Wij vragen een ander en beter Europa

EU: laat ook de Vlamingen hun zeg doen

Tijdens een langverwachte toespraak over de Europese Unie (EU) zette de Britse conservatieve premier David Cameron uiteen hoe hij de toekomst van zijn land ziet binnen de EU. Hij vraagt de kiezers om een mandaat om de positie van Groot-Brittannië binnen de EU te heronderhandelen. Op basis van de resultaten van die heronderhandelingen mogen de Britten zich bij referendum uitspreken over de vraag of hun land al dan niet in de Europese Unie moet blijven.

Wie kan zichzelf een democraat noemen en daar iets op tegen hebben? Nogal wat mensen, blijkbaar. De reacties in het eurofederalistische kamp (de voorstanders van de Europese superstaat) waren behoorlijk hysterisch: Cameron speelt met vuur, zijn voornemens zijn gevaarlijk, hij beschouwt de Europese Unie als een zelfbedieningsrestaurant, een Spaanse herberg of een supermarkt… Inhoudelijke argumenten tegen het voornemen van de Britse eerste minister werden niet of nauwelijks gehoord.

Cameron kreeg het verwijt dat hij met zijn toespraak eigenlijk gewoon de eurosceptische UK Independence Party (UKIP) en de opstandige parlementsleden in zijn eigen fractie tot bedaren wil brengen. En wat dan nog? De Europese Unie is een thema dat de publieke opinie in Groot-Brittannië, vooral in Engeland, wel degelijk bezig houdt. Het debat wordt er op het scherp van de snee gevoerd. Mocht er nu een referendum zijn over een mogelijk uittreden uit de EU, wijzen de opiniepeilingen momenteel op een meerderheid die daar positief op antwoordt.

Ivoren toren

David Cameron is overigens zelf geen voorstander van een mogelijke Britse exit (Brexit) uit de EU. Hij gelooft dat het mogelijk is de Europese Unie te hervormen, of ervoor te zorgen dat er meer bevoegdheden in eigen land gehouden worden. De Britse conservatieven willen een lichtere, flexibele EU, geen politieke unie die zich met van alles en nog wat bezighoudt.

Hoe men het ook draait of keert, Cameron heeft een nuttig en noodzakelijk debat aangewakkerd. Het gaat om veel meer dan alleen maar de positie van Groot-Brittannië binnen de Europese Unie. De onvrede over het functioneren van de EU groeit ook in andere lidstaten. Vanuit hun ivoren torens in Brussel en Straatsburg lijken de eurocraten en andere beroepseuropeanen niet te beseffen wat voor een kloof er gaapt tussen hun beleid en de mening daarover bij de man/vrouw in de straat.

Pest of cholera

Verder aanmodderen zoals men nu bezig is, of een blinde vlucht vooruit naar de totale Europese superstaat, zoals Verhofstadt en co willen: het is een keuze tussen pest en cholera. Er zijn andere opties mogelijk. Het wordt hoog tijd dat het debat dáárover wordt gevoerd. Dat debat gaat over twee zaken: waar willen we naartoe met Europa, en hoe willen we dat bereiken?

Wat de methode betreft, kan rustig gesteld worden dat het gebruik maken van een referendum revolutionair is. De grote afwezige in het debat over Europa, de kiezer, wordt immers voor het eerst uitgenodigd om mee te beslissen. Men zou kunnen opwerpen dat er in het verleden al referenda geweest zijn, bijvoorbeeld in Frankrijk, Nederland en Ierland over de Europese Grondwet (Verdrag van Lissabon) en dat de EU zich niets van het resultaat aangetrokken heeft. In het licht van de economische recessie, de eurocrisis en de nog meer fundamentele vraag die nu gesteld wordt, is het weinig waarschijnlijk dat de wil van de kiezers even brutaal genegeerd kan worden als toen. Wie dat overkokende potje probeert af te dekken, krijgt het deksel finaal op zijn neus.

En Vlaanderen?

