Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Beste vrienden,

Groot zijt Gij, Heer en ten zeerste lovenswaardig… want Gij hebt ons gemaakt naar U, en rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in U“. Zo schrijft Augustinus rond 400 in zijn “Belijdenissen” (1). Hiermee verwoordt hij op schitterende wijze de tweede eigenschap van ons mens-zijn en  zijn bekering is hiervan een merkwaardige illustratie.

Aurelius Augustinus werd in 354 in Thagaste (Numidië, Algiers) geboren uit een heidense vader, Patricius, en een zeer vrome christelijke moeder, Monica. Hij streefde een academische loopbaan na om “redenaar” te worden, d.w.z. meester in de Latijnse taal en de klassieke literatuur. Op 19-jarige leeftijd was hij reeds “retoricus” in Thagaste, een jaar later in de hoofdstad Carthago, en tegen 383 was hij een goedbetaalde “woordkunstenaar” in Rome.

Intussen leefde hij met een meisje, dat hij vijftien jaar bij zich hield en met wie hij in 371 een zoon kreeg, Adeodatus, een zeer begaafde jongen die in 390 stierf. Hij was zeer ingenomen met zijn carrière en tevens hartstochtelijk gehecht aan zijn vriendin, al heeft hij het christelijk geloof van zijn moeder nooit helemaal afgezworen. Wel was hij overtuigd dat de Bijbelse verhalen en het christelijk geloof slechts sprookjes waren voor oude vrouwen.

Zelf was hij meer geïnteresseerd in het manicheïsme, gesticht door Mani (+ 277), die twee eeuwige principes aanvaardde: een goede en een kwade macht. Om gered te worden, moest men Mani volgen. Het manicheïsme zal pas in de veertiende eeuw verdwijnen. Negen jaar lang bleef het manicheïsme voor Augustinus zijn “gnosis”, hoewel hij er ook nooit een vurige verdediger van werd. Hij bleef een zoeker naar de zuivere waarheid. Hoewel hij hoge verwachtingen koesterde van de gezaghebbende meesters van het manicheïsme, werd hij steeds meer teleurgesteld door deze “beminnelijke nietsnutten“.

God, schepping, oordeel, onsterfelijkheid… alles was voor hem één grote verwarring en het leven met zijn vrome moeder, die erg bezorgd was over zijn onstuimig leven, werd ondraaglijk. Door een list weet hij in 384 aan haar te ontsnappen en neemt ’s nachts een boot vanuit Rome naar het noorden, naar Milaan, de keizerlijke residentie. Zijn moeder kwam hem echter achterna.  Ondertussen begon Augustinus bekend te worden en zijn moeder wilde nu een fatsoenlijk en waardig huwelijk voor hem regelen.

Uiteindelijk stemde hij er mee in en stuurde zijn vriendin terug naar Afrika: “Intussen vermenigvuldigden zich mijn zonden. De vrouw met wie ik samenleefde, was van mijn zijde weggerukt, omdat ze als een beletsel gold voor een huwelijk, en op de plek waar mijn hart aan haar had gehangen, was het stukgetrokken en verwond en bleef het maar bloeden… De wonde, mij toegebracht door de scheiding van die eerste vrouw, genas ook niet eens, maar na heftig gloeien en steken, bleef ze etterend voortduren…” (VI, XV, 25).

Maar kort daarna, neemt hij toch weer een ander meisje. Aan een vriend bekent hij dat hij niet kan begrijpen hoe iemand kan leven zonder een seksuele relatie met een vrouw. Toevallig ziet hij op straat een bedelaar lachen en beseft dat deze man zorgeloze vreugde geniet terwijl hij, verscheurd door lust, zijn ongelukkig leven in droefheid voortsleept. In Milaan moet hij onder meer een lofrede uitspreken op keizer Valentinus II.  Met de grootste welsprekendheid vertelde hij de grofste leugens en genoot er zelf van: “in deze toespraak vertelde ik meer leugens dan waarheid, en door te liegen won ik de gunst van de toehoorders, die wisten dat ik loog” (VI, VI, 9).

In Milaan was bisschop Ambrosius (+ 397) de grote autoriteit en Augustinus ging naar de kathedraal om naar zijn preken te luisteren. De woorden van deze bisschop, samen met de liturgie en de psalmen, raakten zijn hart. Geleidelijk ontdekte hij het christelijk geloof en de katholieke Kerk. Hoewel hij niet de gelegenheid had om met deze bisschop van gedachten te wisselen, vond zijn immense dorst naar waarheid en schoonheid hier eindelijk enige bevrediging. Een oude priester, Simplicius, raadde hem aan het Manicheïsme te verlaten en zich eerder te wenden tot de Griekse filosoof Plotinus (+ 270), stichter van het Neoplatonisme, en diens leerling Porphyrius (+ 301/5).

Hij bleef naar de kathedraal gaan om naar Ambrosius te luisteren. Er was een ommekeer in hem bezig: “Wat heb ik geschreid bij uw hymnen en gezangen, heftig ontroerd door de stemmen van uw lieflijk zingende  gemeente… uw waarheid zeeg in mijn hart en een innige aandoening van vroomheid golfde daaruit opwaarts  en dan stroomden de tranen en ik voelde mij er wel bij” (IX VI, 14).

Een Romeins ambtenaar Ponticianus vertelt over de bekering van de grote monnik en woestijnvader abt Antonius (+ 356) in Egypte, die nu zoveel volgelingen trekt. Dit verhaal treft als een pijl het hart van Augustinus.   Hij beseft dat zijn speeltijd voorbij is en dat hij moet kiezen tussen de hevige hartstochten voor aardse genoegens die hem slechts illusies en verslavingen opleveren en de allesomvattende waarheid, schoonheid en liefde van God. Intussen bidt hij: “Geef mij kuisheid en onthouding, maar doe het niet meteen“, en hij worstelt met “de ziekte van de begeerlijkheid, die ik liever verzadigd wilde zien dan gedoofd ” (VIII, VII, 17). Hij opent willekeurig de brieven van Paulus en leest Romeinen 13, 12 vv: “De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten we ons dus ontdoen van de werken van de duisternis… Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en koestert geen zondige begeerten meer“.

