Waar is der vaadren fierheid heen gevaren?*

… ging er door ons hoofd toen we een vergelijking maakten met een voormalige burger’vader’ der Sinjorenstad en de huidige burge’meester’.

En we willen in dit verband graag verwijzen naar een 11 julitoespraak van Lode Craeybeckx in het jaar 1954. We knippen er dit citaat even uit:

“… Indien het Vlaamse volk zo tientallen jaren weerstand geboden heeft aan een regime waarvan aard en de bedoeling was ons volk tot verwording en verlies van eigen wezen te brengen, heeft de ervaring bewezen dat onverwoestbare krachten ons volk voor de ontbindende elementen immuun hebben gemaakt.

Beter dan vroeger beseffen wij vandaag dat het de grondig verankerde kultuurinstincten van ons volk zijn, waaraan wij te danken hadden dat de eigenheid van Vlaanderen niet teloor is gegaan.

Grondslag dan van de levenskracht van ons volk, dat in het verleden op één der grootste kulturen van het Europese vasteland mocht roemen, is vandaag nog in onze volksgrootheid op de waarde van de geest gevestigd. Als hoogste uitbloei der Vlaamse beweging, beschouwen wij het essentiële werk dat nu aan de orde komt: de opgang van de hogere vormen van beschaving in onze gewesten…”

We vragen ons af wat Lode Craeybeckx nu, anno 2021, in een 11 julitoespraak zou gezegd hebben… over “een regime”, over “het verlies van eigen wezen”, over “ontbindende elementen”, over “kultuurinstincten” die nu in schabouwelijk Engels uitgedrukt worden, over “de opgang van de hogere vormen van beschaving in onze gewesten”

Ach, Lode Craeybeckx heeft nooit kunnen vermoeden welke “opgang van hogere vormen van beschaving in onze gewesten” aangewaaid is gekomen…

Jan Huybrechts herdacht de geliefde burgervader in onderstaande beschouwingen:

Op 25 juli 1976 – gisteren 45 jaar geleden – overleed in Antwerpen Lode Craeybeckx. Craeybeckx, die de langst zetelende burgemeester ooit van Antwerpen was geweest, was een socialistische politicus met een uitgesproken Vlaamsgezind profiel.

Niet echt verwonderlijk want in zijn jeugdjaren was hij een van de leidinggevende jonge activisten in de Scheldestad geweest. Een radicaal engagement dat hem na de Wapenstilstand een veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf opleverde. Straf, waarvan hij effectief twee jaar en twee maanden heeft uitgezeten en waarbij hij -aanvankelijk- voor twintig jaar zijn politieke rechten kwijtspeelde.

In mijn vorig jaar verschenen biografie van Herman Van den Reeck belichtte ik uitgebreid de rol die Craeybeckx tijdens de Grote Oorlog gespeeld had want hij was goed bevriend geweest met de iets jongere Van den Reeck, die op 11 juli 1920 op de Grote Markt van Antwerpen dodelijk gewond werd bij een uit de hand verboden Guldensporenviering. Hieronder volgt de tekst van het kaderstukje ‘“Idealisme in ’t teken der ontvoogding’ – Van Johanneskring tot Jeugdgemeente’ uit dit boek:“

Medio 1918 werd Herman Van den Reeck erg actief in de door Lode Craeybeckx opgerichte Jeugdgemeente. Deze vereniging van hoofdzakelijk vrijzinnige jonge Antwerpse intellectuelen was niet zomaar uit de lucht komen vallen maar was in feite, qua werking geïnspireerd op de een paar jaar eerder eveneens door Craeybeckx bezielde Johanneskring. Omstreeks de eeuwwisseling zag men in heel Europa jongerenbewegingen ontstaan die pleiten voor een terugkeer naar de natuur en een herstel van de, door de snel om zich heen grijpende industrialisering, bedreigde menselijke waarden. Ze zagen de harde en rauwe stad met haar onafzienbare straten en hun lange, eindeloos lijkende huizenrijen als een verstikkende gevangenis. Het benauwende van de grootstad was voor hen meer dan een louter ruimtelijke kwestie. Het was een metafoor voor de pijnlijke afhankelijkheid van de inwoners aan het stadsleven. De stad had hen in haar greep en er was geen ontkomen aan. Het enige alternatief was een radicale herbronning.

De Duitse Wandervogel-beweging was wellicht het bekendste voorbeeld van dit soort verengingen maar ook in de Lage Landen deden deze gedachten opgeld. Een ware cultfiguur in deze middens werd de Nederlandse zenuwarts en literator Frederik Van Eeden (1860-1932). Nadat Van Eeden aanvankelijk deel uitmaakte van de literaire esthetiserende vernieuwingsbeweging van de Tachtigers, brak hij met die groepering en na aanvankelijk met het anarchisme te hebben geflirt, ging hij een spiritueel socialisme nastreven dat concreet gestalte kreeg in de door hem opgerichte coöperatieve woongemeenschap Walden.

