Het Geweten (EHRM) vervangt recht door ideologie

Balletje-balletje met rechten

Balletje-balletje met rechten

 

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is hard op weg het recht te vervangen door ideologie. Dat blijkt uit de zeer aanvechtbare uitspraak van de Grote Kamer van het Hof inzake een afgewezen adoptieverzoek door een Oostenrijks lesbisch stel. Zeven van de achttien rechters maken in hun afwijkend standpunt gehakt van het oordeel van hun collega’s. Een achtste rechter verwerpt de zaak omdat er niet zoiets bestaat als een ‘recht tot adoptie’ of om geadopteerd te worden.

Het Hof deed vorige week uitspraak in een zaak waarbij de partner van een samenwonend lesbisch stel het kind van de ander wilde adopteren. De twee vrouwen vinden dat zij gediscrimineerd zijn ten opzichte van samenwonende heteroseksuele stellen. Dat is bevestigd door het Hof, dat stelde dat indien de vrouw een man was geweest, het adoptieverzoek wettelijk geen probleem zou zijn geweest.

Het belang van het kind

Het verontrustende van de zaak is dat het Hof een aantal fundamentele punten terzijde geschoven heeft. Op de eerste plaats het belang van het kind dat een emotionele band heeft met zijn vader, die hem erkend heeft en met wie hij geregeld contact heeft en die het financieel onderhoudt. Terecht stellen de zeven rechters de vraag welke zin de zaak heeft nu het kind in kwestie dit jaar achttien wordt.

Het belang van de vader

Op de tweede plaats het belang van de vader, wiens recht op zijn gezin net zozeer beschermd dient te worden als van de aanvragers die zich op dat recht beroepen. De vader weigert met de adoptie in te stemmen. Die weigering en het feit dat de man doet wat er wettelijk van hem als vader verwacht wordt, haalt het fundament onder de oordeel vandaan dat het stel in vergelijking tot een samenwonend heterostel zou zijn gediscrimineerd: ook een mannelijke partner van de moeder zou nul op rekest hebben gekregen omdat het kind al een vader heeft. Overigens is de vader niet door het Hof gehoord.

Botsing van belangen

Het adoptieverzoek is gedaan door de partner van de moeder en het kind, dat op het moment van de adoptie-aanvraag vijf jaar was en vertegenwoordigd werd door de moeder. Een botsing van belangen dus, waarbij de belangen van het kind door het Hof impliciet zijn vereenzelvigd met die van de moeder.

Ideologische focus

Dat de meerderheid met een kennelijk eenzijdig ideologische focus naar de zaak gekeken heeft, blijkt onder meer uit de opmerking dat de in Europa geldende wetgeving “overwegend de opvattingen weerspiegelen van die sectoren van de samenleving die tegen partneradoptie zijn binnen relaties van hetzelfde geslacht”. Dat is nog altijd wat de Europeanen klaarblijkelijk in meerderheid vinden en in wetgeving uitdrukken. Wetgeving die, zoals uit de Europese Conventie aangaande Adoptie van Kinderen blijkt, individuele staten veel ruimte geeft voor eigen invulling, dus ook voor beperkingen.

Achterdeurtje

Voor de tweede keer in korte tijd grijpt het Hof vermeende en daarmee betwiste discriminatie aan om minstens gelijkwaardige rechten te negeren of ondergeschikt te maken. Het Mensenrechtenhof als achterdeurtje om de Europese democratieën een bepaalde ideologie op te leggen. Kafkaësker kan het bijna niet.

Bron: Katholiek Nieuwsblad.nl