Na een dramatische innerlijke strijd, neemt hij een radicaal  besluit voor Christus. Het is september 386. Na enkele weken staakt hij zijn lessen als “woordenverkoper”  en trekt zich terug op het landgoed van een vriend, Cassiciacum (het huidige Cassago Brianza, ten noordwesten van Milaan), met zijn moeder, zijn zoon Adeodatus, enkele leerlingen en vrienden. In de Paaswake van 387 werden hij en zijn zoon door Ambrosius gedoopt. “Laat heb ik U lief gekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw!…En Gij  waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik U, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door U gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij U… Geroepen hebt Gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken, gestraald hebt Gij, geschitterd en mijn blindheid verjaagd…Ik heb geproefd en nu honger en dorst ik...” (X, XXVII, 38).

In Cassiciacum leeft deze groep een soort filosofisch-religieus leven en ze delen alles samen. Zij lezen Vergilius en Cicero, terwijl het Oude en het Nieuwe Testament voor hen het hoogste gezag zijn en “onze priester” (bisschop Ambrosius) de zekere gids. Hij brandt van verlangen om God en de ziel te kennen. Hij ontdekt het geloof van Paulus en de liefde van Johannes. Ze zingen hymnen en bidden samen. Hij beleeft nu ten volle wat hij vroeger reeds in vriendschap nastreefde : “ …samen praten, samen lachen, elkaar vriendelijk ter wille zijn, samen boeken in mooie taal lezen, samen speels zijn en samen ernstig worden, bij tijd en wijle van mening verschillen zonder haat, alsof iemand het oneens was met zichzelf, en juist door die schaars voorkomende onenigheid fleur geven aan de eensgezindheid,  aan of van elkaar iets leren, bedrukt naar de afwezige vrienden verlangen, verblijd de aankomende ontvangen: door deze en soortgelijke tekens, uit harten vol liefde en wederliefde naar buiten tredend door mond en tong en ogen en duizend heerlijke gebaren, als met brandbare stoffen de zielen in gloed zetten en van vele maken tot één” (IV, VIII, 13).

De “Belijdenissen” hebben een dubbele betekenis. Augustinus belijdt zijn zonden, zijn ongeordende passies voor aardse genoegens en hij belijdt de grootheid van God, de Liefde en de Waarheid die alles overstijgen. Hij beschrijft zijn zeer persoonlijke strijd, die echter zo authentiek is, dat hij tevens ook universeel is.  Iedereen kan zich hierin herkennen. Hij heeft de “rusteloosheid” van zijn hart ontdekt én beleefd als zijn diepste verlangen naar God en zijn  bekering is hiervan een sprekend voorbeeld. In fel contrast hiermee zullen we hierna aantonen hoe Sigmund Freud zichzelf en de wereld bedrogen heeft  tot onheil van velen. En dit onheil woekert helaas nog steeds als een kanker voort.

(1) Aurelius AUGUSTINUS, Belijdenissen. Vertaald en ingeleid door Gerard Wijdeveld, Ambo, Baarn, 1985, I,I,1. – https://nl.wikipedia.org/wiki/Confessiones

P. Daniel

Flitsen

Deze zondag wordt in de byzantijnse liturgie de “zondag van de Vaders” genoemd, nl. van de 6 eerste oecumenische concilies (Nicea 325, Constantinopel 381, Efese 431, Chalcedon 451, Constantinopel II 553, Constantinopel III 680-1). Het is een viering van de eenheid van het christelijk geloof en van de Kerk.

Lees verder

Bidden voor Libanon

Thought for the Day – 24 July – The Memorial of St Charbel of Makhluf –  AnaStpaul

Een rozenkrans voor Libanon. Vandaag, op de feestdag van de h. Charbel, een Libanese heilige, wordt het bidden van de noveen afgesloten en wordt op initiatief vanuit het Vaticaan internationaal een rozenkrans gebeden om 18.30 u. Na de ontmoeting van de paus met de christelijke gemeenschappen in Libanon (1.7.21) werd een internationale bidbeweging opgericht om vrede en redding af te smeken bij de Heer. Alle Libanezen in den vreemde worden opgeroepen gedurende 33 dagen de rozenkrans te bidden, op hetzelfde tijdstip, nl. 19.30 u (Rometijd), tot 4 augustus, trieste verjaardag van de explosie in de haven van Beiroet. Vanzelfsprekend kan en mag zich iedereen hierbij aansluiten.

Elke dag zal er op de speciaal hiervoor opgerichte webstek – www.33jours.com – een speciale intentie voorgesteld worden om Libanon uit de miserie te halen. Bv. het herstel van de economische en politieke situatie, of voor de armen, voor de medische zorgverleners, voor de kinderen. Kortom: het is een smeekbede voor een mirakel!

Vandaag, om 18.30 u Rometijd, feestdag van de heilige Charbel, zal de rozenkrans “live” uitgezonden worden vanuit Rome. U kan die d.m.v. onderstaande videoverbinding volgen.

Wie was nu die heilige Charbel? Volledige naam: Charbel Makhlouf. Gedoopt met de naam Youssouf Antoun (Jozef Antonius). Geboren op 8 mei 1828 te Beqaa Kafra, het hoogste dorp van Libanon. (Google kaart). Het dorp wordt quasi omringd door getuigenissen van het christendom: in het oosten Sint Hawchab (Eusebius), in het westen Sint Moura (Mar Moura) in het zuiden Sint Saba en in het noorden O.L.Vrouw. (zie video’s onderaan) En als kers op de taart het klooster, resp. begraafplaats-heiligdom van de H. Charbel.

