Moeten de sprookjes herschreven worden?

Inclusief.  Iedereen hoort erbij.  Sinterklaasliedjes worden door de politiek-correcte mangel gedraaid.  Is het dan geen tijd om de sprookjes eens onder de loep te nemen?  Wanneer wordt ‘Sneeuwwitje‘ ‘Koolzwartje‘?  Houdt er iemand rekening met de gevoelens van ‘Klein Duimpje’?  Moet de heks in ‘Hansje en Grietje’ per se blank zijn? En wie vindt de marteling van de ‘Prinses op de erwt’ toelaatbaar?  Zijn er geen gele, bruine of zwarte prinsessen, koningen e.d.  in het sprookjesland?  Moeten Grimm en Andersen postuum voor het EHRM gedaagd worden?  Komt er een verbod op hun omstreden schrijfsels?  Diversiteit.  Verdient de mens-met-een-beperking  geen plaatsje in onze sprookjesboeken? Tot slot: waarom zou Sneeuwwitje niet in een Limburgse peer mogen bijten?

Wij hebben zo onze bedenkingen.  Het kan ook anders. Enkele impressies aangepast aan de moderne tijd:

FVE

 

8 reacties op “Moeten de sprookjes herschreven worden?

  1. Ze kunnen alvast beginnen met de Arabische sprookjes van “duizend en een nacht” te veranderen in “duizend en een nachtmerrie “

  2. Sprookjes moeten herschreven worden, punt uit.
    Ik geef een voorbeeld.
    Ergens in een klein land waar het goed was om leven zat een boze koning op de troon. Hij liet zich omringen door ministers en staatssecretarissen die mogelijk nog bozer waren dan de koning zelf. In het land leefden mensen die Vlaams spraken en mensen die Frans spraken. De boze koning trok altijd partij voor de mensen die Frans spraken, en zijn ministers en staatssecretarissen mogelijk nog meer. Verschillende koningen hadden deze praktijken al van generatie op generatie doorgegeven. Tot op een bepaald moment de ministers beslisten om exotisch gekleurde mensen naar het welvarend land te halen om zogezegd voor het pensioen van de inheemse bevolking veilig te stellen. Waar de ministers en de koning geen rekening mee gehouden hadden was dat deze exotische mensen andere “gewoontes en waarden?” hadden. Zij hadden een ander geloof, liepen heel anders gekleed, en konden zich niet vinden in de plaatselijke gewoontes en waarden. Op één uitzondering na, alles wat met centjes te maken had die hen overvloedig en zonder werken werden toegestopt werden gretig aanvaard, maar zonder dank. De Vlaams sprekende mensen in het landje die al decennia werden uitgewrongen om de Frans sprekende mensen overeind te houden werden het citroen gevoel moe. Er kwamen slimme meneren/madammen die er anders over dachten, en die legde de koning en ministers, en staatssecretarissen het vuur aan de schenen. Doch de “gevestigde waarden” maakten met ondemocratische processen, en met oprichting van een centrummeke deze slimme mensen monddood. Alle media die in het landje (zwaar gesubsidieerd) hun dag week en maandbladen verkochten werkten hier gretig aan mee. Ook in TV land deed men meer dan zijn duit in het zakje om deze mensen af te schilderen als racisten, wilden, mestkevers, xenofoben, en dergelijke. Maar dat dit een grove leugen was hadden velen niet door. De exotisch gekleurde medemensen begonnen kindjes te maken aan een hoog tempo, nooit gezien in het welvarend landje. En als de kindjes naar school moesten veegden zij daar openlijk hun broek aan. De school resultaten waren navenant. Om die reden konden zij ook geen werk vinden en gingen dan maar net zoals hun ouders met de pollekes open staan, waar dan de centjes weer invloeide zonder te werken. Zuj zagen hoe de inheemse bevolking die wel werkte met een mooie auto reed, en dat leek hun ook wel wat. Maar de gekregen centjes waren niet voldoende, dus werd er een auto “geleend” of een paar inbraken gepleegd om de centjes voor zo een auto bij elkaar te krijgen. Een beetje verhandelen van drugs kwam ook handig van pas. De samenleving in het welvarend landje was zo danig verstoord dat noch koning, minister of staatssecretaris wist van welk hout pijlen maken, en daarom zochten zij hun redding bij een nog groter circus, genaamd EU. Het monsterlijke gedrocht zorgde voor nog meer import van exotische mensen, de belastingen werden nog hoger. Men mocht zelfs de stofzuiger van zijn eigen keuze niet meer kopen, de banaan mocht niet te krom zijn, en zo voort en zo verder. De koning die in zijn paleis zat met vrouw en 4 kindjes had voor dit alles geen oog. Hij kwam immers zelf niets te kort. De Vlaams sprekende werden bozer en bozer, zelfs zo boos dat ik het einde van het verhaal niet durf schrijven.

