Vooraleer de kerstman komt…

… gaan we het  nog even over Sint Niklaas hebben

Nog maar eens.  Als afsluiter van 2013, want we bereiden ons voor op een nieuw Sinterklaasoffensief in 2014.  Wij weten in elk geval al wat we aan de lieve Sint gaan vragen…

Goedheilig man een racistische kapoen?

Eind oktober eiste een Jamaicaanse hoogleraar, ene Verene Sheperd, de onmiddellijke afschaffing van onze eeuwenoude Sinterklaastraditie. En ook al kan Sheperd als onderzoeker aan het Hoge Commissariaat voor de mensenrechten van de VN helemaal niet namens de internationale gemeenschap spreken, voor beroering zorgde ze zeker.

Origineel was Sheperd nochtans niet. Integendeel, de eis weerklinkt jaarlijks, en dat al sinds een aantal mei 68’ers destijds het bestaan van racisme en zelfs kolonialisme en slavernij ontdekten in de knechtenrol van Zwarte Piet. Wellicht waren ze toen ietwat onder invloed van papaver of andere wortelknollen… Maar in de huidige politiek-correcte tijden, waarin kerstbomen en straatnamen her en der moeten verdwijnen, denken een aantal zogenaamde antiracisten, waaronder Sheperd, steeds meer hun kans schoon te zien om ook met de medewerker van de Sint eens en voorgoed af te rekenen. Tenslotte is de weg al ingezet: op sommige plaatsen moeten zwarte pieten reeds plaatsmaken voor “regenboogpieten”… Een soort van levende M&M-bollen, met groene, blauwe en gele gezichten.

Geen draagvlak

Helaas voor hen bleek de Sinttraditie voor vele mensen iets heiligs. Zeker in Nederland, waar men nog de pakjesavond kent en waar het kinderfeest intenser wordt beleefd dan bij ons. In minder dan geen tijd ondertekenden meer dan een miljoen noorderburen de ‘Pietitie’ ter behoud van het fenomeen Zwarte Piet. En onze antiracistische vrienden hadden het kunnen weten: reeds in 1998 bleek uit een Nederlands onderzoek dat 96 procent van de bevolking geen discriminatie kon bemerken in de verhouding tussen Sint en Piet. Opvallend is ook dat Piet enkel een probleem blijkt te zijn van een paar blanken. In een Terzake-reportage in de Brusselse Matongé-wijk was bijvoorbeeld te zien dat de zwarte medeburgers het Sintgebeuren niet als vernederend ervaren.

Een verbod is uiteraard te gek voor woorden. Maar men kan zich terecht afvragen waar nu precies het racisme en het kolonialisme of de slavernij zou zitten in de kleurrijke Sintfolklore die zovele mensen de allermooiste jeugdherinneringen bezorgd heeft. Zwarte Piet draagt bij ons weten toch geen boeien? Welnu, met enige kennis van traditie en folklore had onderzoekster Verene Sheperd  zich nooit aan de Sint kunnen storen, zo blijkt.

Gerard David 011.jpgNiet enkel in onze contreien, maar in grote delen van Europa wordt de heilige Nicolaas gevierd met een groots kinderfeest. En dit al vele honderden jaren. In de vijftiende eeuw werd het schoentje nog gezet in de kerk en ging het lekkers naar de armsten. Vanaf de zestiende eeuw mochten de kinderen hun schoentje thuis zetten en was de opbrengst voor hen persoonlijk. De man die ooit aartsbisschop van het Griekse Myra was – het huidige Demre in Turkije – heeft de status van beschermheilige van de kinderen te danken aan enkele wijdverbreide legenden. Zo zou hij ooit drie scholieren die door een herbergier gedood waren, weer tot leven hebben gewekt; zou hij drie meisjes door giften voor een leven vol ontucht behoed hebben en zou hij een kind van verbranding gered hebben door het tijdig onder te dompelen in een bad. Wat er ook van zij, de brave man stierf reeds op zes december in het jaar onzes heren 343. Een tijd dus waarin er in de verste verte nog geen sprake was van kolonialisme.

Daar de Sint gevierd wordt van Frankrijk tot in het Oostblok, is het logisch dat hier en daar traditionele verschillen zijn waar te nemen. En het voornaamste verschil ligt in de benaming en het uiterlijk van zijn medewerker. Zo kent men in Wallonië en Noord-Frankrijk bijvoorbeeld Père Fouettard, een vaak roodharige man die een mantel met hoofdkap draagt en stoute kinderen bedreigt met een zweep. In de Elzas gaat het dan weer om ene Hans Trapp, een zwarte ridder met een ketting.