Het spreekt voor zich dat ook de Vlamingen zich bij referendum moeten kunnen uitspreken over Europa. Het principe ‘No taxation without representation’ geldt immers des te meer voor de grootste nettobetalers in heel de EU. Het zou overigens de allereerste keer zijn dat er in Vlaanderen een breed debat over de Europese Unie zou gevoerd worden. De talrijke tegenstanders van een referendum beweren dat de verkiezing voor het Europees Parlement, om de vijf jaar, een gelegenheid tot debat is. Dat is een cynische grap, want deze verkiezing valt altijd samen met die voor het Vlaams Parlement, zodat de Europese thema’s (niet onbegrijpelijk) helemaal ondergesneeuwd worden door de ‘Vlaamse’ thema’s. En in mei 2014 zijn er tegelijk ook nog eens federale verkiezingen. Het enige wat sommigen zich nog zullen herinneren van de jongste Europese campagne, in 2009, was het belachelijke non-debat in de Zevende Dag waarin Verhofstadt en Dehaene (andere kandidaten werden niet uitgenodigd) elkaar voortdurend zaten gelijk te geven.

Het Europees Parlement is bovendien geen echte volksvertegenwoordiging aangezien er geen Europees volk bestaat, maar wel 27 lidstaten met eigen visies, noden en problemen. De meeste kiezers hebben ook geen enkel zicht op wat hun vertegenwoordigers in Straatsburg uitspoken, wat dan weer extra ruimte schept voor (meestal linkse) wereldvreemde houdingen en beslissingen. Wie weet bijvoorbeeld dat de N-VA al sinds 2009 deel uitmaakt van de groene fractie in het Europees Parlement, en daar de meest waanzinnige voorstellen voor nog meer Vlaams geld naar de EU, en nog meer massa-immigratie enthousiast goedkeurt?

De op zijn zachtst gezegd gebrekkige werking van de indirecte (vertegenwoordigende) democratie moet gecompenseerd worden door het invoeren van de directe democratie. De traditionele partijen moeten dus ophouden met de kiezers te wantrouwen en te minachten. De kiezers hebben nu het – terechte – gevoel dat ze geen invloed hebben op het EU-beleid. Door een referendum in te voeren, zijn het de kiezers die beslissen.

Balans

De tijd is gekomen om een balans op te maken van het functioneren van de EU. Toen ‘Europa’ nog gewoon een eengemaakte markt was, ging alles goed. Toen de federalisten heimelijk een economische unie hebben laten evolueren naar een politieke unie, zijn de grote problemen gekomen. De euro bracht niet het land van melk en honing, maar werd een factor van instabiliteit, van conflict en van collectieve verarming. De Schengen-ruimte waarin geen binnengrenzen meer zijn, maar waar de buitengrenzen zogezegd zouden gecontroleerd worden, is een zo mogelijk nog grotere mislukking dan de euro. Er is nog meer immigratie gekomen, aangevuld met actieve EU-tegenwerking tegenover de lidstaten die wel nog hun grenzen willen beschermen.

Het perverse aan de situatie is dat de eurofederalisten hun eigen mislukkingen willen gebruiken als argument voor een nog loggere EU. In die optiek moet de EU zich ook nog eens gaan bezighouden met het begrotingsbeleid, het fiscale beleid en zelfs het sociale beleid van de lidstaten. Dat betekent dus nog minder democratische controle vanuit de lidstaten.

Er moet een ander en beter Europa komen. De interne markt moet blijven. Verdere vrijwillige samenwerking tussen soevereine, vrije Europese landen is ook mogelijk. Geval per geval. Artikel 48 van het huidige Verdrag bepaalt trouwens dat er ook bevoegdheden naar de lidstaten terug kunnen, naar het bestuursniveau dat de meeste zaken zelf beter en efficiënter kan regelen. Een Copernicaanse revolutie is wat Europa nodig heeft, niet meer of niet minder.

Philip Claeys

Nvdr: dit artikel werd enkele weken geleden geschreven, maar heeft aan actualiteitswaarde niets ingeboet.  De schandelijke bankkraak in Cyprus is slechts het begin van een evolutie naar een totalitaire superstaat, waar niemands eigendom nog veilig is voor de EU-waanzin.

2 reacties op “Wij vragen een ander en beter Europa

  1. Voor iedereen die tussen de lijntjes kan lezen, en dat is helemaal niet moeilijk want Philip Claeys spreekt zeer onomfloerste taal, is het duidelijk dat Europa door alle links-progressieve partijen (en dat zijn ze bijna allemaal die in hun naam de woorden “sociaal” of “democratisch”, of beide, hebben staan alsook de groenen) in de richting van een communistische unie wordt gestuurd. De top wil de macht in handen krijgen en op dictatoriale wijze Europa besturen. Lidstaten zullen volledig afhankelijk worden en moeten dansen naar de pijpen van een gecentraliseerd bestuur. Daarna zal de persoonlijke vrijheid er moeten aan geloven.

Reacties zijn gesloten.