    • Mooi sprookje ! Het deed me zelfs denken aan een bepaalde toestanden , maar dat zal mijn fantasie geweest zijn . Het is nu wachten op het vervolg , tenslotte bijna alle sprookjes kennen een “happy end” , denk maar aan sneeuwwitje die tenslotte in een smaakvolle limburse peer beet. Ik verwacht van Walter Grimm een boze koning die in een kikker veranderd en voor consumptie beschikbaar wordt omwille van zijn “billekes” . Ik verwacht dat Onckelincks , een van de correcte boze heksen, verongelukt tijdens een rit met haar bezem nadat haar spiegel barste , toen ze vroeg wie de mooiste in het land was. Ik hoop verder dat ons getint leefloonsteuntrekkend volk begint aan een tocht van meer den 40 jaar door de woenstijn , ver weg van het land van boter , honing en het OCMW

      • Beste Rene,
        Ik ben bang, en velen met mij dat dit sprookje geen “happy end” zal krijgen. Een vervolg misschien nog wel, al zal dat niet voor moren zijn.

  3. Alles kan erger. De New York Times wijdde een heel artikel aan de nefaste boeken van Shakespeare en Charles Dickens. In De Koopman van Venetië voert Shakespeare de woekeraar Shylock op en legt hem ook nog de woorden:
    ‘you take my life, when you do take the means, whereby I live’ in de mond als hij na het proces zijn woekerpraktijken niet verder kan uitvoeren. Dat Shakespeare van zijn andere personages ook geen heiligen maakt, wordt door de NY Times totaal vergeten, dat mag, zolang we die Shylock maar hertekenen.
    Dickens Oliver Twist kreeg het al even erg te verduren door de figuur van Fagan, naast Fagan duiken in dat werk ook andere bandieten op. Maar ook die worden in het artikel en als tegengewicht voor Fagan niet vermeld want ze roepen geen anti-semitische gevoelens op.
    Wij moeten onze mening over beide heren herzien want ze hebben de wereld veel kwaad gedaan. Dus een herbewerking van deze meesterwerken is dringend nodig.
    Dat weglaten en/of herwerken zijn we intussen al wel gewoon geraakt. Schoolvoorbeeld hiervan is het Europees lied. ONZE Beethoven vond Schillers gedicht ‘Ode an die Freude’ zo mooi dat hij het op muziek zette. Helaas komt in dat gedicht ook de zin ‘Brüder gält es Gut und Blut’ voor en dat vond men toch iets te gortig, dat Schiller diegenen als broeders beschouwde die bodem en bloed deelden. Dus weg daarmee.

  4. Sprookjes leren ons hoe plots iets wat vreemd was opdook en vorm kreeg. In de oude sprookjes was er het gevecht tussen goed en kwaad, waarbij het goede overwon. Tot in de 16de eeuw Repelsteeltje opdook en met Repelsteeltje de LIST.

    • Er zijn volgens mij nog sprookjes met een list: “Hansje en Grietje” bv.
      Door steeds een dun takje door de tralies te steken in plaats van zijn vinger bleef de heks denken dat Hansje nog niet vet genoeg was om op te eten. Er is ook “Peau d’âne” of het meisje met het ezelsvel die zich zo probeerde te onttrekken aan de lusten van een oude koning.

Reacties zijn gesloten.