Deze idealistische tuinbouwcommune die in 1898 in Bussum werd opgericht ging echter overkop in 1907 na kennelijk wanbeheer en diefstallen door medewerkers…Van Eeden verwierf vooral literaire roem met zijn novelle De Kleine Johannes (1885) en zijn roman ‘Van de koele meren des doods’ (1900).

De Kleine Johannes, in feite een sterk autobiografisch gekleurd wordingsverhaal in sprookjesvorm kende een enorm succes in binnen– en buitenland. Veel zoekende jongeren in Vlaanderen voelden zich aangesproken door de wonderlijke ontmoeting van Johannes met het elfje Windekind, die Van Eedens jeugdliefdes en religieuze onzekerheden weerspiegelde. Net zoals de kleine Johannes zagen ze de gemaaktheid in de gezichten van de bourgeoisie en het gekunstelde van hun gebaren. Heel af en toe zagen ze de ijdelheid, jaloezie en verveling soms door het masker breken. Zij wilden komaf maken met deze valse wereld of zoals Van Eeden het zelf schreef: “Erger dan tirannie, dan onrecht, bloedstorting, oorlog, slavernij hun voorgangers griefde, grieft den poëet, den fijn georganiseerde van onze dagen, de afschuwelijke banaliteit, de walgelijke burgerlijkheid der groote menigte. Dit is zoo sterk dat hij het goede niet anders kan voelen in hoogmoed en trots, het mooie niet dan in verfijning, in distinctie, in zelfzuchtigheid, koel, rein individualisme.”

In het begin van 1914 verenigden een aantal jongeren die lid waren van de Vlaamsche Bond in het Antwerpse Atheneum zich in de Johanneskring. Deze kring, die overduidelijk geïnspireerd was door het literaire en sociale werk van Van Eeden, had niet alleen de bedoeling de ideeën van de schrijver in een zo breed mogelijke kring te propageren maar vooral ook om te gaan leven in een sfeer van ‘geestelijke zuiverheid’ en te streven naar een rechtvaardiger maatschappij.

De onbetwistbare sterkhouder van de Johanneskring werd Lode Craeybeckx. Op 18 mei 1914 had Craeybeckx samen met zijn kameraad Christiaan Barman een brief aan de door hen verafgode schrijver gestuurd waarin ze verklaarden gewonnen te zijn voor zijn ideeën.

Van Eeden ontving hen op 27 juli 1914 en, nadat hij zich vergewist had van de ernst van hun bedoelingen, raadde hij hen aan om hun werking te oriënteren op die van de Vrije Jeugdbond in Amsterdam. Deze Bond focuste zich op pedagogische vernieuwing en Van Eeden gaf hen zelfs een introductiebrief mee. De oorlog die een paar dagen later uitbrak verhinderde echter dat de ambitieuze Antwerpenaren nog contact kregen met de Vrije Jeugdbond.

De Johanneskring wierf langzaam maar zeker meer leden, onder meer door de samenwerking met de kring rond het tijdschrift Jonge Tijd dat sinds maart 1915 verscheen als publicatie van een handvol leerlingen van de Stedelijke Normaalschool voor Jongens. Na slechts negen nummers hield Jonge Tijd er mee op maar de werking van de Johanneskring werd met de komst van jonge intellectuelen als Ger Schmook, Rob Van Roosbroeck en de dichter Victor J. Brunclair versterkt of zoals Brunclair het later verwoordde: “Tegenover dweepzucht kwam te staan realiteitszin, dandy-perversiteit maakte front tegen puritanisme, bezadigde ernst en zuivere rede ontkrachtten de agitatorisch-begeesterden.”

Deze verruiming en verdieping van de Johanneskring leidde in januari 1916 tot de naamsverandering in Vlaamsche Kring. Het opzet ging echter verder dan louter een naamsverandering want in feite fusioneerde de Johanneskring met de restanten van de vroegere Vlaamsche Bond van het Atheneum, waarvan de activiteiten sinds het einde van 1915 verboden waren door de schooldirectie. De semi-illegale werking van de ontbonden Vlaamsche Bond ging dus gewoon, zonder dat prefect Loos zich hiermee kon bemoeien, in een ander jasje verder.

Op 2 januari 1916 organiseerde de Johanneskring in de zaal van het Kunstverbond in de Arenbergstraat een ‘symfonies konzert’ dat een groot succes werd. Het bracht genoeg geld in het laatje om ‘hun werking te verwijden’.

Alles ging daarna erg snel. Op het einde van diezelfde maand bracht Lode Craeybeckx op overtuigende wijze een referaat onder de noemer “Zwijgen of spreken”. Voor de aanwezigen was het duidelijk: Ze zouden gaan spreken. In de toekomst zou de werking van de Johanneskring gefocust worden op de Vlaamse kwestie. Een paar dagen later werd collectief de beslissing genomen de Johanneskring te herdopen in Vlaamsche Kring. Zonder dat het Atheneum met name werd genoemd – officieel verenigd deze Kring scholieren van verschillende Antwerpse onderwijsinstellingen – was het duidelijk dat dit een verkapte voortzetting van de verboden Vlaamsche Bond was.

