Gedachten in gedichten

dichterWapenstilstand

Gewoon maar een steen die gekanteld lag.
(Steen van Merkem waarop een Vlaams soldaat had geschilderd: hier ons bloed, wanneer ons recht)
Gewoon maar een soldaat die hem liggen zag
als puin tussen puin langs een muur
want het dorp en de wereld waren vernield,
wat heeft hem, vermoeid waar hij zat, bezield
om profeet te zijn in dat uur?
De hand die biet beeft houdt de boze kwast
voor het ongeduld van de letters vast
en schrijft zonder stem: Hier ons bloed,
daaronder opstandig: wanneer ons recht?
want niets wat tevoren werd toegezegd
maakt het zeer van de inzet zoet.
Gewoon een soldaat die gevallen is
in de winterkou in de wildernis
in de zomer van zeventien,
gewoon maar een steen met een grote wens
die tegen de grond ging en die geen mens
in zeventien jaar heeft gezien.
Maar een steen des aanstoots geworden, een steen die staat tegen alles en iedereen
en terecht op de plaats waar hij staat,
de steen van nimmer geloste schuld
de steen van Vlaams ongeduld
én de steen van de Vlaamse staat!
(Anton van Wilderode, IJzervedevaart 1978)

Dit is de ballingschap van onze weide,
de verre tocht door de woestijn:
de toekomst ligt in het bevrijde
land dat nog te velen mijden
maar dat alleen ons land kan zijn.

Dit is de afstand van de liefste toren,
gesteend gegroeid tot monument
voor hen die wij nog altijd horen,
hun roep om vrede steeds herboren,
hun recht tot op vandaag niet toegekend.

Dit is de hoop, de opdracht die wij dragen
in elke palm van elke hand:
wij zullen niet en nooit versagen,
wij staan standvastig in de trage
maar rechte opgang naar ons enig land.
(Gust Peeters, 11 november 2014)

Eén gedachte over “Gedachten in gedichten

  1. Mooi gedichten. Maar wat ik erin mis is de zweepslag van een pater Stracke, die dit tamme volkje de meedogenloze lessen uit onze geschiedenis durfde voorhouden en hen durfde voorhouden dat ze zich zat drinken aan een voos en dom romantisme, dat in plaats van krachten te bundelen, krachten verteert en sloopt. Dit volkje houdt van woorden en beelden van gevechten en van roem, om gemakkelijker de eigen lafheid te vergeten.
    Hij verklaarde tevens niet zo een groot bewonderaar te zijn van de ‘Gulden sporenZEGE’ omdat ze geen werkelijke zege was, een zege blijvend van aard, maar een zege die moet beschouwd worden in al haar gruwelijke gevolgen. In en door innerlijke twisten werd de zege vernietigd. Op 1302 volgt 1328 : de vernietiging van Zannekins leger bij Kassel. Op 1328 volgt 1345 : de moord op Artevelde, te midden van allerlei muiterijen. Op 1345 volgt 1382 : de rampzalige nederlaag bij Roosbeke, waar het gehele Vlaamse leger van Filips van Artevelde werd vernietigd. En we kunnen nog wel een poosje doorgaan, denk aan het Verdrag van Münster dat ons de doodsteek gaf.

    Wij lijden nog steeds nederlaag op nederlaag en drinken ons inderdaad zat aan de enkele grote mannen uit ons verleden.
    Hoe is het zover kunnen komen? Afwezigheid van een echte staatsman, afwezigheid van een staatsbouwer en handhaver, afwezigheid kortom van bekwaam gezag dat altijd de grondoorzaak is van verval.

Reacties zijn gesloten.