouwd als een gunst, die ten allen tijde weer kon worden ingetrokken. Van een recht om te gaan en staan waar je wil was al helemaal geen sprake.

Het volk van Vlaanderen was in die tijd geketend, zowel aan de grond als aan de wil van zijn kasteelheren. In die donkere tijd werd in Nieuwpoort, de stad van mijn jeugd, het zaadje geplant waaruit onze latere vrijheid is gegroeid. In 1163 kende graaf Filips van den Elzas aan de Nieuwpoortenaren een keure toe met ‘privileges’, de allereerste in Vlaanderen. Daarin stond een zeer belangrijke zin: “Wie hier één jaar en één dag verblijft zal vrij zijn”.

Boerenzonen en -dochters die wilden ontsnappen aan de verknechting van het feodale platteland, vluchtten weg naar de stad. Daar en daar alleen kon een mens vrije lucht inademen. Je was er niet langer horige. Je werd er ‘burger’.

Aanvankelijk werden zulke keuren spontaan uitgereikt door vooruitziende graven, die zo de economische ontwikkeling van het graafschap wilden bevorderen. Maar al snel wilden de steden nog meer vrijheid. Bij elke kruistocht of oorlog waren de armlastige graven van Vlaanderen gedwongen een ‘bede’ te richten aan de steden, om zo het benodigde geld bijeen te harken. De zelfbewuste stedelingen konden zo alsmaar meer privileges van hen afkopen.

Tegen de veertiende eeuw waren onze steden zodanig machtig dat ze die privileges gingen beschouwen als hun eigendom. Ze bouwden prachtige belforten om die documenten veilig op te bergen en nieuwe graven moesten er eerst op zweren ze te respecteren, vooraleer ze werden aanvaard als vorst. Was vrijheid ooit een gunst, het was plots een ‘recht’ geworden.

Maar de strijd tegen dwingelandij bleek niet gestreden. In diezelfde veertiende eeuw werd aan de jonge universiteiten van Europa het Romeinse recht herontdekt. Juristen fluisterden de vorsten van Europa in dat zij en zijn alleen de bron van recht horen te zijn, en dus ook van vrijheid. Dankzij de introductie van nationale belastingen slaagden de vorsten erin om professionele legers op de been te brengen. Daarmee werden de vrije steden één voor één weer in het gareel gedwongen. De fiere Gentenaren waren de allerlaatsten geweest om vast te houden aan de opvatting van vrijheid als recht, maar de tijden waren veranderd.

In 1515 weigerde een nieuwe vorst, een modieus geklede jonge snaak, plots om te zweren hun privileges te respecteren. In de plaats daarvan legde hij de stad een vernederende regeling op, het calfvel. Voortaan waren de Gentenaren aan hém, Keizer Karel, een eed van trouw verschuldigd. Dat konden de Gentenaren niet verkroppen. In 1537 verscheurden zij daarom dit gehate perkament. Ze strooiden de stukken van het balkon van het stadhuis over de uitzinnige menigte, die ze daarop verkruimelde en op at, opdat er niets meer van over zou blijven.

Pas in 1540 maakte Keizer Karel komaf met de opstand. Zeventien Gentenaars werden onthoofd, de rest vernederd met een strop rond de nek. Karel legde zijn geboortestad een loodzwaar nieuw regime op: de Concessio Carolina. De keizer was voortaan de enige bron van recht. De schepenen werden door hem benoemd. Vrijheid werd opnieuw een gunst, toegestaan door de heerser, in al zijn grootmoedigheid.

Pas twee eeuwen later zou het idee dat vrijheid een onvervreemdbaar recht is dat aan de burger zelf toebehoort, opnieuw opgang maken. Het vergde een bloedige Franse revolutie en daarna nog dertig jaar oorlog in Europa vooraleer dat idee ook kon overwinnen.

Voor eens en voor altijd? Geschiedenis is nooit voltooid. Vrijheid is nooit definitief verworven. Dat leert ons niet alleen het drama van de Gentse stroppendragers, maar ook onze eigen tijd. Net als toen verwerven onze machthebbers ook nu weer nieuwe inzichten. Niet uit de wetgeving van het Keizerlijke Rome deze keer, maar wel uit het bestuursmodel van het verre China, waar vrijheid nooit heeft bestaan en zelfs beschouwd wordt als een gevaar voor sociale harmonie.

