Waar is der vaadren fierheid heen gevaren?*

… ging er door ons hoofd toen we een vergelijking maakten met een voormalige burger’vader’ der Sinjorenstad en de huidige burge’meester’.

En we willen in dit verband graag verwijzen naar een 11 julitoespraak van Lode Craeybeckx in het jaar 1954. We knippen er dit citaat even uit:

“… Indien het Vlaamse volk zo tientallen jaren weerstand geboden heeft aan een regime waarvan aard en de bedoeling was ons volk tot verwording en verlies van eigen wezen te brengen, heeft de ervaring bewezen dat onverwoestbare krachten ons volk voor de ontbindende elementen immuun hebben gemaakt.

Beter dan vroeger beseffen wij vandaag dat het de grondig verankerde kultuurinstincten van ons volk zijn, waaraan wij te danken hadden dat de eigenheid van Vlaanderen niet teloor is gegaan.

Grondslag dan van de levenskracht van ons volk, dat in het verleden op één der grootste kulturen van het Europese vasteland mocht roemen, is vandaag nog in onze volksgrootheid op de waarde van de geest gevestigd. Als hoogste uitbloei der Vlaamse beweging, beschouwen wij het essentiële werk dat nu aan de orde komt: de opgang van de hogere vormen van beschaving in onze gewesten…”

We vragen ons af wat Lode Craeybeckx nu, anno 2021, in een 11 julitoespraak zou gezegd hebben… over “een regime”, over “het verlies van eigen wezen”, over “ontbindende elementen”, over “kultuurinstincten” die nu in schabouwelijk Engels uitgedrukt worden, over “de opgang van de hogere vormen van beschaving in onze gewesten”

Ach, Lode Craeybeckx heeft nooit kunnen vermoeden welke “opgang van hogere vormen van beschaving in onze gewesten” aangewaaid is gekomen…

Jan Huybrechts herdacht de geliefde burgervader in onderstaande beschouwingen:

Op 25 juli 1976 – gisteren 45 jaar geleden – overleed in Antwerpen Lode Craeybeckx. Craeybeckx, die de langst zetelende burgemeester ooit van Antwerpen was geweest, was een socialistische politicus met een uitgesproken Vlaamsgezind profiel.

Niet echt verwonderlijk want in zijn jeugdjaren was hij een van de leidinggevende jonge activisten in de Scheldestad geweest. Een radicaal engagement dat hem na de Wapenstilstand een veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf opleverde. Straf, waarvan hij effectief twee jaar en twee maanden heeft uitgezeten en waarbij hij -aanvankelijk- voor twintig jaar zijn politieke rechten kwijtspeelde.

In mijn vorig jaar verschenen biografie van Herman Van den Reeck belichtte ik uitgebreid de rol die Craeybeckx tijdens de Grote Oorlog gespeeld had want hij was goed bevriend geweest met de iets jongere Van den Reeck, die op 11 juli 1920 op de Grote Markt van Antwerpen dodelijk gewond werd bij een uit de hand verboden Guldensporenviering. Hieronder volgt de tekst van het kaderstukje ‘“Idealisme in ’t teken der ontvoogding’ – Van Johanneskring tot Jeugdgemeente’ uit dit boek:“

Medio 1918 werd Herman Van den Reeck erg actief in de door Lode Craeybeckx opgerichte Jeugdgemeente. Deze vereniging van hoofdzakelijk vrijzinnige jonge Antwerpse intellectuelen was niet zomaar uit de lucht komen vallen maar was in feite, qua werking geïnspireerd op de een paar jaar eerder eveneens door Craeybeckx bezielde Johanneskring. Omstreeks de eeuwwisseling zag men in heel Europa jongerenbewegingen ontstaan die pleiten voor een terugkeer naar de natuur en een herstel van de, door de snel om zich heen grijpende industrialisering, bedreigde menselijke waarden. Ze zagen de harde en rauwe stad met haar onafzienbare straten en hun lange, eindeloos lijkende huizenrijen als een verstikkende gevangenis. Het benauwende van de grootstad was voor hen meer dan een louter ruimtelijke kwestie. Het was een metafoor voor de pijnlijke afhankelijkheid van de inwoners aan het stadsleven. De stad had hen in haar greep en er was geen ontkomen aan. Het enige alternatief was een radicale herbronning.

