Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Goede Vrienden

Ieder mens draagt bewust of onbewust een onstuitbare honger naar het volmaakte geluk en dus naar God in zich, wat we eerder (XVI.30; 23 juli 2021) treffend konden illustreren met de bekering van de heilige Augustinus. Hij begint zijn  “Belijdenissen” ook met de vermaarde woorden “Irrequietum est cor nostrum donec requiescat in Te – Onrustig is ons hart totdat het rust in U”. Het eerste deel van zijn leven is een hartstochtelijke zoektocht naar het ware, het schone, het goede, het volmaakte geluk. Pas vanaf zijn bekering beseft hij dat heel zijn wezen eigenlijk hunkert naar God, de enige die dit alles geven kan. Ik wil nu zijn levensverhaal vervolledigen en het verdere verloop voorstellen omdat het eveneens zo inspirerend is.

Na zijn bekering en zijn doopsel door de heilige Ambrosius in Milaan in 387, wil Augustinus terug naar N-Afrika, naar het ouderlijk huis in Thagaste. Ver van alle drukte en samen met vrienden wil hij daar een contemplatief leven leiden zoals hij eerder beleefde op het landgoed van zijn vriend in Cassiciacum (NW van Milaan). Voor hun vertrek, in Ostia, sterft zijn moeder Monica, in grote dankbaarheid om wat ze mocht beleven: de bekering van haar man en nu van haar zoon. De kinderen willen haar naar Afrika overbrengen maar zij hecht er geen enkel belang aan en vraagt enkel dat ze voor haar zouden bidden bij het altaar van de Heer.

Drie jaar (388-391) leeft Augustinus een gelukkig religieus gemeenschapsleven als monnik, asceet, theoloog en bekend schrijver, samen met een kleine groep. In de lente van 391 gaat hij een vriend, die zich bij hen wil voegen opzoeken in Hippo, na Carthago, de grootste en belangrijkste stad van Numidië. Hij weet echter niet dat de oude bisschop Valerius, een Griek, dringend  op zoek is naar  iemand die in het Latijn kan prediken. De volksmenigte herkent Augustinus en begint te roepen “Augustinus priester”! Hij zelf protesteert, smeekt en weent … tevergeefs. Uiteindelijk vraagt hij enkele maanden om zich voor te bereiden. Hij aanvaardt dit offer als uitboeting voor zijn zonden.   Hippo biedt voor hem geen enkele vreugde. Hij wordt priester gewijd en vijf jaar later hulpbisschop van Valerius, die hij ook zal opvolgen. In Hippo was er een verschrikkelijke kloof tussen rijken en armen: de armen leefden in krotten aan de haven, de rijken in villa’s in de stad. Bovendien  waren er meer donatisten dan katholieken. De donatisten vormden een sterk georganiseerde en fanatieke sekte, genoemd naar de schismatieke bisschop  Donatus van Carthago. Vanaf 312 leerde hij dat alleen heiligen de ware Kerk vormen en dat de geldigheid van de sacramenten afhangt van de heiligheid van de bedienaar. Het donatisme verscheurde de Kerk en de samenleving. Augustinus zal verschillende werken schrijven tegen de donatisten en stellen dat de zonde wel de Kerk besmeurt maar ons niet uitsluit van de Kerk. Hij heeft veel geleden onder hun aanvallen.

Ondertiteling, vertaling en geschreven tekst via icoontjes onderaan

Augustinus laat een klooster bouwen en wil rond zich de clerus verzamelen in een soort monastiek gemeenschapsleven. Porphirius, zijn biograaf, schrijft dat Augustinus “een onvermoeibare bisschop en herder was, die de weg effende voor het monastieke leven in Afrika”. Drie jaar voor zijn dood dicteert hij zijn “Retractationes” of herzieningen. Hierin geeft hij vooral veel zelfkritiek en zelden een zelfverdediging. Hij is onder meer veel  kritischer tegenover de mythologie en de heidense cultuur. Wat wij in de huidige “mémoires” van vele groten overvloedig aantreffen, is bij hem totaal afwezig: de zorg voor eigen postume glorie. Hij blijft gefascineerd zoeken naar de waarheid omtrent God en de Kerk, precies zoals hij in zijn “Belijdenissen” schreef: “Laat heb ik U liefgekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw… Ik werd ver van U gehouden door dingen, die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in U bestaan hadden…Wanneer ik U eenmaal aan zal hangen uit heel mijn wezen, zal er voor mij nergens meer leed zijn… Gestreden wordt er tussen mijn boze droefheden en mijn vrome vreugde… Ik, arme, Heer heb erbarmen met mij… Geef wat Gij beveelt en beveel wat Gij wilt… Wie immers naast U iets liefheeft dat hij niet om Uwentwil liefheeft, heeft U te weinig lief. O liefde, die altijd brandt en nimmer dooft, o liefde, mijn God, steek mij in brand! Geef mij onthouding!…” (X, XXVII, 38; XXVII, 39, XXIX, 40).