Het bestuur bestond uit voorzitter Oscar De Smet, secretaris Edward Van Hemel en penningmeester Juul Van Bek, alle drie oud-bestuursleden van de Vlaamsche Bond. Toen ze al een paar maanden later besloten aan te sluiten bij Jong-Vlaanderen, een groep jonge radicale activisten die streefden naar een autonoom Vlaanderen, hield de Johanneskring in feite op te bestaan. Brunclair beschouwde de ‘jong ontslapen’ Johanneskring evenwel als de ‘hoeksteen’ van de in 1918 ‘doelmatig georganiseerde’ Jeugdgemeente. Maar er was wel degelijk een verschil en Brunclair bleef niet blind voor utopische karakter van de werking in de Johanneskring:

“Aanvankelijk, circa 1914-1915 maakte Van Eeden en met hem Emmerson en Carlyle onder de jongeren furore. Periode van reinlevenbeweging. Sturm-und-Drang, idealisme in ’t teken der ontvoogding, stroovuurflamingantisme. Als grondtoon toch in onze geesteshouding tegenover de buitenwereld, wies het besef aan de gebreken in de maatschappelijke orde, en in dit inzicht, aangedikt zoowel door proletarisch-gekleurde tendensliteratuur als spekulatief ethische, vervatte in kiem, dan ook de verzuchting naar een beter zijn, naar een toekomstwereld, meer door fantasie voorgespiegeld dan door realiteitszin onderworpen. Deze psychische terugwerking op de werkelijkheid, – of na grondig gewetensonderzoek, was niet veeleer onkieskeurig en onkritisch verslonden lektuur de hefboom ? – ontlaadde zich uitermate primitief. Tomeloze dweeperij met ideologieën, kultus des Utopia, humanisme vormden er schering en inslag van.”

*https://jmaadewilde.wordpress.com/2020/11/10/fierheid-albrecht-rodenbach/

Iran niet onder de indruk door Amerikaanse dreigementen of sancties


Iran heeft geen haast meer om een nucleair akkoord met de VS te sluiten. Het is geen centimeter van zijn positie afgeweken.
Het is onduidelijk of het de regering van voormalig president Donald Trump is die Iran tot onverzettelijkheid heeft gedreven, of dat alle Amerikaanse regeringen echt het doel nastreven om de Islamitische Republiek koste wat kost onder Amerikaanse hegemonie te brengen.

Wat zeker is, is dat zittend president Joe Biden niet wil terugkeren naar het akkoord van 2015 dat president Barack Obama heeft ondertekend. President Biden wil niet alle sancties opheffen die zijn voorganger Trump aan Iran heeft opgelegd en weigert daarom akkoord te gaan met de nucleaire deal voordat hij het advies en de goedkeuring van het Congres heeft gekregen – wat betekent dat de deal afhankelijk blijft van de stem van een toekomstige Amerikaanse president. Wil Iran een korte periode van economisch herstel doormaken en zal het daarom zijn eisen verminderen? Verwacht ze de goodwill van de volgende Amerikaanse president in 2024? Of zal Iran rigide blijven in zijn huidige houding en zich houden aan de gestelde voorwaarden?…

… Maar wat hebben de VS gedaan om tegemoet te komen aan het pragmatisme van de Iraanse leiders? Het aantal sancties dat zich sinds 1979 tegen de “Islamitische Republiek” heeft opgehoopt, is meer dan 1600-1750. Deze sancties zouden de economie van elk land ter wereld hebben vernietigd. Maar Iran is op miraculeuze wijze nog steeds op de been. Bijgevolg verwierpen de VS de kansen die werden geboden door de Iraanse pragmatisten 40 jaar aan de macht te houden, hetzij omdat het hen niet kon schelen wie Iran regeerde en het land in recessie wilde drijven, hetzij omdat ze opzettelijk het Iraanse pragmatisme negeerden omdat het onverenigbaar is met het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten….

… President Biden, die zes maanden geleden aantrad en geen van de strenge sancties van Trump en zijn voorgangers ophief, heeft dezelfde weg gevolgd en is niet bereid om zich aan de oorspronkelijke nucleaire deal te houden. Integendeel, de regering-Biden zegt terug te willen naar een “nucleaire deal” en niet naar de nucleaire deal die in 2015 werd ondertekend. Het wil niet alle sancties van Trump opheffen, maar meer dan 500 tot 600 sancties handhaven en wil vooralsnog niet eens een uitwisseling van gevangenen die door beide partijen worden vastgehouden tijdens de nucleaire onderhandelingen….

Lees: De VS hebben alle pragmatische Iraanse regeringen aangevallen: komt er nog een nucleair akkoord? Auteur: Elijah Magnier

Bron: Altworld & https://katehon.com/en/news/us-has-attacked-all-pragmatic-iranian-governments-no-nuclear-deal-soon

Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Beste vrienden,

Groot zijt Gij, Heer en ten zeerste lovenswaardig… want Gij hebt ons gemaakt naar U, en rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in U“. Zo schrijft Augustinus rond 400 in zijn “Belijdenissen” (1). Hiermee verwoordt hij op schitterende wijze de tweede eigenschap van ons mens-zijn en  zijn bekering is hiervan een merkwaardige illustratie.