De Duitse Wandervogel-beweging was wellicht het bekendste voorbeeld van dit soort verengingen maar ook in de Lage Landen deden deze gedachten opgeld. Een ware cultfiguur in deze middens werd de Nederlandse zenuwarts en literator Frederik Van Eeden (1860-1932). Nadat Van Eeden aanvankelijk deel uitmaakte van de literaire esthetiserende vernieuwingsbeweging van de Tachtigers, brak hij met die groepering en na aanvankelijk met het anarchisme te hebben geflirt, ging hij een spiritueel socialisme nastreven dat concreet gestalte kreeg in de door hem opgerichte coöperatieve woongemeenschap Walden.

Deze idealistische tuinbouwcommune die in 1898 in Bussum werd opgericht ging echter overkop in 1907 na kennelijk wanbeheer en diefstallen door medewerkers…Van Eeden verwierf vooral literaire roem met zijn novelle De Kleine Johannes (1885) en zijn roman ‘Van de koele meren des doods’ (1900).

De Kleine Johannes, in feite een sterk autobiografisch gekleurd wordingsverhaal in sprookjesvorm kende een enorm succes in binnen– en buitenland. Veel zoekende jongeren in Vlaanderen voelden zich aangesproken door de wonderlijke ontmoeting van Johannes met het elfje Windekind, die Van Eedens jeugdliefdes en religieuze onzekerheden weerspiegelde. Net zoals de kleine Johannes zagen ze de gemaaktheid in de gezichten van de bourgeoisie en het gekunstelde van hun gebaren. Heel af en toe zagen ze de ijdelheid, jaloezie en verveling soms door het masker breken. Zij wilden komaf maken met deze valse wereld of zoals Van Eeden het zelf schreef: “Erger dan tirannie, dan onrecht, bloedstorting, oorlog, slavernij hun voorgangers griefde, grieft den poëet, den fijn georganiseerde van onze dagen, de afschuwelijke banaliteit, de walgelijke burgerlijkheid der groote menigte. Dit is zoo sterk dat hij het goede niet anders kan voelen in hoogmoed en trots, het mooie niet dan in verfijning, in distinctie, in zelfzuchtigheid, koel, rein individualisme.”

In het begin van 1914 verenigden een aantal jongeren die lid waren van de Vlaamsche Bond in het Antwerpse Atheneum zich in de Johanneskring. Deze kring, die overduidelijk geïnspireerd was door het literaire en sociale werk van Van Eeden, had niet alleen de bedoeling de ideeën van de schrijver in een zo breed mogelijke kring te propageren maar vooral ook om te gaan leven in een sfeer van ‘geestelijke zuiverheid’ en te streven naar een rechtvaardiger maatschappij.

De onbetwistbare sterkhouder van de Johanneskring werd Lode Craeybeckx. Op 18 mei 1914 had Craeybeckx samen met zijn kameraad Christiaan Barman een brief aan de door hen verafgode schrijver gestuurd waarin ze verklaarden gewonnen te zijn voor zijn ideeën.

Van Eeden ontving hen op 27 juli 1914 en, nadat hij zich vergewist had van de ernst van hun bedoelingen, raadde hij hen aan om hun werking te oriënteren op die van de Vrije Jeugdbond in Amsterdam. Deze Bond focuste zich op pedagogische vernieuwing en Van Eeden gaf hen zelfs een introductiebrief mee. De oorlog die een paar dagen later uitbrak verhinderde echter dat de ambitieuze Antwerpenaren nog contact kregen met de Vrije Jeugdbond.

De Johanneskring wierf langzaam maar zeker meer leden, onder meer door de samenwerking met de kring rond het tijdschrift Jonge Tijd dat sinds maart 1915 verscheen als publicatie van een handvol leerlingen van de Stedelijke Normaalschool voor Jongens. Na slechts negen nummers hield Jonge Tijd er mee op maar de werking van de Johanneskring werd met de komst van jonge intellectuelen als Ger Schmook, Rob Van Roosbroeck en de dichter Victor J. Brunclair versterkt of zoals Brunclair het later verwoordde: “Tegenover dweepzucht kwam te staan realiteitszin, dandy-perversiteit maakte front tegen puritanisme, bezadigde ernst en zuivere rede ontkrachtten de agitatorisch-begeesterden.”