Hij die aanvankelijk niet kon begrijpen hoe een man kan leven zonder passionele liefde voor een vrouw en hij die onder druk van zijn moeder afscheid nam van zijn eerste vriendin en ondertussen toch een tweede vriendin nam, ontdekte de liefde van God als een veel groter geluk. Van dan af kon hij niet leven zonder vrienden om hem heen. Als bisschop verzamelde hij zijn clerus en leefde  met hen als in een  monastieke gemeenschap, waar het werk grotendeels vervangen werd door de pastorale zorg. Het doel dat hij nastreefde was: één hart en één geest vormen in God. In 430, in zijn 76e levensjaar en het 35e van zijn bisschopsambt komen de vandalen aan in Hippo. Op zijn ouderdom behield hij een volkomen helderheid van geest. Hij heeft geen testament gemaakt maar vroeg om goed zorg te dragen voor de bibliotheek van de kerk. Tien dagen voor zijn dood vroeg hij hem niet meer te komen bezoeken. Hij voelde zich zondaar, wilde wenen en bidden om zich voor te bereiden op de definitieve ontmoeting met God. Wanneer hij op 28 augustus 430 de keizerlijke uitnodiging ontvangt voor deelname aan het derde oecumenisch concilie in Efeze (431), sterft hij.

Augustinus is eerder een voorloper van de Middeleeuwen dan een uitloper van de Oudheid. Hij heeft de grootste invloed uitgeoefend op de westerse beschaving. Hij is theoloog, filosoof, bijbelgeleerde, polemist, redenaar, schrijver, opvoeder en vooral herder. Hij schreef 113 boeken, 226 brieven en liet meer dan duizend preken na. Meest bekend zijn de “Belijdenissen”*(397-401) en vervolgens zijn Stad Gods” (413-426)*. De verwoesting van Rome in 410 door de Visigotische koning Alaric is het begin van de val van het Romeinse Rijk. Sinds ’n eeuw is het Romeinse Rijk christelijk geworden en vele heidenen zien hierin de oorzaak van de ondergang van Rome. Hiertegen gaat Augustinus frontaal in de aanval: Rome is het slachtoffer geworden van zijn eigen wreedheid en morele verwording. Geen rijk kan blijven bestaan op overheersing, uitmoorden en plunderen van andere volken. Augustinus schrijft een theologie van de geschiedenis en van de tijd. Hij onderscheidt twee principe: de aardse  vergankelijke rijken en het blijvende, geestelijke  Rijk Gods. Dit werk heeft een enorme invloed gehad en is meer dan 500 maal met de hand gekopieerd en bewaard in verschillende  bibliotheken. Zijn meest dogmatisch diepzinnige beschouwing handelt “Over de Drie-eenheid”, waaraan hij meer dan 15 jaar heeft gewerkt (tussen 399-419). In zijn preken over de psalmen treffen we naast een diepe geestelijke inhoud tevens sprankelende woordspelingen aan.

Augustinus (354-430), een man van vlees en bloed, heeft langs de ervaring van menselijke liefde en vriendschap de weg naar de ware Bron gevonden: Gods immense Liefde.

*volg bruggetjes voor inzage

P. Daniël

Nvdr: Wilt u meer weten over Augustinus? Neem een kijkje bij: Augustijns Instituut, Utrecht en / of bekijk onderstaande 4 video’s: Het leven van Augustinus in beeld gebracht, begeleid door prachtige muziek op de achtergrond:

Deze week hebben we een bedoeïenengezin in  onze “boerderij” opgenomen: vader, moeder en vier kleine kinderen. Zij hadden letterlijk niets anders dan de klederen die ze droegen. We hebben al het nodige aangebracht: matrassen, lakens, dekens, eetgerief en eten. De vader zorgt voor onze schapen in de bergen.

Lees verder

Calimero-rol als opstapje naar zangcarrière

Voor wie het nog niet wist, Esther en Abi Ofarim, hebben een zoon, Gil, die in de voetstappen van zijn ouders, vooral van zijn moeder, wil stappen. Wat heeft een beginnend zanger, die een internationale carrière op het oog heeft, nodig om door te breken? Een goede stem, een pakkend lied… én media-aandacht!

En wat kan daarbij een ietsiepietsie helpen? De slachtofferrol. Niet zomaar een slachtofferrol, maar wel deze, die in Duitsland nog steeds het meeste kans op succes heeft: u weet wel: antisemitisme.

