Moeder, mak ‘s piepe…

A woman waits in a changing room to try on a new burqa at a shop in Kabul, Afghanistan.

… achter het gordijn…?

De foto van een pashokje in Kaboel herinnerde mij aan het Antwerpse liedje “Moeder, mak ‘s piepe achter het gordijn?”

Er bestaan twee versies van de tekst: de ene heeft het over “zwarte maskes”, de andere over “zwarte mannekes” en ook over “zwarte negerkes”.      Een geluidsfragment van het oorspronkelijk volksliedje hebben we niet kunnen vinden, maar wel deze ‘moderne’ versie uit 1983 van Stafke Fabri, die het in de “Antwerpse Twist” goot.

Stafke Fabri.  Op de oude webstek van De Strangers vonden we in cache nog deze uitleg; we vermoeden dat de tekst geschreven is in het begin van de jaren ’80.

Via Nederland van Antwerps naar A.B.N.
Dat liedjesteksten op zeer vreemde manieren, en vaak op nog veel vreemdere plaatsen het levenslicht zien, is geen geheim. Maar slechts weinig tekstschrijvers-zangers zullen kunnen zeggen dat zij hun teksten hebben geschreven achter het stuur van een vuilniswagen. Stafke Fabri kan dat wel. Want hij heeft het inderdaad gedaan. En daarmee is meteen ook duidelijk dat Stafke geen “beroepsartiest” is. Wél een rasartiest, dat bewijzen zijn 10 LP’s en 31 singles. Maar hij heeft er begrip voor gehad dat zijn vrouw het niet zo’n prettig vooruitzicht vond dat hij – als hij beroeps zou worden – bij wijze van spreken nooit meer thuis zou zijn, en dus heeft hij het bij zijn baan in gemeentelijke dienst gehouden. Hij is momenteel concierge van de Expohal in Deurne.

Stafke Fabri is een rasechte Antwerpenaar. Geboren op 18 juni 1934, vanaf zijn vijfde jaar opgegroeid in het café dat zijn ouders uitbaatten in “het Faboert”. Daar in dat café begint ook zijn muzikale carrière.
“Ik was tien jaar toen de bevrijders kwamen, de Engelsen en de Amerikanen,” vertelt hij. “en die kwamen natuurlijk ‘s avonds een pint pakken bij ons. Stampvol zat het dan. Ik ging overdag naar school, en ‘s avonds zat ik achter het drumstel. Mijn vader vond dat ik het helemaal niet slecht deed, in zoverre zelfs dat hij na een tijdje zei – hij was zelf batterist – : Neem eens even over. Ik ben, geloof ik, geboren met een feeling voor de batterie, want ik heb het nooit geleerd, dat kwam zo maar vanzelf. Een paar jaar heb ik nog akkordeon gespeeld, maar dat heb ik na een tijdje opgegeven, ik deed het niet met overtuiging.”

Maar de muziek zit er nog altijd in. Stafke heeft dan wel zijn eigen orkestje laten vallen toen hij zijn baan als concierge kreeg, hij is nog altijd bedrijvig als lid van de harmonie, en als zanger natuurlijk. Vooral dat laatste is in de laatste paar jaar zeer belangrijk geworden. Want hoe gek het ook mag zijn voor een man die al sedert zijn legerdienst aan het zingen is, hij is pas sedert een tweetal jaren echt doorgebroken bij het grote publiek, een publiek dat zich verder uitbreidde dan de baancafé’s en dancings waar hij optrad. Dat gebeurde meer bepaald met de plaat “Karsmis in Antwerpen”. Met daarop 4 klassieke kerstliederen en 8 originele, waaronder het prachtige, nostalgische “Karsmis deur de jaren”. Zeker bij dat nummer ga je als luisteraar onwillekeurig de vergelijking maken, qua taal, sfeer en zelfs het stemtimbre, met de Strangers.

Maar Stafke Fabri’s werk lijkt misschien wel wat op dat van die andere Antwerpenaars, toch is het helemaal anders. Want hij brengt in hoofdzaak originele nummers, slechts een viertal werden geschreven op bestaande muziek.
Voor velen was deze kerstplaat een grote revelatie. Omdat die velen, zoals gezegd, Stafke Fabri nog niet kenden. En gek genoeg is die grote doorbraak er dan nog gekomen door een omweg via Nederland. Antwerps zingen, en ontdekt moeten worden door een Nederlander. Het kan nog altijd, omdat men hier in Vlaanderen nu eenmaal niet zo gemakkelijk sant in eigen land is, omdat wij in mateloze bewondering opkijken naar wat uit het buitenland komt, terwijl datzelfde buitenland zich maar al te graag laat charmeren door het pittoreske van onze taal en dialekten.

“Het is eigenlijk gekomen door Johnny Blenco,” zegt Stafke. “Die ging een verzamelplaat maken, en wilde daar ook ” ‘t Is weer voorbij die vuile winter”, een parodie op een nummer van Gerard Cox, op hebben. Hij stelde voor dat ik ook daarna met hem zou platen maken.”
En zo was het mogelijk dat in 1978 een Antwerps nummer, “Karsmis deur de jaren”, aan de top geraakte van de TROS-hitlijst. En dat een Antwerpse zanger werd uitgenodigd door Hans van Willigienburg in een programma voor Hilversum 3 (met o.m. Pieter van Vollenhoven als andere gast). En stilaan volgden dan ook de omroepen van eigen land – ze konden er trouwens moeilijk nog omheen. Eerst omroep Antwerpen, dan ook de anderen – alleen Brabant en Oost-Vlaanderen blijven Stafke Fabri nog steeds straal negeren.

Zestien jaar geleden nam Stafke Fabri zijn eerste plaatje op. “Kakakoeliki” heette het. Hij heeft sedertdien een hele weg afgelegd. Zijn laatste LP kreeg niet alleen een ernstige titel “Van de Noordzee tot de Maaskant”, Stafke zingt ze in het ABN (1980).

Emmanuelle

2 gedachten over “Moeder, mak ‘s piepe…

  1. Nog enige aanvulling: Stafke Fabri heeft meer dan 20 jaar gepresenteerd bij Radio Minerva, op Linker Oever.
    Hij was er een graag geziene D.J.
    en dit tot zijn overlijden, begin 2006.
    Inderdaad, Stafke zingt niet meer hierbeneden over Karsmis maar doet het sindsdien daarboven.

  2. Natuurlijk mag ik van moeder eens piepen achter de gordijn …er is toch niks te zien !

Reacties zijn gesloten.