Deze verruiming en verdieping van de Johanneskring leidde in januari 1916 tot de naamsverandering in Vlaamsche Kring. Het opzet ging echter verder dan louter een naamsverandering want in feite fusioneerde de Johanneskring met de restanten van de vroegere Vlaamsche Bond van het Atheneum, waarvan de activiteiten sinds het einde van 1915 verboden waren door de schooldirectie. De semi-illegale werking van de ontbonden Vlaamsche Bond ging dus gewoon, zonder dat prefect Loos zich hiermee kon bemoeien, in een ander jasje verder.

Op 2 januari 1916 organiseerde de Johanneskring in de zaal van het Kunstverbond in de Arenbergstraat een ‘symfonies konzert’ dat een groot succes werd. Het bracht genoeg geld in het laatje om ‘hun werking te verwijden’.

Alles ging daarna erg snel. Op het einde van diezelfde maand bracht Lode Craeybeckx op overtuigende wijze een referaat onder de noemer “Zwijgen of spreken”. Voor de aanwezigen was het duidelijk: Ze zouden gaan spreken. In de toekomst zou de werking van de Johanneskring gefocust worden op de Vlaamse kwestie. Een paar dagen later werd collectief de beslissing genomen de Johanneskring te herdopen in Vlaamsche Kring. Zonder dat het Atheneum met name werd genoemd – officieel verenigd deze Kring scholieren van verschillende Antwerpse onderwijsinstellingen – was het duidelijk dat dit een verkapte voortzetting van de verboden Vlaamsche Bond was.

Het bestuur bestond uit voorzitter Oscar De Smet, secretaris Edward Van Hemel en penningmeester Juul Van Bek, alle drie oud-bestuursleden van de Vlaamsche Bond. Toen ze al een paar maanden later besloten aan te sluiten bij Jong-Vlaanderen, een groep jonge radicale activisten die streefden naar een autonoom Vlaanderen, hield de Johanneskring in feite op te bestaan. Brunclair beschouwde de ‘jong ontslapen’ Johanneskring evenwel als de ‘hoeksteen’ van de in 1918 ‘doelmatig georganiseerde’ Jeugdgemeente. Maar er was wel degelijk een verschil en Brunclair bleef niet blind voor utopische karakter van de werking in de Johanneskring:

“Aanvankelijk, circa 1914-1915 maakte Van Eeden en met hem Emmerson en Carlyle onder de jongeren furore. Periode van reinlevenbeweging. Sturm-und-Drang, idealisme in ’t teken der ontvoogding, stroovuurflamingantisme. Als grondtoon toch in onze geesteshouding tegenover de buitenwereld, wies het besef aan de gebreken in de maatschappelijke orde, en in dit inzicht, aangedikt zoowel door proletarisch-gekleurde tendensliteratuur als spekulatief ethische, vervatte in kiem, dan ook de verzuchting naar een beter zijn, naar een toekomstwereld, meer door fantasie voorgespiegeld dan door realiteitszin onderworpen. Deze psychische terugwerking op de werkelijkheid, – of na grondig gewetensonderzoek, was niet veeleer onkieskeurig en onkritisch verslonden lektuur de hefboom ? – ontlaadde zich uitermate primitief. Tomeloze dweeperij met ideologieën, kultus des Utopia, humanisme vormden er schering en inslag van.”

*https://jmaadewilde.wordpress.com/2020/11/10/fierheid-albrecht-rodenbach/

Geslachtenwaanzin vertaald in het taalgebruik

Onze Taal. Jaargang 72

De ideologie heeft het gezond verstand ingehaald. Een grote meerderheid heeft genoeg van de taalpolitie. Zoals uit dit vraaggesprek blijkt: is het woord “slachtoffers” (“Opfer” in het Duits) niet neutraal genoeg om de noodtoestand duidelijk te maken?

De bevolking is er gewoon niet mee bezig, wil het niet, vindt het dikke zever. Niet in Duitsland, niet in Nederland, niet in het onovertroffen land b en al zeker niet in Vlaanderen, behalve misschien bij linkse culturele bonobokringen. De Duitse staatszender ZDF hield over dit thema een opiniepeiling… en besloot ze niet mee te delen… daar de verstrekte gepeilde opinies niet strookten met de intussen poco ideologie.

Inclusieve cijferdans

Als dit geen omvolking mag genoemd worden, wat is het dan wel? Alleszins géén “verrijking”, zoals sommige ivoren-toren-bewoners beweren.