Gil werd volgens eigen zeggen tot in het diepste van zijn ziel gekwetst toen hij aan de receptie van een hotel niet op zijn beurt bediend en bovendien gesommeerd werd zijn ketting met davidsterhangertje niet ostentatief ten toon te spreiden. Pas dan zou hij kunnen inchecken.

Hij legde klacht neer. Kreeg vervolgens een glansrol in talrijke poco kranten. Let wel: onze redactie is meer dan een doorsnee burger vertrouwd met de taal van Göthe en wij kunnen alleen maar bevestigen dat Gil zijn Duitskennis niet in Israël op de schoolbanken verworven heeft. Hij moet sinds jaar en dag in een Duitstalig land wonen. Trouwens, zijn moeder, Esther Ofarim was er – damals – zeer populair. Hij zal zijn kansen op succes op voorhand hoog ingeschat hebben.

Versie van het hotel: Ofarim werd zeer onaangenaam, voelde zich benadeeld (?), hij werd luid… vervolgens werd hij verzocht het hotel te verlaten. Punt.

Ofarim begint prompt op zijn slimme telefoon te tokkelen, waarschijnlijk om zijn verhaal aan de pers te verkopen… en hij heeft ermee succes: antisemitisme! Tot Bild erachter aangaat en blijkt dat de waarheid héél ernstig geweld aan gedaan werd!

Zijn deze gebeurtenissen nu wereldschokkend? Niet echt, maar ze tonen wel aan hoe snel racisme, antisemitisme, discriminatie en andere beschuldigingen geuit én geloofd worden. In dit geval steunde het hotel de receptie-medewerker, maar het had heel anders kunnen uitdraaien: ontslag, broodroof, proces en andere financiële gevolgen!

https://www.bild.de/bild-plus/unterhaltung/leute/leute/trug-gil-ofarim-die-davidstern-kette-im-hotel-es-geht-um-was-groesseres-77979224,view=conversionToLogin.bild.html

https://www.bild.de/regional/leipzig/leipzig-news/gil-ofarim-118-seiten-bericht-entlastet-hotel-mitarbeiter-78011268.bild.html

Zéér merkwaardig!

Indien u ergens zou vernemen (… niet in de kwaliteitsmedia!) dat Amerikaanse joden – met een dubbele Israëlische nationaliteit – asiel aanvragen in Iran… zou u dit dan geloven? In Iran dan nog wel, waar de ayatollahs toch een decennia-durende vendetta met de bewindvoerders van het Beloofde Land in hun grondwet geschreven hebben…

Lev Tahor (Ned.: “zuiver hart”) is de naam van de zgn. “extreem-orthodoxe sekte” die vindt dat hun “religieuze vrijheid” beperkt wordt door de VSA (en Canadese) justitie. Als we de berichten uit de kwaliteitsmedia mogen geloven, gaat het om een kleine minderheid die quasi op zichzelf leeft, kinderen uitbuit, verplichte huwelijken arrangeert, vrouwenrechten niet in hun woordenboek hebben staan. Klinkt bekend, dachten we… We plaatsen onderaan een video met het verhaal van hun exodus en enkele bruggetjes opdat u ook, zoals wij, uw horizon kan verbreden.

Enfin, Lev Tahor-leden hebben een ultieme oproep, een smeekbede, aan de opperste, bovenste-beste, topleider van Iran, ayatollah Al-Khamenei, bezorgd om hen asiel te verlenen in het verdraagzame Iran.

Naar verluidt – we kunnen het niet verifiëren – is men in Israël niet bepaald gelukkig met deze toestand. Men vreest dat de joodse asielzoekers wel eens door de boze Iraniërs als pasmunt zouden kunnen gebruikt worden. De rest van het verhaal, de vermoedens, verwachtingen en vrees kunt u in onderstaande video vernemen.

Ondertiteling, vertaling en geschreven tekst via icoontjes onderaan

https://www.jpost.com/breaking-news/lev-tahor-members-arrested-for-allegedly-trying-to-flee-to-iran-682305

https://www.timesofisrael.com/two-leaders-of-extremist-lev-tahor-ultra-orthodox-cult-arrested-in-guatemala/

https://www.justice.gov/usao-sdny/pr/lev-tahor-leaders-charged-child-exploitation-offenses

https://www.haaretz.com/jewish/.premium-who-is-the-jewish-taliban-1.5263269

Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Nvdr: Met enkele dagen vertraging door onze verplichte rustperiode:

Goede vrienden,

De voorbije drie maanden hebben we wekelijks de eigenschappen belicht van ons mens zijn volgens de joods-christelijk visie, nl. de 7 wortels. Ons “onverzadigbaar verlangen” illustreerden we met de bekering  van de heilige Augustinus en de “onrust van ons hart” waarmee hij zijn “Belijdenissen” begint. Verder wezen we op bepaalde psychologische en psychiatrische bewegingen, gesteund op S. Freud, die volkomen voorbijgaan aan het diepste streven van de mens. We wezen tevens op de ontoereikendheid van een “humanistische psychologie”, waardoor de dynamiek van de christelijke visie op lijden en dood nog duidelijker wordt. Met de “theologie van het lichaam” wilden we de “gave van zichzelf” als kostbare en onvervangbare eigenschap van ons  mens zijn toelichten. Ziehier nog een samenvatting en overzicht.

