Een “parabel” van wat de blanke man vandaag ondergaat.

De Franse linkerzijde is ongerust. De heruitgave van Le Camp des Saints van Jean Raspail kent een onverklaarbaar succes. Zonder publiciteit op radio of televisie, met slechts enkele besprekingen, in Valeurs actuelles, Le Figaro en Figaro Magazine, kroop de veertig jaar oude roman in korte tijd naar de top van de best verkopende fictieboeken in Frankrijk.
De laatste editie dateerde uit 1985. Het boek verscheen voor de eerste keer in 1973, steeds bij dezelfde uitgeverij, het statige Robert Laffont.

Fictie werd werkelijkheid

Le Camp des Saints is een parabel van wat de blanke man vandaag ondergaat, ja ook de sint.
De roman beschrijft hoe een vloot van honderd schepen met een miljoen vluchtelingen de Ganges in Indië verlaat en vreedzaam op de Azurenkust afstevent. De vloot die schipbreuk lijdt, is de voorhoede van de Derde Wereld die een beter bestaan zoekt in het rijke Westen. Zonder geweld te gebruiken, door zijn ellende te tonen, door beroep te doen op het medelijden van de Europeanen. Dat verhaal vertelt en beschrijft Jean Raspail. Hij toont hoe op alle maatschappelijke niveaus gereageerd en gecapituleerd wordt onder druk van het wereldgeweten. Hij beschrijft ook – symbolisch, want alles is symbolisch in deze toekomstfictie – hoe een kleine groep mensen, het Dorp – ‘le Village’ – onder leiding van de oude professor literatuur Calguès besluit zich te verzetten en de vloot met belachelijke middelen, maar met geweld, tegen te houden. Honderd verzetslui tegen een miljoen immigranten. De strijd is hopeloos, maar ze voeren hem. Tussen hen zit de eigenaar van een bordeel. Tussen hen zit ook een overgelopen minister die wil dat alles legaal gebeurt en die ervoor zorgt dat eerst de antiracismewet wordt opgeheven. Tussen hen zit ook een zwarte Pondichéry, de vroegere hoofdstad van Frans-Indië, die zich wil opofferen om de Europese beschaving te beschermen, “want blank zijn heeft niets met huidskleur maar met een geestesgesteldheid te maken.” Na twee dagen van verzet bombardeert het Frans leger de rebellen. Parijs heeft beslist de vluchtelingen binnen te laten. Frankrijk capituleert voor de massa en de miserie.

Dit is slechts een beknopte en onvolledige samenvatting van Le Camp des Saints, maar iedereen begrijpt dat Raspail met deze toekomstroman geen politiek correct verhaal schreef. Alleen liet de vrije meningsuiting zulks nog toe in 1973, alvorens de religie en de hysterie van het antiracisme bezit namen van onze westerse cultuur.

camp_des_saints

Raspail onderging scherpe kritiek, onder meer vanwege de marxistische le Monde Diplomatique, maar hij kreeg nog veel meer lof toegezwaaid, en niet van de minsten. Thierry Maulnier, Michel Déon en Jean Dutourd, drie vooraanstaande leden van de Académie française,  hadden alleen maar ontzag voor de prestatie van Raspail. Jean Cau, gewezen privésecretaris van Jean-Paul Sartre, en tijdens zijn leven van links naar rechts geëvolueerd nadat hij de prestigieuze Goncourt won voor zijn roman  La pitié de Dieu, vroeg zich af of Jean Raspail een romancier dan wel de ‘historicus van onze toekomst’ was. En de linkse en pacifistische romancier Bernard Clavel, geschokt door zijn lectuur,  becommentarieerde Le Camp des Saints als volgt: ‘A la fois bouleversant et révoltant, ce livré dont nous pouvons craindre qu’il ne soit prophétique…’

Dat was dertig jaar geleden. Sinds 1973 kende Le Camp des Saints heel wat vertalingen. Naar het Duits, het Engels, het Spaans, het Portugees, het Italiaans en zelfs naar het Afrikaans. Raspail vermeldt ook een vertaling naar het Nederlands, maar vergist zich. Die vertaling kwam er uiteindelijk niet. Lange tijd was er sprake van een Nederlandse vertaling. Het project eindigde in een doodlopend straatje na discussies over auteursrechten met de uitgeverij.
Een spijtige zaak. In Amerika lazen Ronald Reagan en Samuel Huntington de roman. The camp of the Saints kende er een immens succes. Geen Amerikaan die racistische graten in de intrige ontwaarde. Jeffrey Hart, hoogleraar in Princeton en een bekend columnist begreep maar al te goed de boodschap van de auteur: “Raspail is not writing about race, he is writing about civilization.”

Een ‘racistische roman’

Jérôme Garcin probeert het succes van Le Camp des Saints te verklaren door de opkomst van het Front national ( na jarenlang was het hier alles de schuld van Vlaams Belang, nu mag de NVA delen in de haat) en de doorbraak in de opiniepeilingen van Marine Le Pen.
Enig bewijs voert hij daarvoor niet aan. Het is maar een suggestie. Zijn collega Aude Lancelin gaat evenwel verder. Voor deze filosofe en literaire critica, toevallig geboren in 1973 het jaar dat Raspails meesterwerk verscheen en die ik al veel zinnigere analyses heb weten maken, zitten we met de inhoud van Le Camp des Saints, door de beeldspraak en de metaforen die erin voorkomen, zowaar midden in het fascisme. Tja, van het racisme naar het fascisme is het natuurlijk maar een kleine stap.

Neen, dames en heren procureurs van de linkse pers, nijdig omwille van het succes, Le Camp des Saints is géén ‘racistische roman’, zoals u beweert.