KINDEREN IN ANTWERPEN

De officiële cijfers betreffende het percentage van vreemde kinderen (migranten) tot en met 6 jaar die geboren en woonachtig zijn in Antwerpen.
Deze cijfers werden niet alleen openbaar gemaakt door het Vlaams Belang maar ook door de TV-zender ATV en zullen bijgevolg wel correct zijn. Toch wel merkwaardig dat de rode Antwerpse zender deze cijfers in het openbaar werden bekendgemaakt want zowel op de nullen- als de kleuterzender en in diverse poco dag- en weekbladen worden zulke cijfers angstvallig doodgezwegen en als racistische propaganda bestempeld.

Districten:

Borgerhout: 81,4 %
Antwerpen stad: 79,8 %
Deurne: 75,3 %
Hoboken: 69,8 %
Merksem: 68,5 %
Berchem: 60,9 %
Wilrijk: 59,8 %
Ekeren: 29,1 %
Poldergemeenten: 21,7 %

Zoals vermeld, betreft het hier kinderen van vreemde origine tot 6 jaar en wat betreft de totaliteit van het aantal kinderen over het ganse district bedraagt dit 72,3 %.
Dit betekent dus dat bijna 3 kinderen op 4 die in Antwerpen geboren worden en wonen van vreemde origine zijn.
Daarbij kan dan gesteld worden dat de overgrote meerderheid van deze kinderen van Marokkaanse en Turkse origine zijn.

Thuistaal: Op de onderwijswebstek van het Vlaamse Gewest, kleuter en lager onderwijs, vindt u onderstaande cijfers:

Op een totaal van 704.153 leerlingen is voor 539.953 de thuistaal niet-Nederlands, heeft de moeder van 558.999 kinderen een laag opleidingsniveau, verneem je bij “evolutie leerlingenkenmerken” dat slechts één cijfer fors stijgt, nl. dat van schooltoelagen, en een constante stijging van de leerlingen met als “kenmerk” thuistaal niet-Nederlands. In cijfers: schooljaar 2015-2016: 136.561 – in het schooljaar 2019-2020: 164.200.

Wel een simpel rekensommetje toont aan wat de situatie en het beeld van de inwoners van het district Antwerpen zal zijn binnen zo’n 15 jaar.
De prognose is simpel en de geboortecijfers, huwelijken met inwoners van het thuisland, familiehereniging, de toevloed van nieuwe migranten en het sterftecijfer van de huidige oudere blanke bevolking zal er voor zorgen dat het aantal inwoners in het district uit ca. 75% migranten, bijna uitsluitend moslims, zal bestaan, die bovendien steeds minder Nederlands zullen spreken bij moeder-aan-de-haard.

CRIMINALITEIT IN ANTWERPEN

In totaal werden er in 2020 14.013 gevatte daders geregistreerd. In Antwerpen zijn 41% van de gevatte daders van criminele feiten vreemdelingen.

In totaal zorgden 5.589 vreemde daders voor meer dan 15 criminele feiten per dag het afgelopen jaar. 25,30% (3.550 daden) van de feiten werd gepleegd door niet-EU-burgers en 15,7% (2.039 daden) werd gepleegd door Europese vreemdelingen. Het percentage criminele feiten gepleegd door Belgen bedraagt 59% (8.266 daden)

In 2020 was er bij burgers met Belgische nationaliteit 1 gevatte crimineel per 51 inwoners. Bij Europese vreemdelingen in onze stad was dit 1 gevatte crimineel per 36 inwoners; bij niet-EU-vreemdelingen maar liefst 1 op 16. De criminaliteitsratio bij niet-Europese vreemdelingen ligt dus meer dan 3 maal zo hoog dan bij Belgen.

De top tien van gevatte daders per nationaliteit (2020) – Onderstaande tabel geeft een vertekend beeld vermits Belgen van vreemde origine als “Belgen” beschouwd worden:

  1. Belgen 8.266 (58,9%)
  2. Marokkanen 832 (5,9%)
  3. Nederlanders 757 (5,4%)
  4. Polen 386 (2,8%)
  5. Roemenen 304 (2,2%)
  6. Fransen 221 (1,6%)
  7. Afghanen 197 (1,4%)
  8. Spanjaarden 190 (1,4%)
  9. Serven 165 (1,2%)
  10. Algerijnen 161 (1,2%)

Leeftijd: Alarmerend is het feit dat afgelopen jaar bijna 10% van de gevatte daders van criminaliteit in Antwerpen in 2020 jonger zijn dan 18 jaar (9,2%).