Vandaag, 500 jaar later, horen we opnieuw een modieus geklede jonge snaak vertellen dat onze vrijheid om te gaan en staan waar we willen niet onszelf toebehoort, maar de staat. We horen hem zeggen dat dit slechts een beloning is voor onze gehoorzaamheid, die weer kan worden ingetrokken in geval van recalcitrant gedrag. Vrijheid dreigt zo opnieuw een gunst te worden. Sterker: we zijn al zover. Sinds de dag van invoering van het CST. De dag waarop Vlaanderen opnieuw “een land van horigen werd.”

Joren Vermeersch in De Standaard

Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Goede Vrienden,

God openbaarde zich aan Mozes als degene die was, is en zal zijn (Exodus 3), nl. als de God die de oorsprong van ons leven is, ons nu draagt en voor ons blijft zorgen.  Zo is ook Eucharistie tegelijk herinnering aan het verleden, viering van het heden en verwachting van de toekomst. We beschouwen nu de Eucharistie in het heden, als werkelijke aanwezigheid van de Heer Jezus in brood en wijn. Dit is een van de meest controversiële punten van het katholieke geloof.

In het joodse volk leefde de vurige verwachting dat God bij zijn volk aanwezig zou zijn. Daarom wilde het voor Hem een prachtige tempel bouwen als zijn woonplaats op aarde. Aan David zal God echter duidelijk maken dat het omgekeerde zal gebeuren:  “Jahwe kondigt u aan dat Jahwe een huis voor u zal oprichten” (2 Samuel 7, 11). Zijn zoon Salomo bouwt wel een tempel, maar bij de inwijding zegt hij zelf: “Zelfs de hemel en de hemel der hemelen kunnen U niet bevatten! Hoe dan deze tempel die ik gebouwd heb?” (1 Koningen 8, 27). Wij kunnen God niet omvatten, Hij omvat ons. Inmiddels werd toch een deel van de tempel als onaantastbaar heiligdom vereerd, als het “heilige der heiligen”, de plaats waar God woont.

Hoe God te midden van zijn volk zal komen, wordt  tenslotte onthuld door Jesaja 7, 14: “… Zie, de jonge vrouw is zwanger en zal een zoon ter wereld brengen en gij zult hem de naam Emmanuel geven”. Deze tekst voorzegt dat Maria als ongehuwde vrouw (Hebreeuws: almah),  als “maagd”, zoals de Septuagint aangeeft (LXX, “parthenos”*, de door joodse geleerden gemaakte Griekse vertaling van de 2e eeuw voor Christus!),  een zoon zal baren die God genoemd wordt.  Deze profetie is de sleutel van alle Bijbelse profetieën omdat zij de ondubbelzinnige voorspelling is van Maria als maagd én Moeder en van Jezus als mensenzoon én God.  Hoewel vrome joden steeds een “God met ons” verwachtten, was de wijze waarop Hij kwam, nl. door gewoon Mens te worden, een volkomen verrassing omdat  Hij juist zo dichtbij kwam. Het zo hoog vereerde “heilige der heiligen” bevond zich  niet in de tempel maar in Maria, de moeder van Jezus.

*Agni Parthene

Vanaf het ogenblik dat Jezus tijdens het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag van het brood en de wijn zei: “Dit is mijn Lichaam… dit is mijn Bloed”, hebben christenen begrepen dat brood en wijn werkelijk veranderden in Christus.  Hiervan geven de oudchristelijke geschriften en de kerkvaders een overweldigend getuigenis met prachtige meditaties over de werkelijke aanwezigheid. (HERMANS J., Uw geheim ligt op de tafel des Heren. De Eucharistie in oudchristelijke geschriften. Een bloemlezing, Tabor, Brugge, 1983).  Dit werd later theologisch uitgewerkt in de leer van de “transsubstantiatie” of wezensverandering: de uiterlijke tekenen van brood en wijn blijven maar het wezen wordt Christus’ Lichaam en Bloed. 

Doorheen de eeuwen werd dit geloof telkens weer aangevallen of ontkend, waaruit steevast een nog sterker geloof volgde. De aartsdiaken Berengarius van Tours (+ 1088) verwierp de werkelijke en blijvende aanwezigheid van Christus in het geconsacreerde brood en de wijn. De heilige zuster Juliana van Cornillon (+ 1258, Luik, België) heeft haar leven gegeven en vervolging  doorstaan voor het herstel van het geloof in Christus’ werkelijke aanwezigheid. Zij ijverde tevens voor de invoering van een eigen feest, Sacramentsdag, waarvoor de heilige Thomas van Aquino (+ 1274) de prachtige teksten schreef.

