In ‘t verzet tegen verengelsing

Top 30 Irish Flag GIFs | Find the best GIF on Gfycat

Vijf jaar geleden ging Peadar Mac Fhlannchadha naar een apotheek in Galway, West-Ierland, om een medicijn te kopen voor zijn hond Samhain (10 jaar oud). Toen hij de handleiding las merkte Peadar dat deze slechts in het Engels gedrukt was. En dat pikte hij niet.

Hij wou tweetalige uitleg bij het medicijn, zoals voorgeschreven volgens de EU. En hij behaalde een primeur: het EUropees Hof in Luxemburg behandelt de zaak in het Iers – voor het eerst sinds de EU de taalrechten en -plichten naar zich toe getrokken heeft. Ierland trad toe tot de EU in 1974 en werd het Iers erkend als één der 24 EU-talen in 2007.

De zaak wordt nu onderzocht. Meer info: https://www.thejournal.ie/as-gaeilge-european-court-justice-5324634-Jan2021/

EU court and Irish dog make history

Lauren Southern presenteert: “Farmlands”

Verwijzend naar ons vorig artikel, waarbij – in het bruggetje – vermeld werd dat een Canadese journalist(e), de naam werd angstvallig verzwegen (… lees ook de reacties onderaan het artikel) vermits het om Lauren Southern gaat, die in het politiek correcte Westen uitgespuwd wordt, kan u hieronder de genoemde documentaire bekijken over de plaasmoorde in Zuid-Afrika, die zij met haar opnameploeg in 2018 gedraaid heeft.

De poco wereld kijkt weg: een blanke kan immers geen slachtoffer zijn van racisme. “Professoren” – quasi zonder uitzondering links georiënteerd- vinden de aandacht die het VB en ook de N-VA eraan besteden fel overdreven want “ze drijven op de fata morgana van een geordende, welvarende en op segregatie gebouwde apartheidsstaat.”

“Wij hoeven het blanke ‘broedervolk’ in de zuidelijke punt van Zuid-Afrika niet te verdedigen, alleen al omdat de Zuid-Afrikaners geen broeders en zusters zijn.” zo schreef professor Yves TSjoen (UGent) in Knack.

Lauren Southern behaalde met de documentaire een prijs in Australië en opende de ogen van menigeen. De Australische ABC-zender besteedde er vervolgens ook aandacht aan:

Waarschuwing: word geen minderheid in eigen land!

Voortrekkersmonument

Naar aanleiding van het bezoek van de Zuid-Afrikaanse ster Steve Hofmeyr aan Vlaanderen en Nederland had VBTV een gesprek met hem en de initiatiefnemers, de Europese parlementsleden Gerolf Annemans en Olaf Stuger van de Nedrlandse PVV. Het voornaamste doel van het bezoek van Hofmeyr aan Europa was de aandacht vestigen op het aanhoudende fenomeen van ‘plaasaanvalle’ (boerderijaanvallen) en ‘plaasmoorde’ op de Afrikaner boerengemeenschap in zijn land. Tegelijk had Steve Hofmeyr een waarschuwing uit Afrika mee voor ons:

‘Word geen minderheid in eigen land.’

Degenen die Afrikaans moeilijk verstaan kunnen de ondertiteling en eventuele vertalng naar het Nederlands inschakelen:

Gerolf Annemans vertelt over de ontmoeting van Zuid-Afrikaans zanger, acteur en cultuuractivist Steve Hofmeyr in het Europees parlement en het fenomeen ‘plaasmoorde’:

En dit is de inleidende video over de film waarvan sprake in bovenstaand gesprek met Gerolf Annemans: Treurgrond. Hoe toepasselijk kan een titel zijn…

De problemen in Zuid-Afrika zijn niet direct gerelateerd aan de teelt van gewassen of de veehouderij. Het heeft te maken met misdaad. Boeren in Zuid-Afrika worden namelijk op grote schaal vermoord. Al jarenlang.

‘Plaasmoorde’
De zogeheten plaasmoord (meervoud plaasmoorde) is een Afrikaans woord dat letterlijk erfmoorden betekent. Het betreft moorden op voornamelijk blanke boeren in Zuid-Afrika. Al sinds het afschaffen van de apartheid in 1990 zijn dergelijke misdaden bijna aan de orde van de dag.