File:Bekaa kafra location in lebanon.jpg - Wikimedia Commons

Zijn familie bestaat uit eenvoudige, gelovige, hard werkende mensen. Zijn vader is boer; een van diens zussen is kloosterzuster; daarnaast heeft hij nog twee ooms die monnik zijn. op 23-jarige leeftijd wil ook hij monnik worden. Bij het afscheid zou zijn moeder hem gezegd hebben: “Als je geen góede religieus wilde worden, zou ik zeggen: Jongen, kom naar huis. Maar ik besef nu dat de Heer je vraagt in zijn dienst. En in mijn verdriet van je gescheiden te zijn, doe ik een stap terug en zeg ik je: Moge Hij je zegen, mijn jongen, en een heilige van je maken.” Een moeders wens geschiedde…
Hij treedt toe tot het Maronitische Onze-Lieve-Vrouweklooster te Maifuq en neemt de kloosternaam aan van Charbel naar een heilige uit de eerste eeuwen van het christendom († 101; feest 29 januari).


Enige tijd later verhuist hij naar het verder afgelegen St-Maronklooster te Annaya. In 1851 legt hij zijn eeuwige geloften af en in 1859 wordt hij priester gewijd. Zestien jaar lang woont hij in de kloostergemeenschap. De laatste drieëntwintig jaar trekt hij zich verder in de eenzaamheid terug om het leven te leiden van een kluizenaar. Toch weten ook daar de mensen hem te vinden. Dat gaat na zijn dood ( hij wordt tijdens de misviering van 16.12.1898 plotseling ziek en overlijdt op kerstavond 1898) onverminderd door: men komt bidden op zijn graf en vraagt om zijn voorspraak in de hemel voor allerlei noden en problemen. U ziet nu beelden van Annaya:

Na zijn dood zouden zowel gelovigen, die aan zijn graf kwamen bidden, als ongelovigen gedurende 45 dagen lichten gezien hebben over de begraafplaats. Omwille van deze raadselachtige gebeurtenissen werd hij drie maanden na zijn begrafenis opgegraven en wat bleek? Hij lichaam bleek helemaal intact te zijn. Daarop werd hij in een kist met een glazen deksel gelegd. Gedurende 27 jaar kwamen mensen hem groeten en bij hem bidden. Naar verluidt zouden er verschillende onderzoeken naar het fenomeen van zijn intacte lichaam gebeurd zijn. Niemand had er een verklaring voor. Daar stopt het raadsel niet mee: het lichaam zou een serumachtige substantie uitzweten, de kleding, de doeken die hem bedekte, het hoofdkussen… moesten zelfs 2x/ week verwisseld worden. Er werden genezingen gemeld door contact met deze doeken. En in 1950 nam het fenomeen zelfs uitbreiding: uit een steen in de muur waarachter de kist van de H. Charbel zich bevond kwam een zelfde vocht. De kist werd eruit gehaald en men kon vaststellen dat de oorsprong van dit vocht Charbels lichaam was. Nadien werden er talrijke mirakels hem toegeschreven.

In 1952 werd het lichaam officieel uit het graf gehaald: het lichaam was nog steeds intact. Een onderzoekscommissie werd opgericht. Charbel werd zalig verklaard. In 1976 werd het graf opnieuw geopend. Ditmaal was het lichaam ontbonden; slechts het geraamte bleef over. Charbel werd heilig verklaard in 1977. Wie geïnteresseerd is, kan hier een volledige, weliswaar oude zw-w film van 1u43′, over het leven van de h. Charbel bekijken (Arab./Franse ondertit.)


Dat het bidden van een rozenkrans de miserie in Libanon niet kan oplossen is ons duidelijk. We willen echter wel graag een stukje van het christelijke verleden van het M.O., m.n. van Libanon meegeven, iets wat hier in de westerse landen dikwijls “vergeten” of genegeerd wordt.

Beelden uit het H. Maronklooster waar Charbel zijn geloften aflegde. De heilige Maron was de oprichter van de Maronitische Kerk en lag mee aan de basis van de kerstening van Syrië en Libanon.

En dit zijn beelden uit het klooster, resp. heiligdom van “Saydet El Hazineh”, O.L.Vrouw der Smarten, gebouwd op de restanten van een heidense tempel, één der eerste getuigenissen van de christelijk-Maronitische aanwezigheid in Libanon:

En dit is dan de rauwe werkelijkheid, waarvoor inderdaad een mirakel meer dan nodig is:

Ons contact in Libanon, die omwille van veiligheidsredenen recent verhuisde van Tripoli naar een dorp in het noorden werd op straat aangevallen… gewoon omdat hij een plastic zakje droeg met zijn strandspullen – een handdoek, een natte zwembroek, zonnecrème – … dat men wilde roven.

Ongevoelige media. Reuters vond het nodig kenbaar te maken dat de Libanese bevolking “vegetariër” geworden was… Alsof dit een eigen keuze was. Als men geen vlees meer kan betalen, wat blijft er dan?

Armoe en honger maakt vindingrijk. Terug naar basisvoeding, zonder import, terug naar kleinschaligheid zonder te veel tussenhandel en/of transportkosten:

Frankrijk wil opnieuw aan de touwtjes trekken:

P.S.: Voor verdwenen afbeeldingen en video’s, wende men zich aan de directie van Youtube, die het beste met u voorheeft en u bijgevolg wil beschermen voor informatie waardoor u wel eens uw grijze cellen in te intensieve werking zou kunnen brengen.

RK-cijfers

Naar verluidt zou een kleine 18% der bevolking van deze planeet het RK-geloof belijden. In Europa en Amerika gaat het aantal gelovigen achteruit. Een stijging daarentegen in Afrika en Azië.