Waarin bestaat nu eigenlijk deze Eucharistische aanwezigheid? Laten we vooraf duidelijk stellen dat de Heer Jezus op vele wijzen aanwezig is in de wereld en in de Kerk: in de schepping, in zijn Woord, in mensen die in zijn Naam samenkomen, in de arme en lijdende, in de sacramenten en in de bedienaar… In de eucharistische gedaanten van brood en wijn komt Hij evenwel op de meest verheven wijze “werkelijk aanwezig”. Het concilie van Trente gaf in 1551 hiervan volgende onovertroffen bepaling: ” … (in de Eucharistie zijn) het Lichaam en Bloed  van onze Heer Jezus Christus samen met zijn  ziel en zijn  godheid en bijgevolg de gehele Christus, waarachtig, werkelijk en wezenlijk  tegenwoordig” (Denzinger-Schönmetzer nr. 1651). De drie sleutelwoorden zijn: “vere, realiter et substantialiter”. Jezus is waarachtig (vere) aanwezig en niet zomaar in beelden, figuren of symbolen. Jezus is werkelijk (realiter) aanwezig en dus niet slechts subjectief, afhankelijk van het geloof van de aanwezigen. Hij is ook wezenlijk (substantialiter) aanwezig. De uiterlijke tekenen van brood en wijn, die waargenomen worden door onze zintuigen blijven, maar het wezen is veranderd in Jezus’ Lichaam en Bloed. Dat noemen we transsubstantiatie of wezensverandering. Deze aanwezigheid is de “eucharistische aanwezigheid”. Om hiervan te kunnen leven is geloof nodig.

Bovenstaande uitleg is de samenvatting van de Latijnse traditie, die de nadruk legt op het moment dat de priester de woorden van de consecratie uitspreekt. Dan komt Christus aanwezig onder de eucharistische gedaanten.

Lees verder

“Born to rule the world”

Bijna 100 jaar geleden leenden de VSA enkele (tien)duizenden archeologische artefacten opgegraven in Persepolis, Perzië. Amerikaanse wetenschappers, resp. geschiedkundigen, zouden ze voor 3 jaar uitgeleend krijgen. Ondanks ontelbare verzoeken om teruggave, en rechtbankvonnissen, blijven de VSA zich verbergen achter nepredenen en excuses. In feite gaat het om doodgewone diefstal, die gezien het historisch belang nooit kan verjaren.

Egypte was een buitengewoon populair land voor archeologische boekaniers.

De grootste schattenverzamelaar is het V.K., toen zij nog meenden dat zij – als Great Britain – heel de wereld in hun broekzak hadden: “Born to rule the world”. De meest spraakmakende en één der waardevolste historische schatten is de beroemde Parthenon fries, “The Elgin Marbles”, genoemd naar de dief die het naar het V.K. ontvoerde. Het wordt sinds tientallen jaren door Griekenland teruggeëist wordt, maar zonder enig resultaat.

Ook Frankrijk trok op rooftocht in Vlaanderen:

Overheid jaagt op schilderijen die 200 jaar geleden gestolen werden https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20160122_02083172

https://deburen.eu/magazine/2086/spoorloos-rubens-en-van-dyck

https://www.tscheldt.be/frankrijk-geeft-gestolen-afrikaanse-kunst-terug-ook-de-vlaamse-n-va-niet-veel-actie/

https://www.bruzz.be/culture/news/beslag-genomen-kunst-tijdens-franse-revolutie-vertrok-vanuit-brussel-2018-08-13

Het blauwe bedelbusje

Gisteren een eerder opgenomen VPRO-documentaire bekeken “The Blue Box”. De titel verwijst naar het metalen blauwe spaarbusje van het Joods Nationaal Fonds waarmee geld opgehaald werd om gronden te kopen van Arabische eigenaars om die te “bebossen”. Het neemt ons mee naar de periode beginnend bij de dertiger jaren van de vorige eeuw toen Palestina nog Brits mandaatgebied was.

De maker van de documentaire, Michal Weits, is een achterkleindochter van Joseph Weits, die de geschiedenisboeken inging als “de architect van de Transfers”. Transfers moet u vertalen als “verdrijvingen”.