Aurelius Augustinus werd in 354 in Thagaste (Numidië, Algiers) geboren uit een heidense vader, Patricius, en een zeer vrome christelijke moeder, Monica. Hij streefde een academische loopbaan na om “redenaar” te worden, d.w.z. meester in de Latijnse taal en de klassieke literatuur. Op 19-jarige leeftijd was hij reeds “retoricus” in Thagaste, een jaar later in de hoofdstad Carthago, en tegen 383 was hij een goedbetaalde “woordkunstenaar” in Rome.

Intussen leefde hij met een meisje, dat hij vijftien jaar bij zich hield en met wie hij in 371 een zoon kreeg, Adeodatus, een zeer begaafde jongen die in 390 stierf. Hij was zeer ingenomen met zijn carrière en tevens hartstochtelijk gehecht aan zijn vriendin, al heeft hij het christelijk geloof van zijn moeder nooit helemaal afgezworen. Wel was hij overtuigd dat de Bijbelse verhalen en het christelijk geloof slechts sprookjes waren voor oude vrouwen.

Zelf was hij meer geïnteresseerd in het manicheïsme, gesticht door Mani (+ 277), die twee eeuwige principes aanvaardde: een goede en een kwade macht. Om gered te worden, moest men Mani volgen. Het manicheïsme zal pas in de veertiende eeuw verdwijnen. Negen jaar lang bleef het manicheïsme voor Augustinus zijn “gnosis”, hoewel hij er ook nooit een vurige verdediger van werd. Hij bleef een zoeker naar de zuivere waarheid. Hoewel hij hoge verwachtingen koesterde van de gezaghebbende meesters van het manicheïsme, werd hij steeds meer teleurgesteld door deze “beminnelijke nietsnutten“.

God, schepping, oordeel, onsterfelijkheid… alles was voor hem één grote verwarring en het leven met zijn vrome moeder, die erg bezorgd was over zijn onstuimig leven, werd ondraaglijk. Door een list weet hij in 384 aan haar te ontsnappen en neemt ’s nachts een boot vanuit Rome naar het noorden, naar Milaan, de keizerlijke residentie. Zijn moeder kwam hem echter achterna.  Ondertussen begon Augustinus bekend te worden en zijn moeder wilde nu een fatsoenlijk en waardig huwelijk voor hem regelen.

Uiteindelijk stemde hij er mee in en stuurde zijn vriendin terug naar Afrika: “Intussen vermenigvuldigden zich mijn zonden. De vrouw met wie ik samenleefde, was van mijn zijde weggerukt, omdat ze als een beletsel gold voor een huwelijk, en op de plek waar mijn hart aan haar had gehangen, was het stukgetrokken en verwond en bleef het maar bloeden… De wonde, mij toegebracht door de scheiding van die eerste vrouw, genas ook niet eens, maar na heftig gloeien en steken, bleef ze etterend voortduren…” (VI, XV, 25).

Maar kort daarna, neemt hij toch weer een ander meisje. Aan een vriend bekent hij dat hij niet kan begrijpen hoe iemand kan leven zonder een seksuele relatie met een vrouw. Toevallig ziet hij op straat een bedelaar lachen en beseft dat deze man zorgeloze vreugde geniet terwijl hij, verscheurd door lust, zijn ongelukkig leven in droefheid voortsleept. In Milaan moet hij onder meer een lofrede uitspreken op keizer Valentinus II.  Met de grootste welsprekendheid vertelde hij de grofste leugens en genoot er zelf van: “in deze toespraak vertelde ik meer leugens dan waarheid, en door te liegen won ik de gunst van de toehoorders, die wisten dat ik loog” (VI, VI, 9).

In Milaan was bisschop Ambrosius (+ 397) de grote autoriteit en Augustinus ging naar de kathedraal om naar zijn preken te luisteren. De woorden van deze bisschop, samen met de liturgie en de psalmen, raakten zijn hart. Geleidelijk ontdekte hij het christelijk geloof en de katholieke Kerk. Hoewel hij niet de gelegenheid had om met deze bisschop van gedachten te wisselen, vond zijn immense dorst naar waarheid en schoonheid hier eindelijk enige bevrediging. Een oude priester, Simplicius, raadde hem aan het Manicheïsme te verlaten en zich eerder te wenden tot de Griekse filosoof Plotinus (+ 270), stichter van het Neoplatonisme, en diens leerling Porphyrius (+ 301/5).

Hij bleef naar de kathedraal gaan om naar Ambrosius te luisteren. Er was een ommekeer in hem bezig: “Wat heb ik geschreid bij uw hymnen en gezangen, heftig ontroerd door de stemmen van uw lieflijk zingende  gemeente… uw waarheid zeeg in mijn hart en een innige aandoening van vroomheid golfde daaruit opwaarts  en dan stroomden de tranen en ik voelde mij er wel bij” (IX VI, 14).

