Wurlitzerdromen

#Metoo… Ik ook.  Ook ik ben het zat dat mannen mietjes moeten zijn, schotelvodden, weekdieren.  Ze moeten empathie hebben, hun gevoelige alter-ego laten zien, hun ongewenste testosteron onder een dikke laag geslachtsloosheid verbergen.  Wat is er mis met een man, die een complimentje geeft, die knipoogt, bewonderend fluit… Welke vrouw wordt er niet graag gecharmeerd, opgehemeld  – ook al is het maar voor de schijn?

Hoog tijd dat de mannen zich verzetten tegen de vervlakking van hun eigenste ik.  Hoog tijd dat er een festival komt om de mannelijkheid op te waarderen.  Zo hebben enkele initiatiefnemers gedacht.  Ze willen elkaar steunen, gezien worden en ‘thuis komen’.  Vrouwen zijn ook welkom, maar paranoïde blijf-van-mijn-lijf exemplaren zijn ongewenst.   Schrijf alvast in uw agenda: het weekeinde van 7 tot 9 september voor het Mannenfestival in De Kluis, te Sint-Joris-Weert: www.mannenfestival.be

Trude Herr, in de late vijftiger en zestiger jaren bekend in heel West-Duitsland en de rest van de wereld, vertolkte haar wens naar een man in dit liedje “Ich will keine Schokolade”.  Wie herinnert het zich nog?

Een fijne zondag!

Lolita

 

Frederick Delius: In a Summer Garden

Frederick Delius werd op 29 januari 1862 in Bradford geboren als zoon van een welgesteld wolhandelaar en was voorbestemd om het familiebedrijf over te nemen. Hij vestigde zich echter in Florida om een sinaasappelplantage te beginnen. In de Verenigde Staten begon hij volledig als autodidact muziek te studeren, o.m. wegens zijn grote bewondering voor de negermuziek. In 1886 reist hij naar Europa en ontmoet Edvard Grieg aan het Conserva-torium van Leipzig. Deze leert hem de Noorse volksmuziek kennen, en overhaalt hem zich uitsluitend aan het componeren te wijden.

In 1888 gaat Delius in Frankrijk wonen en huwt in 1897 met Jelka Rosen. Vanaf 1922 komen de eerste symptomen aan het licht van de ziekte die hem later blind zal maken, zodat hij vanaf 1926 zijn composities aan zijn vriend Eric Fenby moet dicteren. Delius vermeed de omgang met componisten maar was bevriend met Gauguin en Strindberg. Hij overleed op zijn landgoed in Grez-sur-Loing op 10 juni 1934.

Gloria a Dios!

De bronafbeelding bekijken

Maak kennis met de ‘Siervas“, de dienstmaagden van de H. Maagd van Guadaloupe. 11 nonnen in traditionele zwart-witte habijten staan op het podium als volleerde rockers met een hoge aaibaarheidsfactor. Van een heel andere orde dan het brave Dominique… nique… nique… van onze zingende non.

Hun orkestje werd in 2014 opgericht in het gelijknamige Peruviaanse klooster en nu verspreiden ze enthousiast de blijde boodschap, een ode aan de Heer, op een wijze die “Te Lourdes op de bergen” naar de mottenballenkist verwijst.
Ze zijn een absoluut succes op YT, ze verkopen hun eigen CD’s en doen concertzalen / festivals vollopen. Ze traden o.a. op voor de paus en 249.999 toehoorders in Juarez, Mexico. De Siervas zijn afkomstig uit acht landen, hun leeftijd tussen 20 en 40, spelen elektrische gitaar, drums, cello… en zingen de pannen van het dak terwijl hun zilveren kruisjes de maat volgen op hun borst.

Oorspronkelijk was muziek slechts een hobby dat afwisseling bood van het bidden met en tussen de armsten in Peruviaanse sloppenwijken. Nadat ze genoeg muziek geschreven hadden werd een eerste CD geperst, die snel gevolgd werd door optredens – initieel in Peru – vervolgens in de buurlanden Colombia en Ecuador. Het internet omarmde hen van ganser harte – een tweede CD volgde. Zij oefenen nu twee keer per week, smeden woorden en latino pop en rock in een wervend en wervelend amalgaam.  Alle opbrengsten van de verkoop der CD’s of concerttickets worden besteed aan de armen.