In de film wordt duidelijk gemaakt hoe de blauwe bedelbusjes populair werden, nl. door te ijveren voor het bebossen van de magere grond van Palestina dat het begin van het groene Israël moest vormen.

Men verneemt dat het initieel de bedoeling was de Arabieren uit te kopen om op die plaatsen nederzettingen te bouwen. En dat gebeurde: rijke grootgrondeigenaars, die in steden zoals Beiroet, Caïro of elders in het M.O. of Europa woonden, waar het beter vertoeven was, verkochten hun eigendommen aan de biedende joden. Op die gronden, in die huizen woonden echter Arabische pachters – keuterboerkes van generatie op generatie – arme, meestal ongeletterde sloebers, die gewoon verdreven werden. Zij wisten niet wat hun overkwam.

Het ging hier om een zakelijke transactie, waarvoor een bepaalde som onderhandeld en betaald werd. Niets onwettigs, maar zeker niet bepaald vriendelijk, ook niet van de kant van de verkopers.

In een later stadium werd er niet meer onderhandeld of betaald. Dan werden de bewoners van de Arabische dorpen in hun geheel verdreven, zonder compensatie. En dat wordt in de documentaire met een nuchtere blik getoond. Ook de overwoekerde ruïnes van hun huizen. Herhaaldelijk wordt geargumenteerd dat ze nooit mogen terugkeren. Als er niets meer is om naar terug te keren, dan zullen ze wel wegblijven… klonk het. Initieel werd er nog als doekje voor het bloeden gesteld dat ze de vluchtelingen zouden compenseren, of de landen, die hen opvangen… Later… u kent de rest van het verhaal. De verdrijvingen, de bezettingen, de nederzettingenpolitiek gaat onverminderd voort. En niemand – buiten een gratuite verwerping en aanklacht bij de VN – geeft erom.

Wij kunnen u slechts deze inleidende video aanbieden. De volledige film hebben wij niet kunnen vinden. Het getuigt van een kilte, een Übermenschenmentaliteit, waarvan ze zich ten volle bewust zijn, maar die ze wegvegen voor een hoger ideaal. Een compliment aan de moedige Michal Weits voor deze nuchtere documentaire zonder theatrale, opdringerige Vranckxbegeleiding.

https://dedocupdate.com/2021/12/10/blue-box/

De inleiding:

De Blue Box-campagne van het Joods Nationaal Fonds (JNF) was internationaal decennialang succesvol in het werven van steun voor de aankoop en bebossing van land in Palestina. De bomen hebben hun wortels gespreid, maar sporen van de verdreven Palestijnen zijn nog steeds zichtbaar.

Enkele citaten uit het interview met Michal Weits:

Je hebt hier veertien jaar aan gewerkt. Waarom nou eigenlijk zo veel moeite?
'Voor mij was het een schok om die dagboeken te lezen. Ik besefte dat ik weinig wist over de geschiedenis van Israël. Ik ben hier geboren en opgegroeid, en ik begreep dat mij een ander verhaal was voorgehouden. En dan druk ik me mild uit. Mijn hele generatie heeft op school dingen geleerd die niet de hele waarheid zijn.'
Zie je het als propaganda?
'Ja, of in elk geval een zorgvuldig uitgedacht verhaal dat de doelen van de staat Israël dient.'
Welk verhaal is dat dan?
'Dat we hier honderd jaar geleden kwamen en dat er niemand was. Een leeg, woest land. Al die ruïnes die je overal in het land ziet, daar werd nooit iets over gezegd. Ik was heel kwaad toen ik erachter kwam hoe het zat. Dat Arabische inwoners uit hun dorpen vluchtten en die dorpen vervolgens in puin werden gelegd zodat ze nooit terug zouden kunnen komen.'
De uitgangssituatie was in elk geval ook niet erg eerlijk. Mensen die al generaties op land wonen dat zonder dat zij dat echt beseffen in bezit is van een of andere sjeik in een ver land. En dan komt er iemand die zegt: ik heb het land gekocht, ga weg.
'Ja, precies. Ik denk wel dat je moet beseffen dat het een andere situatie was dan nu, maar nogmaals, misschien… het spijt me van de vergelijking, maar zelfs het Duitse volk begrijpt dat hun land de meest verschrikkelijke dingen heeft gedaan, en ze lopen niet voor die verantwoordelijkheid weg. In dit geval is er meer ruimte voor discussie, maar dat is in zekere zin tijdverspilling. Hadden ze het anders kunnen doen? We weten het niet. Hebben we iets goed te maken? Er wonen nog altijd vijf miljoen vluchtelingen in kampen, sinds 1948.'
Ben je dan nog steeds een vluchteling als je daar geboren bent, en je ouders ook?
'Ja. Geboren als vluchteling, zonder nationaliteit. En of we vinden dat we een keus hadden of niet, Israël heeft dit probleem gecreëerd. Dus daar moeten we op de een of andere manier verantwoordelijkheid voor nemen.'