Een Romeins ambtenaar Ponticianus vertelt over de bekering van de grote monnik en woestijnvader abt Antonius (+ 356) in Egypte, die nu zoveel volgelingen trekt. Dit verhaal treft als een pijl het hart van Augustinus.   Hij beseft dat zijn speeltijd voorbij is en dat hij moet kiezen tussen de hevige hartstochten voor aardse genoegens die hem slechts illusies en verslavingen opleveren en de allesomvattende waarheid, schoonheid en liefde van God. Intussen bidt hij: “Geef mij kuisheid en onthouding, maar doe het niet meteen“, en hij worstelt met “de ziekte van de begeerlijkheid, die ik liever verzadigd wilde zien dan gedoofd ” (VIII, VII, 17). Hij opent willekeurig de brieven van Paulus en leest Romeinen 13, 12 vv: “De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten we ons dus ontdoen van de werken van de duisternis… Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en koestert geen zondige begeerten meer“.

Na een dramatische innerlijke strijd, neemt hij een radicaal  besluit voor Christus. Het is september 386. Na enkele weken staakt hij zijn lessen als “woordenverkoper”  en trekt zich terug op het landgoed van een vriend, Cassiciacum (het huidige Cassago Brianza, ten noordwesten van Milaan), met zijn moeder, zijn zoon Adeodatus, enkele leerlingen en vrienden. In de Paaswake van 387 werden hij en zijn zoon door Ambrosius gedoopt. “Laat heb ik U lief gekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw!…En Gij  waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik U, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door U gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij U… Geroepen hebt Gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken, gestraald hebt Gij, geschitterd en mijn blindheid verjaagd…Ik heb geproefd en nu honger en dorst ik...” (X, XXVII, 38).

In Cassiciacum leeft deze groep een soort filosofisch-religieus leven en ze delen alles samen. Zij lezen Vergilius en Cicero, terwijl het Oude en het Nieuwe Testament voor hen het hoogste gezag zijn en “onze priester” (bisschop Ambrosius) de zekere gids. Hij brandt van verlangen om God en de ziel te kennen. Hij ontdekt het geloof van Paulus en de liefde van Johannes. Ze zingen hymnen en bidden samen. Hij beleeft nu ten volle wat hij vroeger reeds in vriendschap nastreefde : “ …samen praten, samen lachen, elkaar vriendelijk ter wille zijn, samen boeken in mooie taal lezen, samen speels zijn en samen ernstig worden, bij tijd en wijle van mening verschillen zonder haat, alsof iemand het oneens was met zichzelf, en juist door die schaars voorkomende onenigheid fleur geven aan de eensgezindheid,  aan of van elkaar iets leren, bedrukt naar de afwezige vrienden verlangen, verblijd de aankomende ontvangen: door deze en soortgelijke tekens, uit harten vol liefde en wederliefde naar buiten tredend door mond en tong en ogen en duizend heerlijke gebaren, als met brandbare stoffen de zielen in gloed zetten en van vele maken tot één” (IV, VIII, 13).

De “Belijdenissen” hebben een dubbele betekenis. Augustinus belijdt zijn zonden, zijn ongeordende passies voor aardse genoegens en hij belijdt de grootheid van God, de Liefde en de Waarheid die alles overstijgen. Hij beschrijft zijn zeer persoonlijke strijd, die echter zo authentiek is, dat hij tevens ook universeel is.  Iedereen kan zich hierin herkennen. Hij heeft de “rusteloosheid” van zijn hart ontdekt én beleefd als zijn diepste verlangen naar God en zijn  bekering is hiervan een sprekend voorbeeld. In fel contrast hiermee zullen we hierna aantonen hoe Sigmund Freud zichzelf en de wereld bedrogen heeft  tot onheil van velen. En dit onheil woekert helaas nog steeds als een kanker voort.

(1) Aurelius AUGUSTINUS, Belijdenissen. Vertaald en ingeleid door Gerard Wijdeveld, Ambo, Baarn, 1985, I,I,1. – https://nl.wikipedia.org/wiki/Confessiones

P. Daniel

Flitsen

Deze zondag wordt in de byzantijnse liturgie de “zondag van de Vaders” genoemd, nl. van de 6 eerste oecumenische concilies (Nicea 325, Constantinopel 381, Efese 431, Chalcedon 451, Constantinopel II 553, Constantinopel III 680-1). Het is een viering van de eenheid van het christelijk geloof en van de Kerk.

Lees verder

“Nul risico op het virus…(vervolg)

…onbekend risico op de vaccinatie!”

Met verwijzing voor het voorafgaand artikel dd. 7 juli 2021, melden we hierbij dat Youtube in actie is getreden. Het bijgevoegd videogesprek werd dus gecensureerd.

Dit is het voorspelbaar gevolg van dat wat prof. Grandjean aanklaagde “mind control”, ofte gedachtencontrole en liefst complete hersenspoeling.

Als een befaamde hartchirurg – Professor Jan Grandjean – een genuanceerde mening heeft over corona en de allesomvattende Mind Control, en Youtube verwijdert vervolgens de video, zou ik mij beledigd voelen” stelt Emeritus Hoogleraar Internationale Communicatie & Mensenrechten Professor Cees Hamelink.