U voelt met uw ellebogen dat onze pastoors binnenkort Afrikaanse of Aziatische missionarissen zullen zijn. Hoewel ook in Azië het aantal kandidaat-priesters achteruit gaat.

Waarmee men zou kunnen stellen dat armoe een reden is om bereid te zijn toe te treden tot een bepaalde religie én deze te willen vertegenwoordigen, kwestie van een levenslange boterham-met-beleg te verzekeren. Hoe groter de welvaart, hoe groter het navelstaren, hoe minder een Kerk een rol speelt in het aardse leven.

Cyclus

Niets is wat het lijkt. - ppt video online download

Deze wisselvallige zomer kabbelt rustig verder; behoudens de watersnoodramp.  Maatregelen zijn een beetje versoepeld.  Terwijl men versoepelt, verstrengen de misdadigers van deze links-liberale regeringen al terug sommige maatregelen.  Men kan zelfs niet wachten tot een eind in de herfst de varianten zullen opduiken.

Het is een sociopatisch spel dat ze opvoeren: de mensen enige vrijheid beloven en terwijl reeds waarschuwen dat er iets nieuws op komst is.  Met de nodige omzichtigheid wil ik oproepen de signalen niet als “samenzweringsverhalen” te zien.  Heel het draaiboek van de “great reset” is tot heden al uitgekomen  De waarschuwing geldt hier dan ook voor een cyber-catastrofe die herhaald aangekondigd wordt, en (wat we al in Zuid-Afrika zien) het in gang zetten van ernstige BLM rellen.  Deze zaken zullen worden uitgelokt door de Rothschild-Rockefeller psychopaten en als gevolg hebben dat er een gigantische voedsel- en samenlevingscrisis ontstaat.

Met de nodige voorzichtigheid wil ik toch vragen in overweging te nemen een afgelijnde levensmiddelenvoorraad te voorzien, het treffen van schikkingen om ook zonder internet/digitale middelen verder te kunnen en het zoeken naar antistoffen tegen de vaccins.

Er zijn in een bepaald opzicht meer opposanten, mensen die zich vragen stellen, dan men denkt.  Vooral dan (spijtig genoeg) in andere landen, zoals Nederland en Oostenrijk.  We moeten ook de transcendente kant inschakelen, het beroep op de Allerhoogste, om wijsheid te verwerven en te weerstaan aan de immense druk.  Ik citeer uit Wijsheid, hoofdstuk 1 : “Niet God heeft de dood gemaakt en Hij schept geen behagen in de ondergang van de levenden.  Hij toch heeft alles geschapen om te leven: gezond zijn de schepselen der aarde, geen dodelijk vergif wordt in hen gevonden en de onderwereld heeft geen macht op aarde, want de gerechtigheid is onsterfelijk!……..”

Dr. Vladimir Zelenko, arts, die het HCQ zink protocol ontwikkelde, zegt zelfs: “Het onder steeds grotere dwang opleggen van de Covid injecties is een ‘moorddadig complot van psychopaten’, en een misdaad van historische en Bijbelse opvang.  Hij zegt dat de vraag of je hierin meegaat zelfs een keuze is “voor of tegen God”. (…)

Intussen is politiek in dit land, zo rond 11 juli, veel duidelijk geworden  (er hingen op 11 juli op sommige plaatsen tien maal meer Belgische vlaggen dan Vlaamse).  De Graaf van St. Germain heeft in een vorige commentaar op een artikel de zaken omtrent  N-VA loepzuiver op punt gezet.  We hebben intussen Bart De Wever gezien, die tijdens de voorstelling van de “Gay-parade” eiste dat Hongarije uit de EU zou gegooid worden. Ieder fatsoenlijk mens weet dat president Viktor Orban de kinderen wil beschermen tegen drekkige uitspattingen en sexualisering op gender-wijze.  Waarom kiest De Wever dan de kant van de Illuminati?  Hetzelfde verhaal is het toekennen van prijzen aan diegenen die ons Vlaams-nationaal concept willen vernietigen.

VUB-rector Caroline Pauwels kreeg het “Vlaams ereteken”, tesamen met Martine Tanghe, die heel haar leven voor het belgicisme heeft gestreden.    Als lugubere component kreeg het bedrijf, en zijn CEO, Pfizer, ook een ereteken.  De talloze huidige en toekomstige doden van de vaccins “danken u”. (video)

Dit is zo verregaand en verwijst naar zelfs meer dan “gecontroleerde oppositie”, dat dit een breekpunt is.  Auteur dezer, verklaart dat de N-VA, analoog aan hun spitsbroeders van de VLD, geen waardering, welkdanige ook, verdienen in een fatsoenlijke, moreel hoogstaande samenleving.  Hiermede roep ik alle leden op, die nog enig moreel kader huldigen, deze twee partijen te verlaten!  Dit herhaal ik in de geest van mijn ontslagbrief en oproep van 26 mei 1977 toen het Egmontpact bekend werd. 

protest egmontpact rand brussel

Zoals in de navolgende en huidige geschiedenis zal blijken is er voor N-VA geen beterschap meer mogelijk; als men zijn ziel aan de duivel verkocht heeft kan dat niet herroepen worden.

Vandaag werden de nieuwe maatregelen van de NWO Belgische regering bekend: er wordt een Covid Safe Ticket verplicht gesteld voor deelname aan  (grotere) bijeenkomsten.  Door deze maatregel kan ik niet aan de IJZERWAKE deelnemen, alhoewel ik er het ganse jaar voor ijver.  Samen met gelijkgezinde Vlaamsnationalisten weiger ik in alle omstandigheden de vaccins en de even misdadige corona-testen.  Dit houdt, in de geest van hun opperste baas, Grand Orient président Macron, het einde van de vrijheid van oppositie in. 