Dit betekent dat 3 tot 4 criminele feiten per dag , waarvan de dader gevat werd, door minderjarigen werd gepleegd.
Voor wat de korpsprioriteiten betreft, betekent dit dat 6,8% (257 daden) van de gevatte daders van drugdelicten, 9,4% (303 daden) van de gevatte daders van lichamelijk geweld, 9,5% (14 daden) van de gevatte daders van woninginbraak en 12,3% (589 daden) van de gevatte daders van overige criminaliteit worden gepleegd door personen jonger dan 18 jaar.

41% van de gevatte daders in 2020 in Antwerpen zijn jongeren tussen de 18 en de 29 jaar. Zo zijn 59% (2.287 daden) van de gevatte daders van drugdelicten tussen de 18 en de 29 jaar, 31,6% (50 daden) van de gevatte daders van fietsdiefstallen tussen de 18 en de 29 jaar, 36,1% (1.163 daden) van de gevatte daders van lichamelijk geweld tussen de 18 en de 29 jaar, 30,6% (45 daden) van de gevatte daders van woninginbraak en 42% (787 daden) van de gevatte daders van overlast tussen de 18 en de 29 jaar.

Meer dan de helft van alle gevatte daders in 2020 is jonger dan 30 jaar.

Filip Dewinter: “Etnische registratie blijft taboe”

“Vreemdelingencriminaliteit blijft in Antwerpen een taboeonderwerp. Nochtans blijkt dat 41% van de gevatte daders in 2020 in Antwerpen vreemdelingen zijn, terwijl Antwerpen “slechts” 21% vreemdelingen op het totaal van haar bevolking telt.
Het Vlaams Belang wil in Antwerpen een etnische registratie van de gevatte daders van criminaliteit realiseren. Dit betekent dat bij gevatte daders van criminaliteit telkens genoteerd wordt of er bijvoorbeeld sprake is van de dubbele nationaliteit. Aangezien de dubbele nationaliteit niet wordt geregistreerd, worden al de gevatte daders met dubbele nationaliteit als Belgisch dader geregistreerd. De cijfers i.v.m. vreemdelingencriminaliteit verstrekt door het Antwerpse stadsbestuur schetsen dan ook een onvolledig beeld van situatie. Vergeten we overigens ook niet dat jaarlijks tienduizenden (ca. 30.000 per jaar) vreemdelingen de Belgische nationaliteit verwerven.”

Filip Dewinter: “Jongerencriminaliteit alarmerend”

“Bijna één op de tien van de gevatte daders van criminele feiten in 2020 in Antwerpen zijn jonger dan 18 jaar. Zelfs meer dan de helft van de daders van criminele feiten (50,4%) zijn jonger dan 30 jaar. Een gevaarlijke evolutie! Deze jonge boefjes dreigen op te groeien tot ervaren criminelen: zij zullen de criminaliteit van de toekomst gestalte geven. De criminaliteit in Antwerpen is grotendeels in handen van jongeren met alle gevolgen van dien. Strengere straffen en een ontradingsbeleid bij jongeren in het onderwijs zijn noodzakelijk om jongeren weg te houden van de criminaliteit.”

Cijfers opgevraagd bij het stadsbestuur. Meer info over cijfers en statistieken:
William Van Kerckhoven
Fractiemedewerker Vlaams Belang Antwerpen
0497/904.419
william.vankerckhoven@antwerpen.be

SLACHTOFFERS CRIMINEEL GEWELD

1 op 10 slachtoffers van criminaliteit in Antwerpen is minderjarig

10.173 slachtoffers van lichamelijk geweld in Antwerpen tijdens Coronajaar 2020

Omvang: Uit cijfers die Filip Dewinter opvroeg bij het stadsbestuur blijkt dat er in 2020, 31.370 slachtoffers werden geregistreerd. Dit betekent dat het afgelopen jaar bijna 6% van de Antwerpenaren geregistreerd werd als slachtoffer van criminele feiten. Een opmerkelijk hoog cijfer tijdens een jaar dat hoofdzakelijk gekenmerkt werd door de periode waarin de Antwerpenaar nauwelijks de deur uitkwam en alle horeca alsook de meeste handelszaken gedeeltelijk of permanent gesloten waren.