Even wat cijfers op een rij. In de misdaadstatistieken van 2018/2019 zijn in totaal 47 boerderijmoorden opgenomen en 41 ‘incidenten’. Er werd gemiddeld elke dag een boerderij aangevallen en bijna elke week een boer (of zelfs heel gezin) vermoord. De boerenbevolking in Zuid-Afrika is in de afgelopen 2 decennia al ongeveer de helft gekrompen tot 30.000 boeren, mede doordat veel blanke boeren uit angst zijn geëmigreerd.

Landjepik
Volgens de blanke boeren zit er een politieke motivatie achter de vele moorden. Zo wordt er gewezen naar de corrupte Zuid-Afrikaanse ANC-regering die de grondwet wil wijzigen, zodat zij grond kunnen onteigenen van boeren om dit vervolgens terug te geven aan de niet-blanke bevolking. Bij deze vorm van landonteigening is er geen sprake van financiële compensatie.

De Zuid-Afrikaanse regering doet er echter al jaren over om dit beleid door te voeren in de grondwet. Daarom neemt een deel van de donkere bevolking het heft in eigen handen, zo stellen althans de blanke boeren. Er wordt gezegd dat de moorden en gewelddadige overvallen gebruikt worden om blanke boeren af te schrikken. De Zuid-Afrikaanse regering wil echter niet spreken van gerichte moorden op boeren en spreekt van ongerichte roofmoorden. De blanke boerenbevolking is een andere mening bedeeld, omdat van roofmoorden op de plaats delict meestal geen sprake is. (2.1.2020 …)

In de loop van ons bestaan hebben we herhaaldelijk de plaasmoorden, de discriminatie op allerlei gebieden, zelfs van de taal, het Afrikaans, en de genocide op de blanke bevolking aangeklaagd.

Gedachten in gedichten

Ik hou niet van de winter. Ik ben een lentemens.
Iedere keer als het begint te vriezen en te sneeuwen, krijg ik het weer.
Dan vraag ik me altijd af: waarom hebben de mensen geen winterslaap gelijk de ijsberen.
Ik heb het nog gezien in “Frozen Planet”.
Zo’n ijsbeer. Nog een laatste uitgebreid avondmaal en dan graaft hij zich in, een  holletje in de sneeuw, met nog wat verse sneeuw eroverheen, en dan maar slapen.
Tot het weer lente is
Dan komt hij (of in dit geval zij)  verwonderd boven met nog twee jongen erbij.
Want die zijn er in haar slaap bijgekomen.
Zo gaat dat aan de Noordpool.
En waarom hier niet?
Rik Torfs zal er wel weer een uitleg voor hebben, maar intussen verandert er niks aan de zaak.
Ik haat winter.
En ik ben niet alleen. Want Huguette Debacker dichtte het al:
“’t Is nog maar herfst, en ik heb al wintervoeten”.

Louis Verbeeck in Dagboek 12

Gedachten in gedichten

Nasi Goreng With Pork Stripes And Chopsticks - Free Stock Images & Photos -  7908844 | StockFreeImages.com

Nogmaals een cursiefje van Louis Verbeeck:

Ja, met die negationisten.
Daar zijn mensen gevoelig voor.
Met klimmende verbijstering lees ik in de krant dat een charmezanger zijn rechterarm niet meer in de hoogte mag steken om aan te tonen hoe groot zijn hond is.
Dat doet aan Hitler denken.
Er zijn hypergevoelige mensen. Ook katholieken.
Zelf eens bijna in de ban van de kerk geslagen omdat ik een voetbaluitslag komisch vond:
OUDE GOD  –  SINT-NIKLAAS   0-1
En erbij gezegd dat ik het een beetje flauw vond van Sint-Niklaas, en dat hij meer compassie moest  hebben met die oude god.
Een mens moet voorzichtig zijn tegenwoordig.
Als je vandaag de dag een “Nazi-Goering” durft bestellen, zit je in de bak eer je het goed en  wel beseft.