Bidden voor Libanon

Thought for the Day – 24 July – The Memorial of St Charbel of Makhluf –  AnaStpaul

Een rozenkrans voor Libanon. Vandaag, op de feestdag van de h. Charbel, een Libanese heilige, wordt het bidden van de noveen afgesloten en wordt op initiatief vanuit het Vaticaan internationaal een rozenkrans gebeden om 18.30 u. Na de ontmoeting van de paus met de christelijke gemeenschappen in Libanon (1.7.21) werd een internationale bidbeweging opgericht om vrede en redding af te smeken bij de Heer. Alle Libanezen in den vreemde worden opgeroepen gedurende 33 dagen de rozenkrans te bidden, op hetzelfde tijdstip, nl. 19.30 u (Rometijd), tot 4 augustus, trieste verjaardag van de explosie in de haven van Beiroet. Vanzelfsprekend kan en mag zich iedereen hierbij aansluiten.

Elke dag zal er op de speciaal hiervoor opgerichte webstek – www.33jours.com – een speciale intentie voorgesteld worden om Libanon uit de miserie te halen. Bv. het herstel van de economische en politieke situatie, of voor de armen, voor de medische zorgverleners, voor de kinderen. Kortom: het is een smeekbede voor een mirakel!

Vandaag, om 18.30 u Rometijd, feestdag van de heilige Charbel, zal de rozenkrans “live” uitgezonden worden vanuit Rome. U kan die d.m.v. onderstaande videoverbinding volgen.

Wie was nu die heilige Charbel? Volledige naam: Charbel Makhlouf. Gedoopt met de naam Youssouf Antoun (Jozef Antonius). Geboren op 8 mei 1828 te Beqaa Kafra, het hoogste dorp van Libanon. (Google kaart). Het dorp wordt quasi omringd door getuigenissen van het christendom: in het oosten Sint Hawchab (Eusebius), in het westen Sint Moura (Mar Moura) in het zuiden Sint Saba en in het noorden O.L.Vrouw. (zie video’s onderaan) En als kers op de taart het klooster, resp. begraafplaats-heiligdom van de H. Charbel.

File:Bekaa kafra location in lebanon.jpg - Wikimedia Commons

Zijn familie bestaat uit eenvoudige, gelovige, hard werkende mensen. Zijn vader is boer; een van diens zussen is kloosterzuster; daarnaast heeft hij nog twee ooms die monnik zijn. op 23-jarige leeftijd wil ook hij monnik worden. Bij het afscheid zou zijn moeder hem gezegd hebben: “Als je geen góede religieus wilde worden, zou ik zeggen: Jongen, kom naar huis. Maar ik besef nu dat de Heer je vraagt in zijn dienst. En in mijn verdriet van je gescheiden te zijn, doe ik een stap terug en zeg ik je: Moge Hij je zegen, mijn jongen, en een heilige van je maken.” Een moeders wens geschiedde…
Hij treedt toe tot het Maronitische Onze-Lieve-Vrouweklooster te Maifuq en neemt de kloosternaam aan van Charbel naar een heilige uit de eerste eeuwen van het christendom († 101; feest 29 januari).


Enige tijd later verhuist hij naar het verder afgelegen St-Maronklooster te Annaya. In 1851 legt hij zijn eeuwige geloften af en in 1859 wordt hij priester gewijd. Zestien jaar lang woont hij in de kloostergemeenschap. De laatste drieëntwintig jaar trekt hij zich verder in de eenzaamheid terug om het leven te leiden van een kluizenaar. Toch weten ook daar de mensen hem te vinden. Dat gaat na zijn dood ( hij wordt tijdens de misviering van 16.12.1898 plotseling ziek en overlijdt op kerstavond 1898) onverminderd door: men komt bidden op zijn graf en vraagt om zijn voorspraak in de hemel voor allerlei noden en problemen. U ziet nu beelden van Annaya:

Na zijn dood zouden zowel gelovigen, die aan zijn graf kwamen bidden, als ongelovigen gedurende 45 dagen lichten gezien hebben over de begraafplaats. Omwille van deze raadselachtige gebeurtenissen werd hij drie maanden na zijn begrafenis opgegraven en wat bleek? Hij lichaam bleek helemaal intact te zijn. Daarop werd hij in een kist met een glazen deksel gelegd. Gedurende 27 jaar kwamen mensen hem groeten en bij hem bidden. Naar verluidt zouden er verschillende onderzoeken naar het fenomeen van zijn intacte lichaam gebeurd zijn. Niemand had er een verklaring voor. Daar stopt het raadsel niet mee: het lichaam zou een serumachtige substantie uitzweten, de kleding, de doeken die hem bedekte, het hoofdkussen… moesten zelfs 2x/ week verwisseld worden. Er werden genezingen gemeld door contact met deze doeken. En in 1950 nam het fenomeen zelfs uitbreiding: uit een steen in de muur waarachter de kist van de H. Charbel zich bevond kwam een zelfde vocht. De kist werd eruit gehaald en men kon vaststellen dat de oorsprong van dit vocht Charbels lichaam was. Nadien werden er talrijke mirakels hem toegeschreven.