‘Das Heerlager der Heiligen ist kein rassistisches Buch’ merkt Jürg Altwegg van de Frankfurter Allgemeine Zeitung terecht op in de lange en indrukwekkende  analyse die hij van de roman maakt (‘Das Ende der europäischen Welt’, 25 februari 2011). De Duitser Altwegg lijkt ook de rest van het immense oeuvre van Jean Raspail te kennen en verwijst naar het eerbetoon dat de schrijver in verschillende van zijn boeken aan vreemde en grotendeels verdwenen culturen en volkeren bracht. Wat een dwaasheid om deze grote auteur vandaag van vreemdelingenhaat te verdenken !

‘Big Other’

Maar de profetie van de overspoeling van Europa door de Derde Wereld is uitgekomen, schrijft Jean Raspail in de lange inleiding ‘Big Other’ die hij opgesteld heeft voor de nieuwe uitgave van zijn roman. In ‘Big Other’ vertelt Jean Raspail de geschiedenis van Le Camp des Saints. Hij beschrijft, zonder het briefgeheim te onthullen, hoe hij beleefde antwoorden kreeg van socialistische personaliteiten als François Mitterrand, Lionel Jospin, Jean-Pierre Chevènement en Robert Badinter naar wie hij zijn roman in 1973 had gestuurd. Hij vertelt ook hoe de gewezen hoofdredacteur van de socialistische krant Le Matin de Paris Max Gallo hem zwaar had aangevallen. Max Gallo is een bestsellerauteur die ook door Robert Laffont werd uitgegeven en die in 1981 een tijdje woordvoerder werd van de socialistische regering-Mauroy. Max Gallo herzag mening over Le Camp des Saints. Toen Raspail in 2006 van de schrijver diens laatste roman Les Fanatiques toegestuurd kreeg, stond er een korte opdracht in: ‘Pour Jean Raspail, qui a eu le don de la prophétie. En amitié.’

Onder de noemer ‘Big Other’ schuilt de falanx die de sluizen heeft opengezet. ‘Big Other’ zoals Big Brother. De meute die de sluizen heeft opengezet en die elk verzet in de kiem probeert te smoren. De media, de showbizz, de mensenrechtenverenigingen, de vakbonden, de bisschoppen, de oecumene etc. Kortom, het ‘Centrum’, zoals wij in Vlaanderen zouden zeggen. Raspail weet er iets van. Zijn roman verscheen in 1973 onder het presidentschap van Georges Pompidou. Een jaar eerder, in 1972 werd bij unanimiteit de eerste antiracistische wetgeving in het Frans parlement gestemd, de wet Pléven. De verjaringstermijn voor opiniedelicten bedroeg toen drie maanden. Dat veranderde allemaal sindsdien. We kunnen het ons niet meer voorstellen. In 1973 echter nam niemand aanstoot aan een roman die bij een gerespecteerde uitgeverij verscheen en lovende besprekingen oogstte. Le Camp des Saints ontsnapte aan het oog van de procureurs.

Vandaag zou alles anders verlopen, schrijft Jean Raspail in ‘Big Other’. Er zijn nieuwe antiracismewetten gekomen die het arsenaal van wapens waarmee de overheid opiniedelicten kan vervolgen enorm hebben versterkt. De wet Gayssot van 1990, de wet Lellouche van 2001, de wet Perben van 2004. Raspail heeft het aan twee eminente advocaten gevraagd. Ze zijn formeel. Vandaag zou een publicatie als Le Camp des Saints verboden worden. Of toch ten minste gezuiverd worden van talloze passages die strijdig zijn met de vigerende muilkorfwetten. Op blz. 391 en 393 somt de schrijver ze allemaal op. Haast u er naartoe als u geen tijd heeft om de hele intrige te doorworstelen.

De tijden zijn veranderd. Raspail is pessimistisch. Over enkele decennia, rond 2050, zullen de Fransen een minderheid vormen in eigen land. Zoals de Vlamingen, de Britten, de Duitsers, de Spanjaarden… Hij zal dan al lang dood zijn, maar het Frankrijk waar Raspail geboren werd en opgroeide, bestaat dan niet meer. Maar de auteur van Le Camp des Saints wil geen oplossingen bieden, schreef hij al in het voorwoord voor de uitgave van 1985, de uitgave die ik kocht en voor de eerste keer las toen ik student was, nu ook al weer 25 jaar geleden. ‘Ik ben romancier, houdt Raspail ons voor, ik heb geen oplossingen aan te bieden.’ Is dat pessimisme van Raspail? Ik denk het wel. Want het Westen heeft geen ziel meer, schreef hij al in 1985. Twee scenario’s tekenen zich af, het ene al waarschijnlijker dan het andere. Misschien, aldus de auteur, blijven er haarden met autochtonen over, wat men in de wetenschappelijke etnologie des isolats noemt, van zo een twintig miljoen Fransen die de Franse taal spreken en zich nog bewust zullen zijn van de cultuur en geschiedenis zoals ze vroeger werd overgedragen. Het zullen minderheden in eigen land worden. Maar als die haarden ook in de andere Europese landen bestaan, en Jean Raspail verwijst niet toevallig naar Denemarken, Vlaanderen (hij schrijft België), Italië, Zwitserland en Nederland, dan kunnen die, en dat is de tweede hypothese . samen een reconquista inzetten. Raspail lijkt daar niet in te geloven. Maar iemand na hem kan er wel een roman over schrijven, suggereert hij op het einde van zijn voorwoord.

2 reacties op “Een “parabel” van wat de blanke man vandaag ondergaat.

  1. Een groot schrijver, een groot man, waar blijven onze Vlaamse schrijvers

Reacties zijn gesloten.