Hiermee wil ik Pater Daniel nog eens prijzen, voor de grote moed om in zoveel moeilijker omstandigheden strijdbaar te zijn.  Hoe deze strijd zal aflopen, is vooral voor Syrië, de grote vraag.  Maar overal moet er onverzettelijkheid zijn, gedragen door velen, door wanhoop omringd, om datgene wat Vaclav Havel en Alexander Solzjenitsyn deden.  Zie het boek van Havel:De macht der machtelozen” (1978)Hij werd daarna president van Tsjecho-Slovakije en eerste president van Tsjechië.

We zitten nu in de faze van een “3e Wereldoorlog”. Deze werd ontworpen en wordt gevoerd door een bende psychopaten.  Hun voornaamste kracht is de verspreiding van angst.  Ze kregen het ook gedaan dat de overgrote meerderheid van de oppositie-bewegingen hun bevelen mee opvolgt.   De Vlaamse Beweging maakt een fout “op leven en dood” door niet in de allerhoogste modus van verzet te gaan.  Wanneer in het najaar en verder in de toekomst de maatregelen tot controle en slavernij zullen bekrachtigd worden, zal het te laat zijn.  Volg goed wat er nu in Australië en Canada reeds gebeurt!

Elke dag vraagt onze onverzettelijkheid naar onze moed, maar het is alsof we door een moeras omringd zijn.  Gedenk o Vlamingen, alle hoge woorden, die je ooit sprak en zong!

Jos Wouters, Boom, 19.7.2021

Wordt het Vaticaan binnenkort de zetel van de Cultus van de Rede?

Paus verbiedt Latijnse mis

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cultus_van_de_Rede

Behouden traditiegezinde bisschoppen, priesters en gelovigen hun passieve houding, of zijn ze hiermee zodanig in het nauw gedreven zodat een open burgeroorlog tussen aanhangers van de Traditie versus despoten van de jaren ’70 onvermijdelijk wordt? Lees: Franciscus gaat boekje te buiten en wordt (op de bal maar ferm) getackeld door Burke – Katholiek Forum

Vulgate | Description, History, & Facts | Britannica

Lang geleden leerden wij het Onze Vader in het Latijn:

Eigenlijk wil de huidige paus de mis in het Latijn gewoon verbieden. Dàt doet hij niet maar hij legt ze momenteel slechts aan een strikte leiband. Alsof de Kerk geen andere zorgen heeft. De linkse bisschoppen moeten eerst hun toestemming geven eer een priester een Latijnse mis mag celebreren. De paus stuurde een brief met richtlijnen naar alle bisschoppen. Hij wil de “moderne” mis als unieke en enige uitdrukking van de RK liturgie. Priesters die de mis willen opdragen volgens de oude liturgie zullen aan hun bisschop moeten bewijzen dat ze de leer van het tweede concilie aanvaarden, ze moeten zijn uitdrukkelijke toelating verwerven en bijkomende vaardigheden in het Latijn bewijzen en de lezingen moeten in de volkstaal gehouden worden.

Wereldberoemdheid en doodsbedreiging door een tekening

Deense cartoonist Kurt Westergaard – bekend van de Mohammed-tekening – overleden

Kurt Westergaard is op 86-jarige leeftijd overleden. De Deense cartoonist werd in 2005 wereldberoemd door een tekening van de profeet Mohammed met in diens tulband een bom met de islamitische geloofsbelijdenis. Lees verder…

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cartoons_over_Mohammed_in_Jyllands-Posten

Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Goede Vrienden,

De eerste en belangrijkste eigenschap van onze identiteit en menselijke waardigheid  ligt, zoals we vorige keer hebben aangetoond, in het feit dat we door God geschapen zijn naar Zijn Beeld. God laat ons delen in zijn eigen Leven door ons verstand en vrije wil te geven, nl. een bewustzijn, iets dat uniek is in het hele universum. Hiermee zijn we in staat Hem te kennen en op zijn uitnodiging in te gaan om te delen in Zijn Leven.  

Onze tweede eigenschap is: we zijn geschapen met een onverzadigbaar verlangen. Mens zijn is zonder ophouden verlangen.  We lijken op een bundeling van eindeloze verlangens. Hebben we een fantastische droom, dan zeggen we dat we voor de rest van ons leven volmaakt gelukkig zullen zijn, als we die kunnen verwezenlijken.  En we weten zelf dat het een illusie is, omdat we daarna weer naar iets anders verlangen. We moeten immers zeggen dat we verlangen zijn en niet zomaar dat we verlangens hebben. Als kind  kwamen we schreiend uit de moederschoot. Daar leefden we veilig geborgen en afgeschermd. Geluid, licht en aanrakingen werden gedempt. Dan kwamen we naakt ter wereld en werden rechtstreeks blootgesteld aan het felle licht, het harde geluid en directe aanrakingen. We weenden omdat we zo behoeftig waren en in niets voor onszelf konden zorgen.

Iets van dit schreiende kind blijven we heel ons aardse leven meedragen omdat we zelf nooit in staat zijn onze diepste verlangens te voldoen. Ons hart is te groot om ooit door iets op aarde helemaal voldaan te worden.  De reden hiervan ligt in  het feit dat God ons geschapen heeft naar zijn Beeld om eens volmaakt gelukkig te zijn in Hem. We zijn niet geschapen voor deze vergankelijke wereld. Deze wereld is geschapen voor ons en wij zijn geschapen voor het volmaakte geluk en eeuwige leven in God. We worden als het ware zoals een ijzer naar een magneet aangetrokken. In feite zijn al onze verlangens slechts verschillende uitingen van het ene Grote Verlangen naar God. We kunnen onszelf voorstellen met een heel grote V en daarin niets anders dan kleine v’s.  