1. De enige en algehele waardigheid van onze menselijke persoon danken we uitsluitend aan het feit dat God  ons geschapen heeft naar zijn Beeld. Daarom zijn alle mensen hierin volkomen gelijk en hebben we allen dezelfde menselijke waardigheid. Bovendien kan niemand daar iets van afnemen of bijvoegen. Het is mogelijk dat wij zelf niet beantwoorden aan deze waardigheid, of dat anderen onze waardigheid niet respecteren. Toch kunnen noch onze fysische ziekte,  psychische aftakeling, ons meest immoreel gedrag, onze grootste armoede of vernedering deze waardigheid wegnemen. Doorheen heel de geschiedenis van de Kerk was dit de verantwoording van zoveel heldhaftige inzet voor armen, zieken, gehandicapten en verworpenen. Dit betekent ook dat een multimiljardair, een fenomenaal genie of een super sport held geen greintje meer menselijke waardigheid bezit dan jij en ik. We danken God voor deze onverwoestbare schat die Hij ieder van ons gegeven  heeft. Gelukkig degene die zich hiervan bewust is en zich niet laat misleiden door voorbijgaande, uiterlijke  roem.

2. Ons aardse leven is als een onophoudelijke  stroom van onvervulbare verlangens. Zalig hij/zij die beseft dat al deze behoeften, strevingen en verlangens slechts beperkte uitdrukkingen zijn van een onstilbare honger naar God. Wij hunkeren naar een volmaakt, blijvend geluk, dat we slechts kunnen  bereiken  na dit aardse leven in en met God. Een geschrift uit het midden van de 2e eeuw beschrijft  christenen als vreemdelingen hier op aarde: “Elk vreemd land is voor hen een vaderland en elk vaderland blijft een vreemd land” (Brief aan Diognetus). Dit bewustzijn kan ons bevrijden van alle aardse illusies. En elk goed hier op aarde, ook het meest verhevene word een illusie wanneer we er ons aan hechten als aan een hoogste goed. Sommigen leren dat wij onbewust in ons handelen een drang naar  seksualiteit of naar macht vertonen. Het is best mogelijk. Toch zal voor vele mensen de honger naar God hun diepste “onbewuste” blijven.

3. Een derde bewustwording is het besef dat er naast het goede ook een zekere ontwrichting  in ons leven is omwille van de oerzonde van het eerste mensenpaar.  Er is goed en kwaad in ons en aan het kwade werken we soms met eigen verantwoordelijkheid ook mee. Een opvoeding die  meent dat het kwade alleen komt van slechte organisaties of structuren en niet van persoonlijke verantwoordelijkheid, begaat  een fatale vergissing. Daarom hebben we leiding nodig en oefening in de deugden, waardoor we onze instincten,  impulsen en slechte neigingen leren beheersen. Gelukkig de ouders en opvoeders die  kinderen op tijd “neen” leren zeggen en hen doen groeien in onthechting en zelfbeheersing.

Lees verder

Terminale ziekte wordt gevoed door giftig medicijn

“De “nieuwe” Kerk heeft gefaald. Deze Kerk heeft na Vaticanum II de strategie aangenomen om zich aan te passen aan de wereld, om in het middelpunt van de belangstelling te blijven en de gelovigen niet te verliezen. Deze strategie is een fatale vergissing gebleken, die ons geleid heeft tot de situatie die wij nu kennen: het geleidelijk afsterven van de geloofsoverdracht en dus het uitsterven van het geloof zelf . De apostasie is realiteit geworden.”

Lees: Overleeft de Kerk het pontificaat van Franciscus?

Quo vadis, Syria?

De moedige organisatie SOS Chrétiens d’Orient is sinds jaar en dag aanwezig in Syrië. De verantwoordelijke, Jean-Rémi, begint de dag in een zgn. cocktailbar, een sapjesbar, met wat men in hedendaags Nederlands een “smoothie” noemt. Vervolgens ontmoet hij zijn groep en overloopt de situatie.