Uit: Dagboek 11

Als ze de lat nog lager leggen…

… kan je er zelfs met een anorexiabuik niet meer onderdoor

niveau onderwijs daalt maar we merken er toch niets van want gelukkig neemt  de kwaliteit van de leerlingen ook navenant af | Loesje

“Verniticht, maschine,… Ik moet het goedkeuren”: voor een tien voor taal moeten leerlingen niet kunnen spellen

Leerlingen die “verniticht” in plaats van “vernietigd” schrijven op een toets Nederlands: dat is een dikke rode streep erdoor en een punt minder, zou je denken. Maar volgens leerkracht Nederlands Tomas Demesmaeker moet hij zo’n miskleun wel degelijk goedkeuren wanneer de toets niet over spelling gaat. Daarmee legt hij een wrevel bloot die bij veel meer taalleraren leeft.

“Even kleine frustratietweet: ‘verniticht’, ‘elektrisiteut’, ‘maschine’,… Ik ‘moet’ het allemaal goedkeuren want de antwoorden zijn inhoudelijk correct en ik toets luistervaardigheid, geen spelling …

Het Nieuwsblad

Toen was Nederlands nog Nederlands…

het leven als voorlopige oplossing: LVO 29

Wat de taalbeheersing, resp. het taalgebruik betreft zouden we er vandaag wel een voorbeeld aan kunnen nemen. Zonder geleende woorden uit de Amerikaans/Engelse woordenarmoede-bank. Zonder “speech”, zonder “pact”, zonder “alliance”, zonder “agreement”, zonder “inclusion”, zonder “taskforce”, zonder “tools”, zonder “core business”, zonder “topics”, zonder “asap”, zonder “cooperation”…

Schoonheidsfoutje? . De Backer noemt de 15 jaar Verenigde Nederlanden een “fait divers”…

Wie herinnert zich nog de taalactie op school: “Ik spreek ABN”?

ABN-Acties

De bedoeling was om het gebruik van “Algemeen Beschaafd Nederlands” te veralgemenen op school, in openbare gebouwen, op kantoor,… De actie was helemaal niet gekant tegen dialecten in Vlaanderen (ze zijn de voedingsbodem van onze levende taal). Maar in onze voortdurende strijd tegen de verfransing in Vlaanderen had het promoten van het algemeen gebruik van een keurig Nederlands in woord en schrift tot doel een cultuurtaal te ontwikkelen als waardig tegengewicht tegen die reusachtige Franse cultuurtaal.

In de scholen waren op dat gebied vooral de A.B.N.-kernen actief. Ze werden opgericht door een groep Leuvense studenten en waren verspreid over heel het Vlaamse land. Per school werd de A.B.N.-kern geleid door een hoofdpromotor en verder in elke klas een klaspromotor. Dat waren allemaal leerlingen. Een leraar-moderator stond deze leerlingen bij met raad en daad. (SJB, Westmalle)

Wie zijn wij, Vlaamse belgen?

Met onze verontschuldigingen voor de kwetsende vraag. Het is niet onze vraag. Het is echter altijd interessant eens te kijken hoe men als buitenlander kijkt naar dit land waarvan mijn I.K. mij als “Belg” registreert. Bv. vanuit Canada, waar het Franstalige Quebec zich naar verluidt verzoend heeft met een doekje voor het bloeden, een resolutie die bevestigt dat Quebec een aparte natie is binnen Canada.

U zal ons vergeven (?) dat we niet alles kunnen vertalen. Waarschijnlijk is de kennis van de taal van Molière bij de meesten van u voldoende om de publicatie grotendeels te kunnen verstaan. Zo niet: bestaat er tenslotte ook een vertaalmodus op het internet.

Bij de inleiding vernemen we:

Mise au point

Ce texte sur la Communauté flamande de Belgique se veut le reflet des positions flamandes en matière de langue. Il a été rédigé par l’auteur du site (Jacques Leclerc) avec la collaboration exceptionnelle du professeur Stefaan Vermeire de l’Universiteit van Leuven. Évidemment, les faits perçus par les Flamands sur cette délicate question qu’est la langue en Belgique peuvent être interprétés différemment de la part des francophones (et vice-versa). Il est même probable que certains faits présentés dans cette page soient considérés comme des faussetés ou des contre-vérités, tant les positions linguistiques sont polarisées en Belgique, sinon inconciliables. C’est pourquoi l’auteur a aussi proposé certaines positions des francophones sur les problèmes perçus par les Flamands. Quoi qu’il en soit, il est extrêmement difficile d’évaluer avec précision la situation linguistique en Belgique, et l’auteur de ces lignes est bien conscient que la perception flamande, surtout au sujet des problèmes bruxellois (et périphériques), peut être mal reçue par les francophones belges. Cependant, il apparaît nécessaire de présenter cette perception afin de faire comprendre aux autres internautes le cas belge qui, à bien des égards, offre une situation unique au monde. Pour le point de vue francophone, il vaut mieux lire le chapitre intitulé «La Communauté française de Belgique». 