En in het Duits taalgebied is de begeleider van de Sint zo mogelijk nog minder sympathiek. Daar worden de allerjongsten geconfronteerd met Ruprecht, Krampus, Schnutzli of Percht… Stuk voor stuk duivels, woudgeesten of gewoon kinderrovers. En stuk voor stuk in het zwart gehuld, de duistere kleur die staat voor het overwonnen kwaad en dus hoegenaamd niets met huidskleur te maken heeft. In vele culturen is het zwart maken van het gezicht trouwens gebruikelijk bij feesten rond de zonnewende. Zo kent zelfs Iran zijn Zwarte Piet, die daar luistert naar de naam Hadji Firoez.

Een gelijke

Over de oorsprong van de Zwarte Piet-figuur doen uiteenlopende theorieën de ronde. In middeleeuwse mythen gaat het om een demon, die door de Sint overwonnen werd en gedwongen om voortaan goede daden te doen. Hardnekkig is de visie dat het een Ethiopische slaaf was, Piter genaamd, die door Nicolaas op de slavenmarkt van Myra werd vrijgekocht en die daarna uit dankbaarheid hulp bood aan de lieve Sint. Volgens sommigen was het oorspronkelijk een islamitische handelaar, die de Sint hielp bij het verspreiden van voedsel onder de arme kinderen. Maar volgens anderen was het dan weer een afstammeling van de Berserkers, die de gewoonte hadden hun lichamen zwart te verven en zich te tooien met dierenhuiden. Wie de echte Piet ook moge zijn, alle theorieën kennen één constante, één zekerheid: met kolonialisme of racisme heeft hij niets te maken. Zelfs niet met knechtschap. In één enkel geval gaat het om een voormalige slaaf, die een gelijke werd van Sinterklaas.

In vroeger tijden waren Sint en Piet nooit lijfelijk aanwezig op hun feest. Enkel aan de gevulde schoentjes konden de kleinsten zien dat ze waren langs geweest. Dat veranderde plots in 1850, met een boek dat de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) schreef over Sint Nicolaas. In dit werk kregen Sint en Piet immers hun huidige vorm en men begon ze op die manier in het straatbeeld te zien. De Sint kreeg zijn kenmerkende lange baard en witte haren. En zijn helper – de benaming Piet ontstond pas aan het einde van de 19de eeuw – was zwart van kleur en kreeg zijn pofbroek, maillot en molensteenkraag. Sheperd en consoorten zien hierin graag het bewijs dat er slavernij in het spel is. De klederdracht van Zwarte Piet was immers de mode van de negerpages, toen die hier als slaven in de 16de eeuw binnengebracht werden door Spanjaarden en Portugezen… Een bewijs is dit echter allerminst. Toen Schenkman in 1850 de zwarte helper die kledij gaf, was er in Nederland van slavernij al geen sprake meer, en zelf heeft Schenkman Piet nooit als slaaf bestempeld. Wanneer men het bestaan van slavernij gewoon aan de hand van kledij kan bepalen, moet men de Zwitserse Wacht heden ten dage ook eenvoudigweg beschouwen als de persoonlijke slaven van de paus.

Dat de Sint wel heel ver van discriminatie staat, werd vijf jaar voor het boek van Schenkman ook al beschreven door de Duitse Psychiater Heinrich Hoffmann (1809-1894). In zijn kinderboek ‘Struwwelpeter’ heeft Hoffmann het namelijk over een zwarte jongen die door Sinterklaas juist beschermd werd tegen de pesterijen van blanke kinderen…

Het moge dus duidelijk zijn dat er sinds het einde van de jaren ’60 tegen windmolens gevochten wordt. Uit aanstellerij, onwetendheid of gewoon kwade wil. Mocht er in onze maatschappij al ergens racisme bestaan, dan is dat zeker niet bij de goedheilig man te zoeken of te vinden. Het enige wat de antiracistische wereldverbeteraars, genre Sheperd, met hun belachelijke strijd tegen een schitterende traditie in de praktijk bereiken, is een stukslaan van kinderdromen. Soms letterlijk! Her en der voelen ‘jongeren’ zich hierdoor immers geroepen en gesterkt om plechtige intochten te verstoren. Om pietenpruiken af te rukken en Sinten te bekogelen.

Frederik Pas

 

 

Één reactie op “Vooraleer de kerstman komt…

  1. Het verzet tegen zwarte piet is gewoon KWADE WIL. Verleden week nog te lezen op HLN.be. In de USA werd een klacht ingediend (wegens racisme ) tegen een leerkracht die in de klas verteld had dat de kerstman blank was. In een eerdere reactie een aantal weken geleden schreef ik hier dat de paashaas of klokken van Rome de volgende in het rijtje waren om mee af te rekenen. Ik had de kerstman over het hoofd gezien.( Sorry ). Maar wie haalt het in zijn hoofd om in de uitspraak van die leraar weer racisme te zien. Hoog tijd dat de poco’s hun ogen gaan opentrekken, in plaats van te collaboreren met al wie onze tradities wil afschaffen of in een racistisch daglicht wil stellen. Het is zoals Frederik Pas stelt, KWADE WIL.

Reacties zijn gesloten.