De kunst van het leven bestaat er nu in dit te aanvaarden en er naar te leven. Het is een erkennen dat alle aardse waarden ons slechts op beperkte wijze kunnen voldoen. Dan kunnen we ook echt (beperkt) genieten. Daarom zegt Jezus in de zaligsprekingen: zalig gij die  arm zijt…, die nu honger lijdt…, die nu weent… (Lucas, 6, 20-22). Geniet (beperkt) van het leven, maar blijf dat schreiende kind in u koesteren, blijf die honger naar het absolute in uw hart bewaren, blijf uw arm en onverzadigd zijn erkennen en laat u niet misleiden door de illusie dat er ook maar  iets op aarde is dat u voor altijd en volmaakt gelukkig zou kunnen maken. Zorg er voor dat de diepste stroming in  uw leven niet geblokkeerd geraakt door u aan ’n aardse waarde te hechten alsof het uw hoogste goed zou zijn, want dan wordt  het een bedrieglijke  afgod. Het eerste gebod in de Bijbel is: God liefhebben boven alles. Het eerste verbod luidt: gij zult geen afgoden vereren. Jezus wil dat wij zijn vreugde ten volle in ons zouden bezitten (Johannes 17,13). We zijn voor niets minder geschapen dan voor het volmaakte Geluk, de oneindige Liefde van God zelf en het Eeuwige Leven met Hem. En al het andere, waar wij te zeer aan gehecht zijn, kan een belemmering, een afgod worden. Dit geldt niet alleen voor aardse rijkdom, bezit, geld, eer, macht, alcohol, drugs, seks… maar  ook voor de hoogste morele waarden, zoals de liefde van man en vrouw, de liefde van ouders tegenover hun kinderen enz. Dit alles blijven ondergeschikte waarden. Daarom zegt Jezus ook dat wie zijn  echtgeno(o)t(e), kinderen, ouders… ‘meer lief heeft dan Mij’, niet waard is zijn leerling te zijn (Mattheus 10, 37). Dit is geen uitnodiging  om de onderlinge  liefde te verminderen, integendeel, het is een aansporing om ons uiteindelijk doel voor ogen te houden en onze  liefde voor God te vermeerderen. Wanneer deze centrale cabine van de hoofdstroom in orde is, zullen we hieruit ook alle energie krijgen om de onderlinge liefde te vermeerderen. Jezus zegt: “Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vruchten want los van Mij kunt ge niets” (Johannes 15, 5).

Wanneer we dit oer-verlangen naar God in ons niet erkennen noch op de juiste wijze voeden, is het alsof de hoofdstroom uitvalt. Er komt een kortsluiting tussen ons diepste Verlangen en de vele beperkte verlangens.   We vluchten dan in de jacht naar kortstondig genot en hechten ons krampachtig vast aan voorbijgaande bevredigingen, die een steeds grotere onvoldaanheid achter laten.  En dit zoeken naar kortstondig genot kan in alles liggen. Sommigen worden zodanig in beslag genomen  door de zorg voor hun lichamelijke gezondheid dat het hun  ziekte wordt. Sommigen vluchten in drank, computerspelletjes, drugs, seks… een vlucht die hen niets anders oplevert dan de illusie van geluk én een verslaving. Wanneer iedere band met de diepste stroom in ons ontbreekt, spreken we van “existentiële frustratie”. Veel mensen zien geen zin meer in hun leven, ze weten niet voor wie of wat ze zich moeten inzetten. Hun geestelijke leegte wordt voor hen zo ondraaglijk, dat sommigen zelfs definitief willen vluchten en hun leven zelf beëindigen. Ze hebben geen kracht meer om te strijden. Zolang iemand zin ziet in zijn  lijden, zal hij blijven strijden, hoe groot het lijden ook is. Sinds de jaren ’70 van vorige eeuw hebben we duidelijk een spectaculaire toename kunnen waarnemen van een soort driekoppige draak: agressie, verslaving (obsessie), depressie. Je hebt geen wetenschappelijk onderzoek nodig om te zien hoe sterk de agressie in het openbare leven toegenomen is en blijft  toenemen. Hetzelfde voor de vele vormen van verslaving. En het duidelijkst is de depressie omwille van een pijnlijke geestelijke leegte, die nu bijna alom tegenwoordig is. Bovendien treden er voortdurend nieuwe vormen op waarvan steeds meer mensen het slachtoffer zijn: burn-out, chronisch vermoeidheidssyndroom… En de uitvoerige psychologische verklaringen hiervan zijn  niet in staat de geestelijke leegte op te vullen.

Wat kunnen we doen? Een deugdelijk innerlijk leven opbouwen. Positief onze liefde  tot God, Jezus, het Evangelie, Maria, de Kerk, de anderen versterken door gebed, meditatie, liturgie, sacramenten. Wat zuurstof is voor het fysisch leven, is gebed voor een menselijk, spiritueel leven. Negatief kunnen we de “koorts van het leven”, de jacht naar het aardse, de  verlangens naar vergankelijke waarden, de drukte en het lawaai verminderen en onszelf niet verliezen noch in grote vreugden, noch in zware tegenslagen. Gun uzelf de nodige innerlijke rust en stilte opdat de diepste stroom in uw leven zijn vrije, onstuimige loop kan gaan en ruim alle “afgoden” op.

Sommigen zullen het grondig oneens zijn met deze voorstelling. Voor Sigmund Freud met zijn verwrongen godsbeeld (en zijn volgelingen),  was/is een verwijzing naar God, naar het geloof of naar het gebed, een capitulatie. Voor ons is het een weg naar authentieke bekering. In een afzonderlijke bijdrage zullen we grondig afrekenen met deze hardnekkige en verstikkende “freudiaanse illusie”. Eerst willen we echter een schitterende illustratie geven van deze tweede eigenschap van ons mens zijn, nl. hoe ons hart onrustig is totdat het rust in God. We doen het aan de hand van de ommekeer die de heilige Augustinus zo levendig  beschreef.

P. Daniel

In Flitsen geven we een verslag van ons bezoek aan Sadad . In Het christendom sterft waar het geboren is handelen we nogmaals over de christenen in het Midden Oosten. Terwijl het orkest speelt …handelt over de ondergang van onze beschaving. En dit nog geeft weer een overvloed aan info over Syrië, corona, geopolitiek en Kerk.