In 1952 werd het lichaam officieel uit het graf gehaald: het lichaam was nog steeds intact. Een onderzoekscommissie werd opgericht. Charbel werd zalig verklaard. In 1976 werd het graf opnieuw geopend. Ditmaal was het lichaam ontbonden; slechts het geraamte bleef over. Charbel werd heilig verklaard in 1977. Wie geïnteresseerd is, kan hier een volledige, weliswaar oude zw-w film van 1u43′, over het leven van de h. Charbel bekijken (Arab./Franse ondertit.)


Dat het bidden van een rozenkrans de miserie in Libanon niet kan oplossen is ons duidelijk. We willen echter wel graag een stukje van het christelijke verleden van het M.O., m.n. van Libanon meegeven, iets wat hier in de westerse landen dikwijls “vergeten” of genegeerd wordt.

Beelden uit het H. Maronklooster waar Charbel zijn geloften aflegde. De heilige Maron was de oprichter van de Maronitische Kerk en lag mee aan de basis van de kerstening van Syrië en Libanon.

En dit zijn beelden uit het klooster, resp. heiligdom van “Saydet El Hazineh”, O.L.Vrouw der Smarten, gebouwd op de restanten van een heidense tempel, één der eerste getuigenissen van de christelijk-Maronitische aanwezigheid in Libanon:

En dit is dan de rauwe werkelijkheid, waarvoor inderdaad een mirakel meer dan nodig is:

Ons contact in Libanon, die omwille van veiligheidsredenen recent verhuisde van Tripoli naar een dorp in het noorden werd op straat aangevallen… gewoon omdat hij een plastic zakje droeg met zijn strandspullen – een handdoek, een natte zwembroek, zonnecrème – … dat men wilde roven.

Ongevoelige media. Reuters vond het nodig kenbaar te maken dat de Libanese bevolking “vegetariër” geworden was… Alsof dit een eigen keuze was. Als men geen vlees meer kan betalen, wat blijft er dan?

Armoe en honger maakt vindingrijk. Terug naar basisvoeding, zonder import, terug naar kleinschaligheid zonder te veel tussenhandel en/of transportkosten:

Frankrijk wil opnieuw aan de touwtjes trekken:

P.S.: Voor verdwenen afbeeldingen en video’s, wende men zich aan de directie van Youtube, die het beste met u voorheeft en u bijgevolg wil beschermen voor informatie waardoor u wel eens uw grijze cellen in te intensieve werking zou kunnen brengen.

Vaccinontwikkelaars tégen kindervaccinatie

Vanuit de politiek wil men absoluut de vaccinatie van kinderen doordrukken – ook al druist dit in tegen de aanbevelingen van het WHO en het Duitse STIKO of waarschuwingen van talrijke artsen en experten. Maar nu heeft de hoofdontwikkelaarster van het AstraZeneca-vaccin zich tegen een algemene inenting van kinderen en tegen de opfrissingspuiten (de zgn. booster) uitgesproken.

Oxford prof. Sarah Gilbert leidde de ontwikkeling van het AstraZeneca-vaccin. In een vraaggesprek met de Welt en andere Europese media betwijfelt ze het nut van de vaccinatie van kinderen. “Als besmetting sowieso niet te verhinderen is en kinderen noch zwaar ziek worden of eraan sterven, dan kan men zich afvragen of het vaccineren wel nuttig is.” Het coronavirus is slechts “voor een heel klein aantal kinderen” gevaarlijk. “Men kan overwegen deze te vaccineren.”, verklaarde prof. Gilbert. Ook de Duitse vaste vaccinatiecommissie (STIKO) is ertegen en raadt slechts de vaccinatie aan voor kinderen met een bepaalde medische voorgeschiedenis.

Ook duikt ze niet mee in de paniekstroom van de oprukkende Delta-variante. Ze geeft toe dat deze weliswaar besmettelijk is, maar zonder een zwaar ziekteproces of zeer zelden overlijdens. Over de paniekzaaierij dat de vaccinaties bij de nieuwe varianten niet werkzaam zouden zijn, stelt ze dat deze mutaties niet veel verschillen van het originele virus. “Als de immuniteitsreactie na een vaccinatie goed is, dan werkt deze ook bij varianten.” Deze zouden “slechts een paar veranderingen der aminozuren” hebben die geweerd worden door “een zeer hoge mate van kruisreactieve antilichamen”. Er zou eventueel een “zekere vermindering op de neutralisatie door de antilichamen” kunnen optreden, maar in geen geval valt de neutralisatie helemaal weg. “Een verandering aan de entstof schijnt bijgevolg niet dringend nodig.”

Of de alom geprezen “booster”, een opfrissingsspuit, zinvol is… ze is niet overtuigd. “De werking gaat vooral bij oudere mensen sneller achteruit. Omdat ook het immuunsysteem veroudert, is ook de reactie der antilichamen niet meer zo goed. Als we een booster zouden nodig hebben, dan uitsluitend voor de oudere bevolking. Ik verwacht niet dat deze voor de brede bevolking nodig zal zijn.”