Jean-Rémi schetst ons tijdens zijn verplaatsing door de stad een beeld van het dagelijkse leven in Aleppo, dat qua basis woonomstandigheden en luxe ver verwijderd is van dat wat wij als normaal beschouwen. In dit filmpje van 15 minuten krijgt u meer nieuws over de toestand in Syrië dan in onze journaaluitzendingen van een jaar. Hieronder vindt u de vertaling in het Nederlands van zijn rondleiding:

De regio van Idlib wordt nog steeds bezet door al-Nusra, de Syrische afdeling van al-Qaeda. De Turken ter plaatse beslisten de Syrische I.K. te verbannen en eisen een Turkse I.K. M.a.w. een eerste stap naar de volledige annexatie van het gebied. Geen goed nieuws voor de toekomst.

Wij hebben een afspraak met Mgr. Jeanbart, de Grieks-katholieke aartsbisschop van Aleppo. We bevinden ons op het Farhat Plein, een symbolische plaats van het christendom in Aleppo omdat hier zowel de Maronitische, de Grieks-katholieke en de Armeens-katholieke kathedralen staan. Het plein werd genoemd naar de Maronitische bisschop die stierf in 1732, Gabriel Germanos Farhat. Hij stichtte de Maronitische bibliotheek van Aleppo. Op de herdenking van zijn 200ste geboortedag, in 1932, besliste men een monument ter zijner ere op te richten en noemde het plein naar hem.

Met Mgr. Jeanbart praten we over het herstel van Al Amals sportterrein, beschadigd door de oorlog. We bespreken ook de noden der christenen van Aleppo om toekomstige projecten voor te bereiden. Mgr. Jeanbart: “Ik vind dat – gezien de diversiteit van overtuigingen en culturen, moslims, christenen e.a. – er zich een zekere vermenging ontwikkelt.”

We gaan naar de oude St. Georges (Joris)-kerk, die nood heeft aan opruimwerken. Mgr. Jeanbart vroeg of de Franse vrijwilligers deze karwei zouden kunnen opknappen.

Dus trekken we erheen met vertegenwoordigers van de kerk om te zien wat er te doen valt, zodat de vrijwilligers met het werk kunnen starten. Gewoonlijk brengen we een voorafgaand bezoek met de verantwoordelijke van de plaats. Soms gaat het slechts om een ontmoeting als het om activiteiten met kinderen gaat, met wezen of met ouderen. Maar als het gaat om een plaats die lichamelijke inzet vereist, zoals het verwijderen van puin, moeten we eerst de veiligheid nagaan: of de plaats vrij gegeven werd, of er niets naar beneden kan vallen. Het is belangrijk dit eerst vast te stellen.

Vervolgens trekken we naar het Midan-district, waar we vele jaren geleden huizen heropgebouwd hebben opdat de mensen van Aleppo naar huis konden terugkeren.

Het water in Aleppo heeft een goede kwaliteit. Vele Syriërs drinken dit water. Als Fransen, als westerse burgers, zijn onze magen en darmen niet gewoon aan deze waterkwaliteit. Ik neem liever geen risico.

We zijn aan de Qouweiq rivier, die door Aleppo stroomt. Vandaag is die bijna opgedroogd: ofwel hebben de bewoners van Aleppo water thuis, of ze hebben water in de rivier. De keuze is snel gemaakt. Tijdens de oorlog echter, was het zuiverings-pompstation in handen van de terroristen. En wat deden zij? In plaats van het water naar de bewoners van Aleppo te laten lopen, openden zij de ventielen zodat al het water in de rivier stroomde. Eens dat de terroristen uit Aleppo verdreven werden en de regering het b.g. waterstation terug in handen kreeg, stopten zij de waterstroom naar de rivier en leidde het terug naar de woningen.

Daar staat een vrachtwagen met gasflessen. De bevolking krijgt een sms met de boodschap “uw gasfles is beschikbaar”. Zij kunnen alle 2.5 à 3 maanden een gasfles bekomen. Voor een gezin met 2 personen is dit voldoende, maar een gezin met bv. 5 kinderen is dit niet genoeg.

Een elektrisch paneel (zekeringenkast) is verbonden met de publieke elektriciteitsgenerator en de generators in de buurt. Naar deze wordt overgeschakeld als er ergens geen elektriciteit is. Elke zekering is verbonden met een huis, zoals bv. – zoals u kunt zien – C1, C2, of C4, de hoeveelheid stroom die ze huren. Met 1 amp kan u 1 à 2 lampen aansteken, met 4 amp de ijskast, tv en verlichting. Als men op straat ziet dat een zekering uit staat, wil dit zeggen dat de bewoners meer amp verbruikt hebben dan verwacht. En dan slaat de zekering uit. Men kan die dan terug inschakelen zodat de bewoners meer stroom kunnen gebruiken.