Gloria a Dios!  Meeslepende geloofsbeleving die heel even de miserie in de wereld doet vergeten.

De YT video “Confía en Dios” bovenop een helilandingsplaats met zicht op Lima, Peru, kreeg inmiddels meer dan 1.3 miljoen kijkers.

 

Leoš Janáček: “A far cry”, Idyll suite voor strijkorkest

Als vijfde kind uit een arm gezin werd Leoš Janácek geboren op 3 juli 1854 in Hukvaldy, een Tsjechisch dorpje nabij de grens met Polen. Zowel zijn vader als zijn grootvader waren musicus en onderwijzer. Op zijn elfde stuurden zijn ouders naar Brno, de hoofdstad van Moravië, gestuurd om er te zingen in het jongenskoor van een augustijnerklooster.

Leoš zou net zoals zijn vader in het onderwijs gaan. En dat gebeurde ook: hij kreeg in 1869 een studiebeurs om een lerarenopleiding te volgen, en gaf daarna gedurende twee jaar les op een school. Maar de muziek boeide hem meer. In 1873 richtte hij zijn eigen koor op en een jaar later ging hij naar Praag om er orgelles te volgen. Zijn eerste composities dateren van deze periode.

De bronafbeelding bekijken

In 1875 keerde hij terug naar het klooster, waar hij koorleider werd. Hij schreef voor het koor een ‘Exaudi Deus’ met orgelbegeleiding. Hij leidde het koor van Olomouc en dirigeerde het filharmonisch orkest van Brno, waarmee hij het Requiem van Mozart en de Missa Solemnis van Beethoven opvoerde.

Twee jaar later, in 1877 ging hij opnieuw naar Praag, waar hij Dvorák leerde kennen. Kort daarna ging hij zes maanden aan het conservatorium van Leipzig studeren, en daarna nog eens een half jaar aan het conservatorium van Wenen.

De bronafbeelding bekijken

Leoš Janácek Museum in Brno

In 1881 trouwde hij met de dochter van de directeur van de lerarenopleiding. Hij was toen 26, zij nog maar 15. Het huwelijk heeft maar een aantal jaren stand gehouden, maar Janácek kreeg steeds meer zelfvertrouwen. Hij wilde van Brno een groots muziekcentrum maken. Hij werd zeer actief: hij onderwees, bestudeerde de volksmuziek, dirigeerde en richtte een krant op. Er werd zelfs een nieuw theater geopend in de stad, en Janácek richtte er zijn eigen orgelschool, waarvan hij directeur bleef tot in 1903.

Van dan af begint een minder rooskleurige periode in Leoš’ leven. In 1882 begint hij aan zijn opera ‘Sárka’, maar de libbretist, die liever met Dvorák had samengewerkt, verbood hem tenslotte zijn tekst te gebruiken. Hij leefde ook gescheiden van zijn vrouw omdat hij zijn moeder had gevraag bij hem te komen wonen. Een paar jaar later werd er een zoontje doodgeboren.

Janáceks ontwikkeling als componist begon uitzonderlijk laattijdig. Pas de eeuwwisseling was zijn muzikale persoonlijkheid echt ontwikkeld. Tussen 1894 en 1903 had hij hard gewerkt aan zijn opera ‘Jenufa’ en aan de cantate ‘Amarus’. Uiteindelijk ging ‘Jenufa’ in Brno in première, en het werd een overweldigend succes, zij het op kleine schaal want de opera werd elders niet opgevoerd. Prompt daarna nam hij zijn ontslag als leraar en begon meer tijd te besteden aan zijn composities. In de jaren die volgden schreef hij een aantal opera’s die nooit werden opgevoerd.