Ook andere critici uit de pharmaindustrie uitten hun bezorgdheid over de potentieel gevaarlijke gen-injecties. Zoals Robert Malone, uitvinder van de mRNA-technologie, die de wereld erop wees dat mRNA-gevaccineerden zich tot super-verspreiders kunnen ontwikkelen als zij het spike-proteïne op niet-gevaccineerden overdragen. Zoals Luigi Warren, de uitvinder van de mRNA-technologie van Moderna. Toen hij hierover twitterde werd zijn boodschap door Twitter gecensureerd. Waarschijnlijk hadden de Twitter bollebozen nog nooit van Luigi Warren gehoord. Hij protesteerde: “De tweet die jullie censureerden is correct. Ik ben de uitvinder van deze technologie waarop Moderna ontwikkeld werd. Kijk het gerust na. Ik weet waarover ik spreek.”

En zoals de voormalige vice-voorzitter van Pfizer, Mike Yeadon, waarschuwde voor het experimentele product van zijn voormalige werkgever. Samen met Sucharit Bhakdi schreef hij een open brief aan de EMA waarin beide stelling namen tégen de vaccinatie van kinderen. Deze heeft begin juni de entstof van BioNTech/Pfizer voor kinderen vanaf 12 jaar toegelaten. (WB)

Meer over dit thema (Duits):

BB

Uilenspiegel maakte een nachtelijke ronde om BB een duwtje in de rug te geven.

Als Uilenspiegel is opgestaan en trekt door de Dietse landen.
De Dietsers zullen met hem gaan
Weldra zal de storm ontbranden.

Als Uilenspiegel de trommel roert,
de vreemde tirannen ten schande,
dan is ‘t of opnieuw ons ten aanval voert
de Leider der Nederlanden.

Hij heeft in zijn vlammende geuzen vlag,
de kreet der opstanding geschreven.
Een vloek aan de nacht en een groet aan de dag
zijn wil en zijn wet is leven.

21 juli België BARST

België is bijna voorbij - Doorbraak.be

Francis Van den Eynde zaliger verwoordde het zo:

Geslachtenwaanzin vertaald in het taalgebruik

Onze Taal. Jaargang 72

De ideologie heeft het gezond verstand ingehaald. Een grote meerderheid heeft genoeg van de taalpolitie. Zoals uit dit vraaggesprek blijkt: is het woord “slachtoffers” (“Opfer” in het Duits) niet neutraal genoeg om de noodtoestand duidelijk te maken?

De bevolking is er gewoon niet mee bezig, wil het niet, vindt het dikke zever. Niet in Duitsland, niet in Nederland, niet in het onovertroffen land b en al zeker niet in Vlaanderen, behalve misschien bij linkse culturele bonobokringen. De Duitse staatszender ZDF hield over dit thema een opiniepeiling… en besloot ze niet mee te delen… daar de verstrekte gepeilde opinies niet strookten met de intussen poco ideologie.

Cui bono?

Af en toe ruimt de onverschrokken voorzitter van de N-VA, tevens burgemeester van de voormalige Sinjorenstad, BDW zijn zolder op en vindt hij schrijfsels van zichzelf toen hij nog niet gestoken was door de belgische verantwoordelijkheidsmuskiet. En misschien, heel misschien, kijkt hij dan eens in de spiegel en ‘s avonds voor het slapen gaan peilt hij in zijn hart en maakt de balans op van zijn streven, zijn leven, en waartoe dat in zijn huidige politieke werkelijkheid geleid heeft.

Dàt ging er door ons hoofd toen we gisteravond het gesprek volgden op het programma Trends Talk.

Of was het, gaat het om politieke realiteit, ijskoude berekening van kansen en risico’s nu de N-VA – ooit ontstaan uit de frustratie van een partij die de raison d’état verkoos boven de durf, de moed, de strijdkracht ontstaan uit liefde voor Vlaanderen – door de kiezer als ongeloofwaardig beoordeeld wordt?

BDW is iemand die zelden of nooit “zomaar” iets vertelt aan aan journalist. Dat dit gesprek mét dergelijke uitspraken (volg bruggetje) plaats vindt net nu de Franstalige linkse partijen dreigden de regering te verlaten omwille van onuitgenodigde illegalen, die proberen het land b te chanteren, kan geen toeval zijn. Cui bono?

Gewoon even erover nadenken. Wat bereikt hij, wil hij bereiken?

  • de flamingante N-VA kiezers worden duidelijk gemaakt dat het Vlaams-nationalisme nog steeds bovenaan zijn lijstje staat
  • de niet-flamingante N-VA kiezers worden duidelijk gemaakt dat hij de belgische knoeiboel in het oog houdt en desgevallend onopvallend een steentje in de kikkerpoel zal werpen
  • hopelijk wordt volgens dezelfde redenering hiermee de leegloop van de N-VA en ipso facto de groei van het Vlaams Belang gestopt
  • én worden de Franstalige linkse partijen even met hun voetjes op de grond gezet waarmee de regering De Croo uit verdrinkingsgevaar komt…

Cui bono? De linkse Franstalige partijen roeien terug… “de regering verlaten bij de eerste dode” was slechts een “lapsus lingae”. De uitlatingen van BDW dienen volgens onze bescheiden mening een zelfde doel. En dat allemaal op pakweg drie dagen tijd. Toeval???