Moederdag in Antwerpen

De bronafbeelding bekijkenKnuffels en kussen voor alle mama’s, in en buiten Antwerpen.  Gelukkige Moederkensdag!

Kleine Amira zingt bij een talentenjacht het Ave Maria.  Grote klasse!

Zo begon haar carrière.  Ze was toen slechts negen jaar.  Intussen trok zij de wereld rond, werd gevraagd voor optredens, concerten… en groeide uit tot deze oogstrelende tiener met een nog even fabelachtige stem.  U ziet en hoort haar hier in Zuid-Afrika, juni 2017:

Meer weten over Amira?  Haar mama komt uit Zuid-Afrika.  Bekijk deze video:

 

 

John Bull (Jan Boel): Spanish en Queen Elisabeths Pavan

John Bull moet zowat in 1562 geboren zijn in de buurt van Somerset en begon als koorknaap en de Chapel Royal, die onder leiding stond van William Blitheman. In 1582 werd hij organist aan de kathedraal van Heresford. In 1585 keert hij terug naar de Chapel Royal om er in 1591 Blitheman als kapelmeester op te volgen. Intussen wordt hij doctor in de muziek aan de universiteit van Oxford, en professor aan het Gresham College te Londen.

In 1601 reist hij naar het vasteland, volgens kwatongen als geheim agent voor Queen Elisabeth, officieel om gezondheidsredenen.

In 1607 moet hij ontslag nemen als professor om te kunnen trouwen (professoren hoorden niet gehuwd te zijn!), en in 1613 zien we hem hals over kop naar de Nederlanden verhuizen. Niemand is er precies achtergekomen waarom: vreesde hij als katholiek vervolgd te worden nu hem geen beschermende koninklijke hand boven het hoofd gehouden werd (Queen Elizabeth stierf en werd opgevolgd door James I)? Had hij zich vijanden gemaakt door zijn “bijverdienste”? Was de Engelse grond hem om andere redenen te heet onder de voeten geworden? Betichtingen van overspel? Of werden er door aartshertog Albrecht in Brussel meer garanties geboden dan in het onzekere Londen?

Vier jaar blijft hij bij Albrecht en Isabella, om in 1617 naar Antwerpen te verhuizen. Hij wordt er organist van de kathedraal. Zijn faam als virtuoos op virginaal en orgel liep door heel Europa en de 150 stukken die hij voor deze instrumenten schreef, vergen een voor die tijd meer dan gewone vingervaardigheid.

De belangrijkste titels : “The Spanish Pavan”, de “Queen Elisabeth’s Pavan and Gaillard” en “The King’s Hunting Jigg”.
Het zijn meestal dansen met variaties, waarvan er heel wat opgenomen zijn in het “Fitzwilliam Virginal Book”. Voorts kennen we van hem 50 fantasia’s voor strijkersensemble (gamba), en traditionele miscomposities. John Bull stierf als Jan Boel in Antwerpen op 12 of 13 maart 1628.

 

Joaquín Rodrigo: Concierto de Aranjuez

Joaquín Rodrigo geboren 22 november 1901 in Sagunto bij Valencia, gestorven 6 juli 1999
Spaans componist

Joaquín Rodrigo werd bijna geheel blind toen hij 3 jaar was, als gevolg van een difterie epidemie. Op zijn achtste jaar begon hij zijn eerste muzikale studies in solfa, piano (R. Ribes ) en viool en vanaf zijn zestiende harmonie en compositie bij leraren van het conservatorium in Valencia: Francisco Antich, Enrique Gomá and Eduardo López Chavarri. Zijn eerste composities dateren vanaf 1923: Suite voor piano, Dos esbozos (Two Sketches) voor viool en piano en Siciliana voor cello. In 1924 schreef hij zijn eerste werk voor orkest, Juglares, dat in Valencia en Madrid in première ging. Rodrigo schreef al zijn werken in braille om ze vervolgens te dicteren aan een kopiist.