En même temps, l’aspect critique de cette politique linguistique présenté ici sur la Belgique flamande résulte d’une perception «extérieure» à ce pays, dans la mesure où elle est vue à travers la lunette nord-américaine, en l’occurrence canadienne et québécoise, ce qui ne signifie pas que la perception soit nulle et non avenue. Il ne faut pas oublier que le Canada et le Québec ont aussi une longue expérience du bilinguisme qu’ils ont hérité de la Conquête britannique de 1760, bien avant la création de la Belgique (1830).  

Taalverdeling: Ned. vs. “Vlaams” – Fries werd gewoon genegeerd

We halen er deze beschrijving uit van een “franskiljon” en voegen er de onderstaande definitie uit het scheldwoordenboek aan toe, die de stellingname uit Canada bevestigt:

franskiljon - de betekenis volgens Scheldwoordenboek

2.2 Le franskiljon (fransquillon)

Les Flamands ont inventé un autre mot, franskiljon (en orthographe française: fransquillon) pour désigner négativement un Flamand francisé (comprendre «assimilé») ou francophile. Il y a lieu ici d’examiner de plus près cette réalité flamande caractéristique. Les «fransquillons» — en langage «poli», on dit les «francophones de Flandre» — constituent une minorité non reconnue et qui ne demandent plus à l’être, mais qui est très significative dans une certaine élite de la population en Flandre. Ses caractéristiques sont les suivantes:

– une présence essentiellement urbaine (Anvers, Gand, Bruges, Louvain, voire même de plus petites villes comme Saint-Trond, Tongres, Courtrai, etc.);
– une catégorie issue de l’ancienne bourgeoisie francophone jusqu’au lendemain de la Seconde Guerre mondiale et généralement assez aisée;
– une classe aujourd’hui parfaitement bilingue: quand une personne parle parfaitement le néerlandais sans aucun accent et tout aussi parfaitement le français sans aucun accent, on est quasi certain d’avoir affaire à un «fransquillon», car c’est devenu leur caractéristique la plus marquante;
– une discrétion caractéristique en matière linguistique avec des positions rarement extrémistes ou revanchardes, mais ce sont des «Belgicains» garantis;
– une classe politiquement de moins en moins engagée, se sachant rejetée d’avance par les partis flamands qui les jugent suspects;
– une minorité en voie d’assimilation superficielle, car, en privé, elle parle couramment le français, mais se cache à ce sujet en Flandre;
– une classe qui fréquente néanmoins un certain nombre d’associations discrètes où les francophones de Flandre se retrouvent entre eux;
– une groupe professionnellement toujours privilégié par les entreprises qui recherchent des cadres ou des porte-paroles parfaitement bilingues dont on ne puisse pas deviner l’origine flamande ou francophone, et qui apprécient surtout leur expression sans accent.

Héritière d’une culture francophone mise à l’index en Flandre, cette population a perdu sa presse particulière (journaux La Flandre libérale, La Métropole, etc.), ses activités culturelles extérieures (théâtre en français, conférences, etc.), mais elle reste très cultivée en général (se rend en fait à Bruxelles pour ses besoins culturels). Il est très malaisé d’en évaluer l’importance numérique, tellement elle s’est fondue, voire assimilée superficiellement au reste de la population, mais on l’évalue généralement à une bonne centaine de milliers d’individus.