We bevinden ons in Midan, het Armeense district van Aleppo, dat enorm geleden heeft tijdens de oorlog omdat het dicht bij de frontlinie lag. Gedurende vele weken, vele maanden werden zij bestookt met mortiergranaten. We zijn nu in een gebouw met 5 verdiepingen; de vier verdiepingen boven ons werden compleet vernietigd. Hier zijn we op de 1ste verdieping, ook zwaar beschadigd. Het appartement heeft geen muren meer. We beginnen met de heropbouw. De eigenaar woont momenteel in Hassakah, in het NO van Syrië. Eens dat het appartement hersteld is, kan zij terugkeren en samen wonen met haar dochters, die nog altijd in Aleppo wonen. Ze zal eindelijk in staat zijn haar familie terug te zien. We zorgden reeds voor de tegels in de wc / badkamer en het timmerwerk rond de deuren. Voor de buitendeuren gebruikten we aluminium. Het balkon werd hertegeld.

We gaan nu naar de 5de verdieping van het gebouw om een gezin te bezoeken wiens huis we verleden jaar heroprichtten. Het gezin kwam terug wonen in dit huis. Wegens het vocht moest SOS Chrétiens d’Orient alle muren opnieuw verven. Hier zijn twee slaapkamers en het balkon wordt gebruikt als een extra kamer voor de kinderen. Er wonen immers veel mensen hier.

De buurt daarachter is Bustane Bacha. Het was in de handen van de terroristen vooraleer Aleppo bevrijd werd. Zoals u kunt zien, waren ze heel dichtbij. De frontlinie bevond zich slechts 150 – 200 m van ons. Veel huizen werden inmiddels hersteld of gewoon helemaal ineengestort. De buurt werd zwaar getroffen.

Net hierachter is Jabal Saïdé, een Koerdische buurt. “Jabal” betekent berg. “Jabal Saïdé” betekent “de berg van de Heilige Maagd”. Vanuit dit punt bestookten ze de stad omdat ze een goed overzichtspunt hadden en gemakkelijker hun doelwitten konden bereiken.

Tenslotte een dankwoord aan SOS Chrétiens en de hoop dat alle gezinnen snel kunnen terugkeren naar huis.

Jean-Rémi toont een geschenkje dat hij daarnet kreeg van een vrouw wiens woning herbouwd werd in Midan: “God zegene dit huis”… als dank voor het werk. Ook dit maakt deel uit van het dagelijkse leven, kleine uitingen van vreugde. De bevolking dankt hen voor de hulp. Graag gedaan!

“Mijn werk bestaat uit drie belangrijke zaken: 1. de veiligheid: Franse vrijwilligers moeten altijd en overal veilig kunnen zijn – een essentieel punt van mijn opdracht. 2. Hen de gelegenheid geven hier in Syrië te kunnen verblijven en aan activiteiten deelnemen die hen nuttig maken voor de lokale bevolking. 3. Het uitvoeren van projecten: noodhulp, medische hulp, heropbouw, economische en sociale ontwikkeling, onderwijs, cultuur en erfgoed.

We gaan nu naar de Rozenkransschool, gedeeltelijk vernield gedurende de oorlog en door de terroristen gebruikt als hospitaal. We moeten voorzichtig zijn want we komen dichtbij de frontlinie. Ook al is het kalm de laatste tijd, toch kunnen we nooit met zekerheid weten dat er niets gaat gebeuren. Dus blijven we voorzichtig. De regio, waar we nu naartoe gaan, was een jaar geleden nog in handen van al-Nusra, het Syrische filiaal van al-Nusra. De zusters van de Rozenkrans traden in contact met SOS Chrétiens d’Orient om het renovatieproject over te dragen want het Min. van Onderwijs gaf hen twee jaar om deze school herop te bouwen; zo niet zullen zij het recht om onderwijs te geven verliezen. Dus gaan wij een gebouw herop bouwen zodat we de school kunnen helpen enkele leerlingen te verwelkomen en opdat ze hun onderwijstoelating niet verliezen. Alles wat iets waard was werd gestolen: van het sanitair tot de gevelbekleding en de koperen kabels! Alles!

Tijdens de laatste minuut van de video, zit Jean-Rémi op een terrasje, eet een ijsje, dat hij het beste van Syrië noemt. De naam van het ijsje: Italié (… Italiaans… ), naar verluidt een specialiteit uit Aleppo, dat je uitsluitend in dit restaurant, Al-Nakhl, kan vinden. “Voor de vrijwilligers die ook in Egypte actief waren: het is hetzelfde woord als “Ezbet Al-Nakhl”, wat palmboom betekent. Na het werk ga ik naar huis, naar mijn vrouw, om samen tijd door te brengen. Ik vertrek vroeg ‘s morgens en ik beëindig mijn werk gewoonlijk rond 19.00 u.”