Pas in 1916, twaalf jaar na de première, werd ‘Jenufa’ in Praag opgevoerd, waar Janácek als genie beschouwd werd. Voor het eerst in zijn leven kon de 62-jarige componist van een groot succes spreken. Hij schreef nog vier opera’s, een liederencyclus, een strijkkwartet, een blaassextet, de ‘Glagolitisch Mis’ en de ‘Sinfonietta voor orkest’. In 1928 schreef hij nog een strijkkwartet, waarna hij stierf, op 12 augustus.

Wurlitzerdromen

Wie herinnert zich nog The Mills Brothers, een a capella groep uit het begin van de 20ste eeuw? (N)iemand?  Nochtans niet van de minsten in die tijd.  In 1943 stonden ze 12 weken – inderdaad 3 maanden – op één met “Paper Doll”.  U herkent de populaire swing uit die periode.

Het kwartet bestond oorspronkelijk uit vier broers, John, Herbert, Harry en Donald.  Naar verluidt werden ze ontdekt door Duke Ellington.

In 1930 traden ze voor de eerste keer op in New York onder de naam The Mills Brothers. Tijdens de eerste studiotermijn in oktober 1931 ontstonden hun versies van de titel Tiger Rag / Nobodys Sweetheart voor de eerste single, die direct voor vier weken de eerste plaats van de pophitparade bezette en het kwartet in 1932 hun eerste miljoenenbestseller bezorgden. Kenmerken van de groep, die a capella zong en uitsluitend werd begeleid door een gitaar, waren de misleidend echte imitaties van bas, trompet, trombone en saxofoon. In 1931 hadden ze hun filmdebuut in de film The Big Broadcast, waarna een reeks verdere filmoptredens volgden. Een tournee door Groot-Brittannië en optredens in het London Palladium in 1934 maakten hen in Europa bekend.

Na de dood van de oudste broer John in 1936 vervoegde zich vader John , die voorheen nog als kapper werkte, bij de groep. Gitarist van The Mills Brothers was vanaf dan Norman Brown.

In 1943 hadden The Mills Brother hun grootste hit met Paper Doll, waarvan zes miljoen exemplaren werden verkocht en die 12 weken lang de 1e plaats van de charts belegde. Verdere mijoenenbestsellers waren het in februari 1944 opgenomen nummer You Always Hurt The One You Love en het in juni 1952 opgenomen Glow Worm, dat tevens hun laatste nummer 1-hit werd.

The Mills Brothers speelden gedurende hun carrière 2490 opnamen in, onder andere met de jazzmuzikanten Duke Ellington (1931), Don Redman (1931), Ella Fitzgerald (1937) en Louis Armstrong (1937-1940). Ze waren de succesvolste zanggroep in de geschiedenis van de Amerikaanse populaire muziek.

Een fijn weekeinde!

Lolita

 

“Verdraagzaamheid” teistert Eurovisie-komedie

Afbeeldingsresultaat voor eurovision cartoonDe Eurovisie-komedie heeft alles of totaal niets te maken meteen visie op en van Europa.  Het evolueerde van een liedjeswedstrijd die de diversiteit der Europese landen beklemtoonde tot een walgelijk decadent schouwspel voor de linkse showwereld.  Duur, wansmakelijk en tegelijkertijd een spijtig beeld van het verval van onze westerse maatschappij.  Arm Europa!

Dat men geen aardrijkskundig deel van Europa hoeft uit te maken om deel te nemen is al langer een feit.  Een geschoolde stem is ook geen vereiste.  Dat een gekozen liedje niet aan ieders smaak hoeft te voldoen… ach… goesting is koop.  Dat het podium gereserveerd is voor “normaal” uitziende, proper gewassen, presentabel geklede zangers/zangeressen/groepjes… behoort al jàààren tot het verleden.   Mannen met baarden in vrouwenkleren.  Huppelende bont-en-blauw beschilderde circusartiesten.  Alleen de pluimen in hun … mankeren nog. En nu dit Israëlisch exemplaar.  We durven haar/zijn geslacht niet meer vermelden – kwestie van niemand voor het geslachtsneutrale hoofd te stoten.  Maak kennis met Netta, die een speciale “anders”prijs kreeg.  Slik. Wij hebben nog Esther Ofarim in herinnering….    Maar wij zijn dan ook niet mee met de moderne tijd.  We geven het toe: klasseer ons maar onder “verzuurde ouwe zakken”.

