Ook Libisch asielballonnetje doorprikt

Mogherini’s charmeoffensief in Tripoli heeft niet mogen baten. Na Marokko, Egypte, Algerije en Tunesië heeft Libië (t.t.z.  de zgn. regering waarmee gepraat wordt) nu ook duidelijk gemaakt dat EU-opvangkampen daar niet welkom zijn.  En – naar verluidt – zullen ze zich ook niet laten omkopen.  De EU moet maar met de herkomstlanden der volksverhuizers praten en druk uitoefenen.  Een straf verhaal, voegt Al Faraj eraan toe, niemand in de EU wil nog migranten opnemen maar wij worden gevraagd honderdduizenden op te vangen.

Dat “omkopen” moet je met een korrel zout nemen.  Mogherini herinnerde eraan dat wij (de EU) het land zelf sterk ondersteunen met meer dan 350 miljoen euro in verschillende projecten.  Zij maakte van de gelegenheid gebruik om het lintje van de EU-kantoren door te knippen voor de steun aan de Libische overheid bij hun werk ter bescherming van hun grenzen en de geplande diplomatische aanwezigheid in Libië. “Het sterke signaal dat we geven is dat de EU, die altijd in Libië d.m;v. politieke en financiële steun aanwezig was, nu ook fysisch terug is in Tripoli”.… om te concluderen dat iedereen er wel zal door varen.

Laffe EU, die de Noord-Afrikaanse landen geld toesteekt om de sprinkhanenplaag tegen te houden.  Ook Marokko krijgt daarvoor geld.  Turkije klopt intussen aan de deur om een volgende toelage.  Laffe EU, die weigert de meest logische maatregel te nemen om de “vluchtelingen”-tsunami te doen stoppen.  Maak duidelijk dat wie hier komt voor zijn eigen onderhoud moet instaan, dat de overheid, dat wij geen uitnodiging gestuurd hebben om van onze gastvrijheid te komen profiteren, dat er geen integratie voorzien wordt, want een gast maakt geen deel uit van het gezin.  Een gast vertrekt opnieuw.  En een toerist betaalt voor zijn verblijf en keert nadien tevreden terug naar huis.

Nergens welkom

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

1 × twee =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.