Leeftijd: Het gros van de slachtoffers zijn personen tussen de 30 en 45 jaar: 10.233 slachtoffers werden geregistreerd als 32,6% van het totaal.

Overzicht per leeftijdscategorie:

Minderjarig: 10,5% of een aantal van 3.292 slachtoffers (9 slachtoffers per dag)
18-29 jaar: 23,1% of een aantal van 7.260 slachtoffers (20 slachtoffers per dag)
30-44 jaar: 32,6% of een aantal van 10.233 slachtoffers (28 slachtoffers per dag)
45-64 jaar: 24,7% of een aantal van 7.746 slachtoffers (21 slachtoffers per dag)
Plus 64: 9% of een aantal van 2.839 slachtoffers (net geen 8 slachtoffers per dag)

Korpsprioriteiten: Het merendeel: 10.173 (32,4%) van de geregistreerde slachtoffers, werden het slachtoffer van lichamelijk geweld

Overzicht per korpsprioriteit:

Lichamelijk geweld: 10.173 slachtoffers (32,4%)
Overlast: 3.327 slachtoffers (10,6%)
Fietsdiefstal: 3.201 slachtoffers (10,2%)
Woninginbraak: 2.370 slachtoffers (7,6%)
Andere: 12.331 slachtoffers (39,3%)

Mannen/Vrouwen: 56% of 17.656 van de geregistreerde slachtoffers het afgelopen jaar waren mannen, 44% of 13.714 geregistreerde slachtoffers was vrouw. Voor wat de opsplitsing per leeftijdscategorie en korpsprioriteit betreft, geeft dit het volgende beeld:

Minderjarig: 1.755 mannelijke slachtoffers en 1.537 vrouwelijke slachtoffers
18-29 jaar: 3.955 mannelijke slachtoffers en 3.305 vrouwelijke slachtoffers
30-44 jaar: 5.804 mannelijke slachtoffers en 4.429 vrouwelijke slachtoffers
45-64 jaar: 4.662 mannelijke slachtoffers en 3.084 vrouwelijke slachtoffers
Plus 64: 1.480 mannelijke slachtoffers en 1.359 vrouwelijke slachtoffers

Lichamelijk geweld: 5.654 mannelijke slachtoffers en 4.519 vrouwelijke slachtoffers
Overlast: 1.961 mannelijke slachtoffers en 1.366 vrouwelijke slachtoffers
Fietsdiefstal: 1.811 mannelijke slachtoffers en 1.390 vrouwelijke slachtoffers
Woninginbraak: 1.294 mannelijke slachtoffers en 1.082 vrouwelijke slachtoffers
Andere: 6.925 mannelijke slachtoffers en 5.406 vrouwelijke slachtoffers

Meer agressie en verruwing tijdens Covid:

Filip Dewinter: “Ondanks de Coronaperiode blijft het aantal geregistreerde slachtoffers van criminaliteit in Antwerpen erg hoog: 31.370 slachtoffers. In Antwerpen had je in 2020, één kans op twintig om het slachtoffer van criminaliteit te worden. In vergelijking met de vorige jaren daalt het aantal slachtoffers en dat is ook logisch gezien het feit dat nauwelijks iemand de deur uitkwam wegens de Corona-omstandigheden.
Dat één op tien van de slachtoffers minderjarigen zijn, baart ons zorgen. Vooral het feit dat bijna 40% (10.173 registraties) van alle slachtoffers, slachtoffer zijn van lichamelijk geweld, wijst op meer agressie en verruwing van de samenleving”

Afsluitend dit diversiteitsverkooppraatje van de Stad Antwerpen onder de deskundige burgervader BDW. Noteer dat het omvolkte Antwerpen quasi heel Afrika ondersteunt…

We noteerden dit opmerkelijk citaat: “Afrika is tot mij gekomen, i.p.v. ik naar Afrika…”

“We kunnen het ook laten…”

Herinnert u zich Heinz Erhardt, die in zijn rol van onbeholpen bijna medelijdenopwekkende deemoedige Duitser-van-na-de-oorlog de harten veroverde? Ondanks zijn opgepoetst Calimerogehalte was hij een taaltovenaar die met enkele zinnen een verhaal kon vertellen, een eigenschap die, sinds “begrijpend lezen” op school – ja, ook in Duitsland – een probleemvak geworden is (samen met wiskunde, wetenschappen…), ergens in de loopgraven van de verrijking verloren gegaan is…

Bij dit fragment verwijzen wij naar het vorige artikel over de heksenjacht op ‘t Scheldt. Had hun redactie “het moeten laten” om te kunnen blijven overleven?