https://www.msn.com/nl-be/nieuws/amusement/is-dit-de-winnares-van-het-eurovisie-songfestival/ar-AAwS0HP?MSCC=1522214338&ocid=spartandhp

François Couperin: klavecimbel prelude 4

François Couperin was de beroemdste uit een hele muzikanten-dynastie. Zijn bijnaam “Le Grand” heeft waarschijnlijk niets met zijn faam te maken, maar moest hem onderscheiden van zijn oom die dezelfde naam had. Hij werd op 10 november 1668 in Parijs geboren als zoon van Charles Couperin, en werd leerling bij organist Thomelin.
In 1693 volgde hij zijn leermeester op als titularis van de Chapelle Royale te Versailles. In 1696 erfde hij de orgelbank van de St. Gervais te Parijs, die sinds generaties door een Couperin bezet werd. Later werd hij hoforganist, clavecinist, muziekleraar van de koninklijke familie en dirigent van de hofkapellen te Orléans en te Versailles.

Afbeeldingsresultaat voor françois couperinDe laatste jaren van zijn leven wijdde hij zich volledig aan het componeren en droeg alle andere functies aan familieleden over. Hij stierf op 12 september 1733. Zijn methode “L’Art de toucher le clavecin” had grote invloed op J.S. Bach. Zijn vier bundels “Pièces de clavecin” bevatten verfijnde programmatische stukjes, die de traditie der Franse clavecinisten tot een ongeëvenaard hoog niveau opvoeren. Sommige stukjes worden geordend tot danssuites (z.g. “ordres”). De waarde van zijn muziek stijgt ver uit boven de programmatische titels, die vaak slechts een aanleiding zijn. Voor kamerorkest kennen we de “Concerts dans le goût théâtral” en vooral de “Concerts Royaux”. Omdat Lodewijk XIV op het einde van zijn leven religieuze bevliegingen kreeg, componeerde Couperin ook heel wat motetten.

Sergei Bortkiewicz: concert nr. 2 voor piano en orkest

Sergei Eduardovich Bortkiewicz is geboren in Charkow (Oekraïne) op 28 februari 1877. Het grootste deel van zijn jeugd bracht hij door op het familielandgoed Artiomowka, vlakbij Charkow. Zijn muzikale opleiding kreeg hij van Anatol Liadov en Karl von Arek, beiden verbonden aan het Keizerlijk Conservatorium in Sint Petersburg.

In 1900 verliet hij Sint Petersburg en reisde naar Leipzig, waar hij aan het Conservatorium van Leipzig bij Alfred Reisenauer ging studeren. Reisenauer was een leerling van Liszt. In juli 1902 beëindigde Bortkiewicz zijn opleiding aan het Conservatorium en werd hem bij die gelegenheid de Schumann prijs toegekend.

Afbeeldingsresultaten voor Sergei Eduardovich Bortkiewicz

Teruggekeerd in Rusland in 1904, trouwde hij Elisabeth Geraklitowa, een vriendin van zijn zuster. Het echtpaar Bortkiewicz vertrok daarna naar Duitsland, waar het zich vestigde in Berlijn. Hier begon Bortkiewicz zich toe te leggen op het componeren.

Van 1904 tot en met 1914, woonden Sergei en Elisabeth Bortkiewicz in Berlijn. De zomers brachten zij door bij familie in Rusland of reisden door Europa voor het geven van concerten. Gedurende een jaar gaf hij in die periode ook les aan het Klindworth-Scharwenka Conservatorium, waar hij zijn levenslange vriend, de Nederlandse pianist Hugo Van Dalen (1888 – 1967) ontmoette. Van Dalen gaf de premiere van Bortkiewicz’s eerste pianoconcert (opus 16) in november 1913 in Berlijn met het Blüthner Orkest onder leiding van de componist.

Lees verder