Ned. : Wat is een franskiljon? Blijkbaar een naam die wij, Vlamingen, gegeven hebben aan verfranste landgenoten, een naam met een pejoratieve achtergrond, een scheldnaam van een niet erkende minderheid, die zelfs niet om erkenning vraagt, maar die wel van grote betekenis is bij een bepaalde elite van de bevolking in Vlaanderen. Met onderstaande kenmerken:

  • een stedelijke aanwezigheid (Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven, en zelfs kleinere steden zoals Sint Truiden, Tongeren, Kortrijk… “
  • een categorie voortkomend uit de oude Franstalige bourgeoisie tot na WOII en in het algemeen goed gesitueerd
  • een klasse die de dag van vandaag perfect tweetalig is: indien een persoon Nederlands spreekt zonder accent en daarbij ook het Frans beheerst zonder accent, heeft men met grote zekerheid te maken met een “franskiljon” – dit is immers hun meest opvallende kenmerk
  • een karakteristieke discretie wat betreft het taaldebat met stellingnames die zelden extreem of wraakzuchtig zijn – het zijn inderdaad gegarandeerde belgicisten
  • een steeds minder politiek-betrokken klasse; ze voelt zich immers bij voorbaat afgewezen door de Vlaamse partijen die hen als verdacht beschouwen
  • een minderheid met een oppervlakkige assimilatie, want privé spreken ze meestal Frans, ze houden dit echter verborgen in Vlaanderen
  • een klasse, die desondanks op discrete wijze onder elkaar afspreekt
  • een groep die nog altijd beroepsmatig bevoorrecht wordt door bedrijven die kaderleden of woordvoerders zoeken die perfect tweetalig zijn en waarvan men de oorsprong, behorende tot welke taalgroep, niet kan achterhalen.

De laatste paragraaf heeft het over de onverdraagzaamheid der Vlamingen die hun Franse gazetten afgepakt hebben, (over de Franse missen wordt gezwegen), hun culturele buitendeurse activiteiten en die hen verplicht naar Brussel voor een enigszins beschaafd cultureel aanbod. Het zou gaan om enkele duizenden cultureel-zonder verdoving-gecastreerde Franstalige Vlamingen, kortom “franskiljons”. Naar verluidt staan ze op een zwarte lijst in Vlaanderen.

En neen, ze moeten niet met een kenteken als dusdanig op hun revers rondlopen.

Dit en veel meer verneemt u bij La Communité flamande de Belgique.

De Vlamingen - J. Ballegeer - (ISBN: 9789077723241) | De Slegte

Tot slot willen wij graag verwijzen naar het boek van Joost Ballegeer: “De Vlamingen, een volk zonder bovenlaag”. Zeer verhelderend. Wees niet beledigd. We moeten de waarheid onder ogen durven/willen zien…

Geschiedenisles van Paul De Ridder (2)

BRUSSEL: HET EERSTE EN ERGSTE SLACHTOFFER VAN BELGIE

Sommigen zullen het niet graag horen maar de waarheid heeft haar rechten: Brussel is nooit een Vlaamse stad geweest. Net als Leuven, Antwerpen, ’s Hertogenbosch, Lier, Turnhout, Breda, Tienen, Zoutleeuw … is Brussel immers een Brabantse stad. Dit is allerminst kleinzielige haarklieverij. Want het historische feit dat Brussel deel uitmaakt van Brabant en niet van Vlaanderen heeft verstrekkende gevolgen gehad.

Brabant – net als Holland, Loon (Limburg), Gelderland en de andere vorstendommen van de Nederlanden (dus ook Namen, Henegouwen, Luxemburg) behoren immers tot het middeleeuwse Duitse Rijk. Vlaanderen (d.w.z. Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen) bekleedt dus een uitzonderingspositie in de Nederlanden.

Vlaanderen behoort immers als enige tot Frankrijk en niet tot het Duitse Rijk. Er is echter één uitzondering: Rijks-Vlaanderen (het Land van Aalst). Enkel dit gebied ressorteert, net zoals alle andere vorstendommen van de Nederlanden, onder het middeleeuwse Duitse Rijk. De rest van Vlaanderen hangt dus af van … Frankrijk. Met alle gevolgen van dien.

Het volstaat de oorkonden van steden als Gent, Brugge en Ieper door te nemen om onmiddellijk vast te stellen hoe vaak hier tijdens de middeleeuwen het Frans gebruikt wordt. Uiteraard was in het Nederlandstalige deel van Vlaanderen het “Vlaams” de voertaal van de brede lagen van de bevolking. Toch bezat zelfs hier lange tijd een bovenlaag van Fransgezinde “Leliaerts” veel invloed.