Ook onze redactie worstelt met die existentievraag. Dikwijls – dagelijks – overwegen we, herschrijven we teksten om niet het risico te lopen in de poco vergeetput te belanden. Dansen op een slappe koord…

Duitse Grünen verwerpen racistische naam van gemeente

Het gaat om de gemeente van Negernbötel in het noorden van Duitsland, in Sleeswijk-Holstein. Wie enigszins met het land en met de taal vertrouwd is, weet dat het Plattdüütsch*, de volkstaal is die veel gelijkenissen heeft met het Nederlands.

De groene jongeren, nog niet helemaal droog achter hun oren, willen nu dat de gemeente haar naam verandert, want… alle vormen van racisme moeten consequent verbannen worden.

De naam van de gemeente ontstond in 1306 en betekent “dichter bij de nederzetting”. Daar hebben de groene jongens en meisjes geen oren naar want door de geliefde multicul worden dialecten niet of nauwelijks begrepen met als gevolg dat zij zich op hun mondiale tenen getrapt voelen als zij merken dat zelfs in het “wir schaffen das”-importland bij uitstek een gemeente de onderdrukking van gepigmenteerde mensen in het blazoen draagt.

Zo zit dat. Bovendien vrezen de groene jongens en meisjes dat eventuele bedrijven die zich in de toekomst, na de coronacrisis, zich ergens in de regio willen vestigen Negernbötel links (sic.) zullen laten liggen omdat zij op hun adreskaartje liever een minder stigmatiserende plaatsnaam, zoals bv. Grünhausen, willen gedrukt zien. Maar… tegelijkertijd mag niet de indruk ontstaan dat ze de bevolking van Negernbötel willen stigmatiseren:

„Natürlich bedeutet das nicht, dass die Einwohner*innen des Dorfes rassistisch sind, aber es bedeutet, dass wir ein Wort, welches für Rassismus, Unterdrückung und Mord an Black, Indigenous, People of Color steht, ehren und uns keine Gedanken darüber machen.“

Zoals u ziet hebben de groene jongens en meisjes niets tegen de verbastering van de Duitse taal, zolang het maar niet-kwetsend is voor de importburgers.

*https://www.plattdeutsches-woerterbuch.de/

PP

Gedachten in gedichten

Quill Clipart Blue Feather - Icon Png Feather Icon - Free ... - Nohat - Free  for designer

Opgedragen aan Jo Haazen: “Consonantia perfecta”,

door Aleidis Dierick

De reine kwint, de grote terts… 
in de toren van porfier
in het hoog en heilig duister 
speelt gij, beiaardier,
duwt met vuisten en met voeten
voor wie opkijkt 
voor wie luistert
de hemel op een kier.

Zuiver als het wolkenwater, 
Blinkend als het vogeldons 
Legt gij klanken op de straten, 
Heerst alléén, boven de daken. 
Uit de toetsen, uit pedalen 
Uit het zingend klokkebrons 
Legt gij handen
Van muziek op ons.  

Klepels, draden, ophangveren, 
stokken van een stroef klavier ; 
trillen gaat de blauwe kosmos, 
ruimten trillen in respons 
en in zuiverlijk begeren 
horen muziek der sferen, 
hoort de stad onder de regen 
hoe uw hart zingt, beiaardier.

En ons hart wordt opgeheven 
naar de tuinen der mystiek, 
in uw lied komt gij ons geven 
klanken uit een ander leven, 
gij zijt Gods’ avonturier. 
Sla de hamers op de wanden, 
bind ons met de sterkste banden,
preek de liefde, beiaardier.  

Bron: Consonantia

Het Wilhelmus is jarig

Vlag Oranje-blanje-bleu | MARNIXRING

Op 1 mei 1932 wordt het Wilhelmus het Nederlandse volkslied.

Tot 1932 was het Wien Neêrlands Bloed.