Verneem meer: https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2021/blue-box.html

Een kennismaking met Michal Weits:

Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Nogmaals onze verontschuldigingen aan pater Daniël en aan onze lezers voor de vertraging.  Deze nieuwsbrief dateert van 7.1.21.  

Flitsen

Na de  vespers van oudjaarsavond hebben we de tijd genomen om God te danken voor al het goede dat we dit jaar mochten ontvangen, alsook om elkaar om vergeving te vragen en elkaar vergeving te schenken. Om half elf vierden we de Eucharistie (Latijnse ritus) die tegen middernacht eindigde. Als overgang naar het nieuwe jaar zongen we het Te Deum. In de refter aten we een kleine versnapering. Er waren kaarten voorbereid met daarop de namen van alle leden van de  gemeenschap en een heilige. Wie een kaart trekt neemt die bepaalde heilige als gids voor het hele jaar en bidt voor de medebroeder of zuster die vermeld  staat. Tenslotte werd voor ieder nog een Bijbeltekst  gekozen en gelezen.

Een christelijk gezin met 2 jongetjes (3 j en 7 j) verblijft deze dagen bij ons om wat vertrouwd te raken met de gemeenschap. Zij zullen het conciërgegezin worden aan de grote poort. Voorheen was er een moslimgezin, waarvan de vader, een zeer zware hartpatiënt, inmiddels overleden is en de vrouw wilde met haar drie kinderen bij haar broer en zus in Qâra gaan wonen. Ze blijft wel bij ons werken. Dit gezin is christelijk en regelmatig samen met ons aanwezig in de liturgische diensten terwijl de kinderen inmiddels vriend zijn van iedereen.

Voor de Syrische moslims heet 1 januari als begin van een nieuw jaar “na Jezus Christus” niet dezelfde betekenis als voor christenen. Een 15 tal arbeiders was bezig met het beton storten op het dak van het fabriekje in aanbouw. Ibrahim, onze verantwoordelijke voor het terrein, had graag dat ik die werkzaamheden op dit cruciaal moment zou zegenen. Zo trok ik ’s middags, op Nieuwjaarsdag met stola, het boek van de zegeningen en wijwater naar de werkzaamheden. Sommige arbeiders die aan de theepauze bezig waren boden me achteraf gastvrij thee aan  (in een glaasje dat al door anderen was gebruikt en dat ook na mij gul aan anderen zal worden aangeboden. Leve de pré-corona mentaliteit.

Op zondag 2 januari celebreerde ik de byzantijnse liturgie (het voor-feest van de Epifanie of Openbaring), wat voor mij niet mogelijk is zonder de uitdrukkelijke bijstand van fr Jean als diaken, die zich hierin goed heeft bekwaamd. Het aankleden, wassen van de handen en snijden van het brood is een ritus die bijna zo uitgebreid is als een hele Latijnse Eucharistie. Het middelste gedeelte van het brood met de stempel IC XC NI CA (Jezus Christus Nicanor – Overwinnaar), vertegenwoordigt het Lam Gods. Daarna snijdt de priester een driehoekje voor Maria, vervolgens kleine stukjes voor de engelen en heiligen, waarna voor de intenties van levenden en overledenen en tenslotte voor hen die communiceren. Dit alles wordt  vergezeld van gebeden en bewieroking.

Toen we woensdag de gebeden van de “koninklijke uren” beëindigd hadden, kwam de gemeenschap van het Syrisch-katholiek klooster van Mar Moussa op bezoek. Deze bijzondere ontmoeting  brengen we in een afzonderlijk verslag. Het was een gezamenlijk voorstel van moeder Agnes-Mariam én van de prior van Mar Moussa abouna Jihad. Na dit erg hartelijk treffen, zijn we nog een lange tijd blijven napraten.

Lees verder