Flitsen

Sadad: naaiatelier voor doofstommen

Eind vorige week nodigde Abouna Michaël, de jonge dynamische Syrisch-orthodoxe priester van Sadad ons uit. Hij wilde ons het naaiatelier laten zien. Sadad is een uitsluitend christelijk dorp met verschillende kerken en zonder moskee. Het wordt tweemaal in de Bijbel vernoemd (Numeri 34, 8 en Ezechiël 47, 16). Je ziet er ook geen gesluierde vrouwen of meisjes, zoals overal elders. We werden ontvangen door een joviale man, die de tweede verdieping van zijn huis gratis ter beschikking gesteld heeft voor het atelier. Hij is een handige kerel die allerlei kapotte toestellen en apparaten van de mensen repareert, allemaal gratis. De trap ligt vol met resten van afgedankte apparaten.  De tweede verdieping is een ruime zaal met vier ramen en veel licht.

Lees verder

Een verslag uit Syrië, zonder poco bril

Goede Vrienden

Vanuit een religieus oerinstinct hebben mensen altijd gezocht naar hun oorsprong en einddoel, hun diepste identiteit met het pantheïsme (alles is God) of het dualisme of manicheïsme (goed en kwaad zijn  de twee eeuwige beginselen) en in de moderne tijd met het materialisme (alles is louter materie). De joods-christelijke openbaring onthult op onovertroffen wijze: “En God schiep de mens (Adam) als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen (Genesis 1, 27). Dit is als een bazuinstoot die  een hele symfonie in zich draagt.

De oorsprong, het einddoel en de waardigheid van de mens liggen in het feit dat God ons naar “zijn beeld” geschapen heeft. Dit geldt voor heel de mens. Al zijn hoofd en hart voor de lichamelijke gezondheid belangrijker dan onze voeten, de waardigheid van het “beeld Gods” kan niet herleid worden tot een bepaald orgaan maar omvat heel ons wezen. We zijn helemaal “beeld Gods”. En dit geldt op gelijke wijze voor alle mensen. Al worden koningen, ministers en grote geleerden in de maatschappij belangrijker geacht dan anderen, toch bezit de  armste, ongeletterde, zieke  burger dezelfde menselijke waardigheid als zij.

Dit betekent ook dat al de rest aan deze menselijke waardigheid niets kan bijdragen of verminderen.  God heeft ons bij de schepping een goddelijk stempel meegegeven waardoor we voor altijd zijn beeld zijn. Gezondheid, rijkdom, bezit, eer, macht… vermeerderen in  niets deze menselijke waardigheid. Bijgevolg kunnen ziekte, lijden, armoede, oneer ook niets van onze ware grootheid wegnemen. Een mens die lichamelijk én psychisch totaal afgetakeld is of door iedereen verworpen en uitgejouwd wordt, blijft de volle heerlijkheid van het beeld Gods  in zich bewaren en dus ook de gehele menselijke waardigheid. Zelfs de grootste zonden kunnen wel het beeld Gods in ons bezoedelen maar niet vernietigen. God blijft zijn schepping trouw. Vanaf het moment van onze schepping, nl. vanaf de ontvangenis, wanneer 23 chromosomen van vader en 23 chromosomen van moeder zich met elkaar verenigen, zijn we Gods beeld. Prof. J. Lejeune (+ 1994) kon een eindeloze lofzang aanheffen op deze eerste cel, minuscuul klein als het puntje van een speld. Zelfs vijf encyclopedieën zijn volgens hem niet in staat  alle informatie, hierin vervat, uit te schrijven. Vanaf dat moment zijn we beeld Gods en dat blijven we over de dood heen, voor eeuwig. Ons bestaan heeft een historisch bepaald begin maar geen einde. Daarom spreken we niet van een louter biologisch proces maar van een ”conceptie”, dat het mysterie van het geestelijk gebeuren uitdrukt. De moderne genetica leert ons dat vanaf dat moment alles aanwezig is, er  komt niets wezenlijks meer bij: de lichamelijke eigenschappen, de kleur van de haren, van de ogen… Er is alleen nog bescherming, voeding en tijd nodig om alles tot volle ontwikkeling te laten uitgroeien.

Als mens zijn we een twee-eenheid van lichaam en ziel, een belichaamde ziel of een bezield lichaam. We wijzen een bepaald Platonisch dualisme af waarbij het lichamelijke, het materiele  beschouwd wordt als slecht en de ziel als geestelijk en uitsluitend goed. Een uitloper hiervan treffen we soms nog aan in het gebruik van de woorden als “zielenheil”, “zielenherder” of in de vraag “”hoeveel zielen” een parochie telt, alsof de lichamen niet mee tellen. Bovendien zal Jezus ons duidelijk maken dat het kwaad zoals hoogmoed en afgunst eigenlijk juist vanuit onze geestelijke vermogens voortkomen (Mattheus 15, 11.19). De echte tegenstelling tussen goed en kwaad ligt  in het feit dat heel de mens, lichaam én ziel, geleid wordt door de geest van deze wereld of door de heilige Geest. Dat is de oproep om  over te gaan van de “oude” naar de “nieuwe” mens.

