De EU bedreigt vijf lidstaten:

Digitising EU law production | ISA²

Bulgarije, Finland, Polen, Zweden en zelfs… het land b om een EU-kaderbesluit van 2008, dat “manifestaties van racisme en vreemdelingenhaat” strafbaar verklaard heeft, zo snel mogelijk volledig in de nationale wetgeving op te nemen.

De brandbrief herinnert eraan dat deze tekst, dat door de Europaraad op 28 november 2008, onder de titel VI van het EU- verdrag aangenomen werd, eist dat elke lidstaat “de nodige maatregelen treft” om te verzekeren dat “de publieke opruiing tot haat of geweld tegen een groep van personen of een lid van een dergelijke groep met een max. straf van minimum 1 – 3 jaar gevangenis” wel degelijk omgezet wordt.‘ En niet uit exclusief de b.g. terminologie, maar ook refererend naar “ras, huidkleur, religie, afstamming, nationale of etnische oorsprong”, maar ook “de publieke verheerlijking, logenstraffing of grove banalisering van genocidemisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.”

De tekst verlangt ook dat de lidstaten in geval van een strafdaad “racistische of vreemdelingenvijandige motivatie als verzwarende omstandigheid beschouwd wordt” en eist dat deze regels “ten laatste tegen 28 november 2010” dienden vervuld te worden.

Kortom: een goede verstaander begrijpt dat dit “kaderbesluit” onder de dekmantel van “racismebestrijding” in werkelijkheid tot doel heeft al degenen in Europa tot zwijgen te brengen die het wagen de invasie van ons continent en diens islamisering aan te klagen – dit met de vriendelijke hulp van de EU als bondgenoot.

In de brandbrief aan de b.g. vijf landen stond vermeld dat de Bulgaarse en belgische wetgeving het niet toelieten “racistische en vreemdelingenvijandige motieven als verzwarende omstandigheden voor een misdrijf in overweging te nemen”. Tevens vindt de EU-commissie dat Bulgarije, Finland, Zweden en Polen in verschillende mate de “criminalisering van de verheerlijking, de ontkenning en de grove banalisering van internationale misdrijven en van de holocaust” niet correct in de eigen wetgeving omgezet hadden en had bijzondere kritiek op Finland, dat nagelaten had te besluiten dat racismemisdrijven zonder een tussenkomst van het slachtoffer onderzocht en vervolgd kunnen worden. Polen kreeg ook een oorvijg omdat het “de voorschriften over de opruiing tot racistische en vreemdelingenvijandig geweld niet correct in de eigen wetgeving omgezet had.”

Tenslotte heeft de EU-commissie hen allemaal een ultimatum van twee maanden gesteld om de b.g. punten te verduidelijken en te beantwoorden. Indien hieraan niet voldaan wordt, behoudt de EU-Commissie zich het recht hen tot de orde te roepen, die tot een klacht bij het EUropees Gerechtshof zou kunnen leiden.

 Présent