Het Wilhelmus, daterend uit ca. 1570, geldt als het oudste volkslied ter wereld. De auteur van het lied bleef lang een nobele onbekende. (Wikipedia) Het werd door de eeuwen heen aan de meest diverse namen toegekend: Bathasar Houwaert, Adrianus Saravia, Willem van Haecht, Dirck Volckertszoon Coornhert, enz. enz. Meest geciteerd in de reeks van mogelijke auteurs bleef Marnix van Sint-Aldegonde. Echter zonder zekerheid.

De Brabander Mike Kestemont, literatuurwetenschapper verbonden aan de Universiteit Antwerpen heeft enkele jaren geleden, in samenwerking met onderzoekers uit Utrecht en Amsterdam, de digitale methode op het Wilhelmus toegepast.
Even leek het dat Marnix inderdaad als auteur zou worden bevestigd. Maar na bijkomende vergelijking met nog meer schrijvers uit de 16de eeuw kwam een totaal onverwachte naam uit de bus. Absolute zekerheid zullen wij wellicht nooit krijgen maar de meest waarschijnlijke naam als dichter van het Wilhelmus is: Pieter Datheen!

Petrus Datheen | Petrus Datheenschool Rotterdam

Wie was Pieter Datheen? In mijn boek “Kinderen van de Beeldenstorm. Tien bekende, beruchte of vergeten Zuid-Nederlanders in de geuzentijd” bespreek ik uitvoerig de figuur van Pieter Datheen (1531-1588), beter bekend onder zijn Latijnse naam Petrus Dathenus.
Hij was een leidende figuur van het radicaal calvinisme in de zuidelijke Nederlanden. Pieter werd geboren op de Kasselberg, vandaag in Frans-Vlaanderen, en studeerde aanvankelijk geneeskunde, plantkunde en theologie.

In zijn tijd werd hij snel beroemd als begaafd volksredenaar, vertaler van de eerste Nederlandse psalmenvertaling en van het Heidelbergse catechismus. Door B.J.W. de Graaff wordt hij geprezen als ‘Nederlands grootste reformator der 16de eeuw’.
Rond 1570, in de periode dat het Wilhelmus werd geschreven, was hij nog zeer verwant met Willem van Oranje. Later zal Dathenus zich verzetten tegen de religieuze politiek van Oranje en zo in disgratie vallen. Dit kan de reden zijn dat zijn naam nooit als auteur van het Nederlands volkslied werd gemeld. Zijn psalmenvertaling bevestigt dat hij over het nodige talent beschikte: Dathenus had niet alleen een goede pen maar beheerste ook muziek en zang.

N.a.v. bovenstaande tekst van Wido Bourel gingen wij op zoek naar meer gegevens over Pieter Datheen. En vonden deze uitgebreidere levensbeschrijving:

Lees verder

“Belgisch spreektaal”probleem

Navigatiestemmen | TomTom

Op Avaaz doet een petitie de ronde, “Behoud van de Belgische spreektaal in kindertelevisie.”, gericht aan min. van jeugd en media, Benjamin Dalle, die op zijn minst getuigt van een wereldvreemdheid, of eerder een Vlaamsvreemdheid, van de indienster. Naar verluidt is deze een psychologe, Ellen V., die zich stoort aan de Nederlandse versies van Disney+ en Netflix-uitzendingen voor kinderen. We citeren:

“Het viel me op dat streamingdiensten zoals Disney+ en Netflix bijna uitsluitend Nederlands-Nederlandse versies uitzenden. Als mama van een 5-jarige maar ook als psycholoog baart het me zorgen dat de Belgisch-Nederlandse versies dreigen te verdwijnen. Omdat ik merk dat ik niet de enige ben, wil ik jullie stem ook laten horen.
Zijn jullie ongerust over de trend die zich lijkt door te zetten? Teken dan deze petitie voor het behoud van Belgisch-Nederlandse versies. Bedankt!”

Wat is het probleem??? Vreest Ellen als “mama” en als “psychologe” dat haar vijfjarige zoon/dochter/x/? psychisch mishandeld wordt als haar kleuter naar zgz. “Nederlands-Nederlands” ingesproken filmpjes kijkt? Wat verstaat Ellen onder “Belgische spreektaal”? Is het West-Vlaams, Limburgs, Gents… of… de taal van Gaston Berghmans?

Spreekwoord paarden en zadel