In Brabant daarentegen is het begoede en machtige patriciaat Nederlandstalig. Ook de overheid gebruikt de taal van de bevolking : het Nederlands of “Dietsch”, “Duutsch” of “(Neder-) Duytsch” zoals men het Nederlands toen noemde. Enkel in het uiterste Zuiden van Brabant (dat in het Franse taalgebied ligt) is dat niet het geval. In Nijvel en “le Roman Pays de Brabant” wordt – volkomen logisch – het Frans gehanteerd.

De Belgicistische historicus Godefroid Kurth (1847-1916), de leermeester van Henri Pirenne, stelde dan ook vast: “Le Brabant était la seule de nos provinces où l’on restât fidèle, avec une obstination patriotique à la langue maternelle qui était le flamand (lees “thiois”) lorsque elles (d.w.z. Brussel, Leuven, Antwerpen , Den Bosch enz. ) renoncèrent à la langue savante qui était le latin, c’est en flamand (lees “thiois”) qu’elles délibérèrent sur les intérêts publics. ll y a dans ce simple fait un indice des plus significatifs : le Brabant échappait au rayonnement de la culture française, il vivait de sa vie propre, il formait un royaume en miniature”.

ONDER VREEMDE VORSTEN

Na het uitsterven van de autochtone Brabantse dynastie komt Brussel, net als de rest van Brabant, onder het gezag van de hertogen van Bourgondië. Dit Franse geslacht had reeds eind 14de eeuw de macht veroverd in Vlaanderen. Onder Bourgondisch bewind (1406-1482) vestigen een beperkt aantal edelen en hovelingen zich te Brussel. De centrale administratie van de Bourgondiërs – die overigens ook over Holland, Zeeland en Friesland regeren – verloopt in het Frans.

Dit leidt tot een zekere ‘taalgevoeligheid’. De Franse kroniek-schrijver Jean Molinet verklaart in 1488 dat de Brusselaars Walen en Fransen haatten omwille van hun taal… Vanaf 1482 nemen de Habsburgers de macht over in de Nederlanden. Zowel de Spaanse (1482-1713) als de Oostenrijkse Habsburgers (1713- 1794) behouden het Frans als de taal bij uitstek voor de centrale instellingen. Die zijn sinds 1531 grotendeels in Brussel gevestigd.

Toch krijgen slechts weinig Brusselaars rechtstreeks te maken met de vorstelijke hofhouding, met de Raad van State, de Geheime Raad of de Raad van Financiën. Wanneer een inwoner van Brussel al eens contact heeft met de overheid dan is dat vrijwel altijd het stedelijke college van wethouders, schepenen en gezworenen. Welnu: zowel in het stadsbestuur als in de andere plaatselijke instellingen (ambachten, rederijkerskamers, kerken, kloosters, gasthuizen en godshuizen) blijft het Nederlands de voertaal tot aan de Franse bezetting (1792-1815). Rond 1740 roept de Franse filosoof Voltaire dan ook verontwaardigd uit: ‘Le diable, qui dispose de ma vie, m’envoie à Bruxelles et songez, s’il vous plaît, qu’à Bruxelles il n’y a que des Flamands.’

Men stelt ook hier vast dat Franstaligen steevast de naam “Flamand” hanteren … en niet de correcte term “Néerlandais”. Zij insinueren dat het om een dialect zou gaan en geen cultuurtaal. Tijdens de zeventiende en achttiende eeuw geniet het Frans overal in Europa hoog aanzien. Ook in de Zuidelijke Nederlanden pogen een aantal welstellende burgers de Franse levensstijl na te bootsen. De Oostenrijkse keizer Jozef II verklaart dan ook: ‘Les habitants de Bruxelles et des Pays-Bas (dus niet alleen in Brussel) sont des imitateurs de leurs voisins. Le fond est hollandais (sic) et le vernis français.’ Terloops: met Pays-Bas bedoelt Jozef II uiteraard de Oostenrijkse Nederlanden en niet de sinds 1581 onafhankelijke Noordelijke Nederlanden: de zogenaamde “Provinces Unies”.

Lees verder