Dit komt overeen met de visie van de heilige Paulus als een eenheid in een drie-eenheid: “Heel uw wezen, geest, ziel en lichaam, moge ongerept bewaard blijven bij de komst van onze Heer Jezus Christus” (1 Thessalonicenzen 5, 23).  In de ziel onderscheiden we onze gedachten, gevoelens, herinneringen, emoties, onze wil, kortom dat kostbare heiligdom dat we geweten noemen, waardoor wij goed en kwaad kunnen  onderscheiden. Toch is er in de ziel nog een soort innerlijke kern waarin alleen God woont. Het is als het ware het “puntje van de ziel”, de “landingsplaats van de heilige Geest”, de geest, onderscheiden maar niet gescheiden van de ziel. Het is ons “heilige der heiligen”, onaantastbaar, onverwoestbaar als “inwoning Gods”, “de afglans van het eeuwig licht, de onbeslagen spiegel van Gods werkzaamheid en het beeld van zijn goedheid” (Wijsheid 7, 26). Naargelang men de Latijnse of Griekse woorden gebruikt, spreken we van “corpus” (lichaam), “anima” (ziel), “animus” (geest) of van “sôma” (lichaam), “psychè” (ziel), “pneuma” (geest). (Pneuma betekende in  de christelijke oudheid de creatieve kracht van de heilige Geest. Wij hebben dit woord in de auto-industrie gedumpt en gereduceerd tot luchtdruk voor “pneumatische systemen”). Zo verstaan we hoe mensen louter in hun geest door God kunnen geraakt worden. André Froissard (+ 1995), zoon van de stichter van de Communistische Partij in Frankrijk, heeft als agnost nooit enige religieuze opvoeding gekend. ”Per ongeluk” gaat hij in Parijs een openstaande deur binnen en komt in een kapel waar zusters het uitgestelde allerheiligste Sacrament aanbidden. Twee minuten daarna staat hij weer op straat en zegt: “Ik ben gelovig, ik ben katholiek”. Later  schrijft hij zijn verbluffend getuigenis: “God bestaat, ik heb Hem ontmoet”!

Ontdekken en aanvaarden dat wij samen met alle mensen van goddelijke adel zijn, een heiligdom van de onverwoestbare “inwoning Gods”, dat is onze eerste stap.  Grote heiligen hebben deze goddelijke werkelijkheid vanuit hun eigen ervaring beschreven. Origines (+ 253/4) spreekt van een “dynamisch élan”. De heilige Basilius de Grote (+ 379) spreekt van “een goddelijke kiem”. De heilige Teresia van Avila (+ 1582) onderscheidt zeven ruimtes en de diepste kern in ons noemt zij de “innerlijke burcht”.

Sommigen zoeken in onze tijd naar het “onbewuste” of “onderbewuste” om  bv.  verdrongen seksuele verlangens op te sporen. De drang naar seksualiteit, naar macht, naar bevestiging … zijn inderdaad wezenlijke krachten.  Zij zijn echter niet ons diepste onderbewuste, doch slechts tussenstadia. Onze drang naar God, die ons naar zijn beeld schiep is de diepste drang in ieder mens (wat in een volgende stap verder wordt uitgelegd).  Weet of geloof je dit niet, dan is dit je diepste onbewuste. Viktor Frankl (+1997) overleefde het concentratiekamp. Daar leerde hij dat er in de mens een veel diepere kracht schuilt dan hij van S. Freud (+ 1939) leerde. Hij stichtte  de “logotherapie”, een therapie om “de zin van het leven” te helpen ontdekken, in plaats van de zin van een therapie op te dringen. Hij heeft sindsdien menige “freudiaanse illusie” ontmaskerd en beweert terecht dat de  “dieptepsychologie” vooral hoogte nodig heeft! 

P.  Daniel 

Flitsen

Een wonder voor Libanon

We sluiten ons aan bij het wereldwijde gebed om een wonder te vragen voor de redding van Libanon. Vanaf 4 juli tot 4 augustus (verjaardag van de ontploffing/aanslag op de haven van Beiroet) bidden we als gemeenschap het rozenhoedje  om 20.30 u, in navolging van de ontmoeting in het Vaticaan van de Libanese religieuze leiders op 1 juli 2021 en samen met alle vrienden van Libanon over de hele wereld. De maronitische patriarch Boutros Raï  en de religieuze leiders zijn het eens over de eis dat de buitenlandse inmenging en de corruptie moeten stoppen, dat de 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen niet gemanipuleerd mogen worden om te blijven maar om terug te keren naar hun land. Er zijn al meer dan een halve eeuw Palestijnse vluchtelingen die niet meer terugkeren en waardoor het land al overwegend soenitisch is geworden.

Oosterse gastvrijheid

Een bevriende christenfamilie in een klein buitenverblijf juist achter ons domein heeft ons al herhaaldelijk uitgenodigd en zondag namiddag trokken we er met de gemeenschap naar toe. De man is professor genetica in Damascus en heeft voor ons de onderzoeken gedaan op de Arabische artemisia, die volgens hem zeer geneeskrachtig is. Ze hebben grotendeels zelf hun buitenverblijf gemaakt: 2 kamers beneden en een boven, eenvoudig maar erg artistiek.  Rond het huis zorgt de vrouw voor de bloemen en hij voor de kruiden, groenten en vruchtbomen. Hun eerste vraag was dat we het huis zouden zegenen. Na het traditionele kleine tasje koffie, werd gezondheidsthee met kruiden uit de tuin geserveerd. Van alles wat op ons terrein nog niet groeit werden zaadjes of stekjes meegegeven. Het eerste rijpe tomaatje werd gedeeld en geproefd. Hun dochters hadden enkele vriendinnen  uitgenodigd en zo had de jeugd onder elkaar genoeg te vertellen. De hartelijkheid van deze namiddag is een bijzonder deugddoende ervaring.

Nvdr: om u een idee te geven aan de verscheidenheid van kruiden en gewassen in Syrië, al dan niet voor geneeskundig gebruik:

”Metokion” bijna onder dak

Het annex kloostertje St. Jozef is bijna onder dak. De planken en boomstammen zijn gebeitst en dienen nu als plafond. De boomstammen komen uit het  Anti-Libanongebergte en worden hier “genevrier” genoemd, het zijn oersterke bomen die blijkbaar alleen aan deze  kant en aan de andere kant van het gebergte groeien.

Lees verder