Hieronder vindt u nog beeldmateriaal over de heropbouw van Aleppo:

Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Goede Vrienden,

De zevende en laatste eigenschap van ons mens zijn is onze roeping tot de gelijkenis met God. We zijn allen  geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Het beeld blijft. De gelijkenis van God is door de zonde uitgewist en kunnen we met eigen krachten niet meer terug winnen.

Het “beeld Gods” is als het alfa van ieder mensenleven en de “gelijkenis Gods” is als het omega. Vanaf de oudste tijden zochten mensen steeds naar God in de schepping en de natuurkrachten. Toch zijn niet de mensen naar God opgestegen maar is God naar de mensen afgedaald.  God is zelf mens geworden, heeft onder ons gewoond, heeft geleden,  is gestorven op het Kruis en is op de derde dag verrezen. Jezus roept ons op om Hem na te volgen. Hebben we zo de gelijkenis met Jezus verworven dan hebben we tevens de gelijkenis bereikt met de Vader.

Jezus zegt ons dat niemand tot de Vader komt tenzij door Hem (cfr. Johannes 14,6) en Hij is de perfecte icoon van de  Vader (cfr. Johannes 14, 9). De heilige Serafim van Sarov (+ 1833), een van de grootste Russische mystici, zegt dat we de heilige Geest juist krijgen voor deze omvorming. Ons uiteindelijk levensdoel is niets minder dan binnentreden in de heerlijkheid van de Drie-ene God, wat ook ons hoogste geluk is. De overzijde van de dood is niet het geopende graf, maar het liefdevolle gelaat van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. En deze overgang gebeurt door een nieuwe geboorte, een nieuwe schepping.

De heilige Paulus drukt het sterk uit: “Ik ben er zelfs van overtuigd dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat…” (Romeinen 8, 18). Het oorspronkelijke Griekse woord voor “lijden” staat in het meervoud (mathèmata) en geldt voor fysisch, psychisch, geestelijk, moreel lijden. Verderop drukt Paulus dan nogmaals zijn diepe overtuiging uit: “Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk… . Ik ben ervan overtuigd dat noch de dood, noch het leven, noch engelen, noch boze geesten, noch wat is noch wat zal zijn en geen macht in de hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde van God die is in Christus Jezus onze Heer” (Romeinen 8, 37-39). Paulus geeft een opsomming van wat in zijn tijd als de  gevaren gezien werd. We kunnen nu zeggen: zelfs de meest duistere plannen van een oppermachtige elite die de wereldbevolking wil ontwrichten, overal verdeeldheid wil zaaien en uiteindelijk een groot deel wil uitroeien om over de anderen als robotten te heersen… kunnen Gods liefde voor ons niet doven en niet beletten dat wij in Christus door  lijden  en sterven de gelijkenis van God ontvangen.

Hoe kunnen we nu reeds hiernaar leven? Door bewust te kiezen voor deze omvorming in Christus en binnen te treden in de dynamiek die ons steeds meer doet gelijken op Christus. Het is niets anders dan een christelijk leven leiden, geïnspireerd door de menselijke en goddelijke deugden. De kardinale deugden fungeren hierbij als scharniermomenten. De voorzichtigheid is geen leven in angst, vrees  of schuchterheid maar op bezonnen wijze het juiste oordeel vellen en de juiste weg gaan. Rechtvaardigheid leert ons respect tegenover God en de medemens en hen te geven wat hen toekomt.

Jegens God is het godsvrucht. We genieten volop van de schepping maar we erkennen en eren God als Schepper en Vader,  Jezus als Verlosser en de heilige Geest als onze Heiligmaker. Jegens de naasten erkennen we hun rechten. Het is een houding van rechtschapenheid in gedachten en handelen. Ze brengt harmonie. Sterkte geeft ons de moed om niet te capituleren, maar ook in moeilijkheden trouw  te blijven en het goede te doen. Hiermee kunnen we de angst overwinnen, zelfs voor de dood. Het maakt ons bereid om het offer van ons leven te brengen. Matigheid leert ons evenwichtig om te gaan met de aardse goederen en te leven met een gezonde  bescheidenheid en soberheid. Ze leert ons minder jachtig te zijn, onze instincten en impulsen te bedwingen.

De heilige Johannes spreekt over de “gulzigheid van het vlees” (Grieks: epithumia tès sarkos): “Verliest uw hart niet aan de wereld…Want al wat in de wereld is – het begeren van de lust en het begeren der ogen en de hovaardij van het geld – het komt niet van de Vader maar van de wereld. En die wereld gaat voorbij met heel haar begeerlijkheid, maar wie de wil doet van God blijft in eeuwigheid” (1 Johannes 2, 15-16).

Een christelijk leven wordt vooral geïnspireerd door de goddelijke deugden van geloof, hoop en bijzonder de liefde, die uitgaan van en gericht zijn op de Drie-ene God. Door het nieuwe gebod van de liefde dat Jezus ons openbaarde  leven we als vrije kinderen van God. Jezus vat alles zo samen: “’Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand’. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: ‘Gij zult uw naaste beminnen als uzelf’. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten” (Mattheus 22, 37-40).

Onmisbaar hierbij is het gebed. Een van de mooiste en meest volledige uiteenzettingen hierover vind je in het laatste en vierde deel van de Catechismus van de Katholieke Kerk. Zoals een fysisch lichaam niet kan leven zonder zuurstof, zo kan geen mens als belichaamde geest blijven leven zonder gebed. Het Onze Vader dat Jezus ons zelf leerde is hierbij het belangrijkste gebed. Ook het Rozenhoedje kan zegen brengen over de hele dag. Uiteindelijk is bidden een levenshouding, een voortdurende  toewijding aan de Drie-ene God en aan de medemens. Ons leven met zijn dagelijkse moeilijkheden kan ook geheiligd worden door kleine tekenen, zoals het bidden van het Angelus ’s morgens, ’s middags en ’s avonds. Deze kleine daden zijn geen tijdverlies maar zullen uiteindelijk tijdwinst blijken te zijn, omdat ze orde en vrede brengen  en beantwoorden aan de diepste stroming in onszelf.

Vrienden, nu reeds zijn we kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is” (1 Johannes 3, 2-3). We kunnen  ons geen enkele voorstelling maken van onze uiteindelijke gelijkenis met God. Zoals een ongeboren baby zich geen enkele voorstelling kan maken van het zelfstandige leven buiten de moederschoot, zo kunnen wij ons evenmin voorstellen wat de heerlijkheid van die gelijkenis met God zal zijn. En zoals een baby uit de veilige geborgenheid van de moederschoot moet gestoten worden om tot een volwassen persoon uit te groeien, zo moeten wij uit de moederschoot van dit aardse leven gestoten worden om binnen te treden in de heerlijkheid van Gods Licht. Nieuwsgierig zullen we sterven. De hindoe-mysticus Rabindranth Tagore zei het zo: “Wanneer al de snaren van mijn leven gestemd zullen zijn, mijn Meester, dan zal bij elke van Uw aanrakingen, de muziek der liefde weerklinken”.

P. Daniel

Aandacht: Volgende week wil ik me even terugtrekken om  een persoonlijke retraite te houden. Daarom zal ik volgende vrijdag 8 oktober geen meditatie en geen bericht sturen.

Flitsen

Op onze zondagse wandeling naar de bergen en ons ontbijt in de woestijn kregen we plots twee jongeren op bezoek, kinderen van de eigenaar van het terrein. We kampeerden onder sparrenbomen maar verderop was er een olijvenboomgaard en een wijngaard. De jongens hadden 2 kisten druiven geoogst. Ze boden aan elk van ons een tros druiven aan en het waren wel wel de mooiste trossen die ze gaven!

Abouna Michel uit Damascus, de verantwoordelijke voor de liturgie in de Grieks-Melchitische kerk, komt maandagavond toe om ons twee dagen  te onderrichten over het byzantijnse morgengebed en vespers. Dinsdagmorgen gaf hij aanschouwelijk onderricht over de voorbereiding van de Eucharistie, die normaal in het heiligdom gebeurt (als uitdrukking van het verborgen leven van Jezus) maar die hij nu op een tafeltje in de kerk deed zodat iedereen goed kon volgen. Het “bereiden van de gaven” verwijst naar gans de heilsgeschiedenis, het leven van Jezus, Maria en de Kerk. Het ronde broodje vertegenwoordigt Maria, het binnenste vierkant daarvan is Jezus, het “Lam Gods”. Dan wordt het brood in stukjes gesneden met de ‘lans’: links een stukje voor Maria (driehoek), rechts voor de engelen en de heiligen, onder voor de levenden en overledenen. Dan worden de stukjes gesneden die voor de heilige Communie in het heilig Bloed worden gedoopt (boven het Lam Gods – de vierhoek). In de kelk wordt vooraf wijn en water gegoten. Het verwijst naar het bloed en het water dat uit Jezus’ zijde kwam na de lansstoot van de soldaat.

Lees verder

“Een symbool voor gerechtigheid”

De sjiietische moslims herdenken imam Hoessein, kleinzoon van de bewierookte Mohammed, zoon van diens dochter. Naar verluidt bevindt zijn hoofd zich in Damascus. Het zou van Karbala naar Damascus gebracht zijn door een christelijke monnik. Het overgrote deel van zijn lichaam werd in Karbala begraven.

https://mateenjc.com/2013/04/24/the-christian-monk-on-the-journey-from-karbala-to-damascus/

U krijgt hieronder een geschiedkundig relaas (Engels): https://whoishussain.org/who-is-hussain/the-full-story/