In 1927 ging hij naar Parijs, waar hij vijf jaar lang bij Paul Dukas lessen in compositie en instrumentatie volgde aan de École Normale de Musique. Hier leerde hij Maurice Ravel en Manuel de Falla kennen. Paul Dukas was zeer gesteld op Rodrigo, die in 1935 zijn Sonada de adiós voor piano als eerbetoon aan Dukas schreef.

Afbeeldingsresultaat voor joaquin rodrigoHij werd al snel bekend als pianist en componist en raakte bevriend met vele muzikale beroemdheden uit die tijd, waaronder Honegger, Milhaud en Ravel. Ook Manuel de Falla, wiens advies en steun van doorslaggevend belang voor Rodrigo’s carrière was.

In 1933 trouwde hij met de Turkse pianiste Victoria Kamhi, die vanaf dat moment tot aan haar dood in 1997 zijn onafscheidelijke partner en belangrijkste medewerker werd in alle aspecten van zijn werk als componist.

Afbeeldingsresultaat voor joaquin rodrigo

Met dochtertje Cecilia

Pas in 1934 keerde Joaquín Rodrigo naar Valencia terug, maar later kon hij dankzij een beurs voor de duur van twee jaar (Conde de Cartagena-stipendium) zijn studies in Frankrijk vervolgen. Hij studeerde musicologie bij André Pirro en Maurice-Emmanuel aan de Sorbonne, en bij Paul Dukas aan het conservatorium. Verder werkte Rodrigo in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland totdat hij in 1939 terugkeerde naar Spanje om zich definitief in Madrid te vestigen.

Paco de Lucía Concierto de Aranjuez

Afbeeldingsresultaat voor joaquin rodrigo

Met echtgenote 1961

In 1940 vond de wereldpremière plaats van zijn Concierto de Aranjuez voor gitaar en orkest, een werk dat hem wereldfaam zou brengen. Vanaf dat moment werd Rodrigo uitgenodigd om deel te nemen aan verscheidene artistieke activiteiten, zowel creatief als wetenschappelijk. Waaronder de posities van professor muziekgeschiedenis aan de Complutense universiteit van Madrid (1948), Hoofd van Muziekuitzendingen voor de Spaanse Radio, muziekcriticus voor verschillende kranten en Hoofd van de Artistieke afdeling van de Spaanse Nationale Organisatie voor de Blinden (ONCE). Rodrigo werd ook uitgenodigd als pianist en lector om tournees te maken door Spanje, de rest van Europa, Latijns-Amerika, de VS, Israël en Japan. In gezelschap van zijn vrouw woonde hij wereldwijd vele wedstrijden en festivals bij, gewijd aan zijn muziek.

קובץ:Joaquin Rodrigo en Rosario.JPG

Buste van Rodrigo met op de achtergrond zijn echtgenote. España Park, Rosario, Santa Fe Provincie, Argentinië.

De muziek van Rodrigo is een hommage aan de rijke en gevarieerde cultuur van Spanje. Geen enkele andere Spaanse componist heeft uit zoveel verschillende aspecten van s’lands geest als bronnen van inspiratie geput, van de geschiedenis van Spanje in de Romaanse tijd tot aan het werk van hedendaagse dichters. Zijn muziek is verfijnd, helder, fundamenteel optimistisch met een duidelijke overheersing van melodie en met originele harmonieën. Zijn eerste werken verraden de invloed van componisten uit zijn tijd als Ravel en Stravinsky, maar de persoonlijke stem is al snel te horen, die een noemenswaardig hoofdstuk in de culturele geschiedenis van Spanje in de 20ste eeuw zou worden, waar de originaliteit van Rodrogo’s muzikale inspiratie hand in hand gaat met een toewijding aan de fundamentele waarden van zijn traditie.

Joaquín Rodrigo componeerde talrijke en gevarieerde composities, waaronder elf concerten voor verschillende instrumenten, meer dan zestig liederen, koorwerken, instrumentale werken, toneelwerken en filmwerken. Een aantal beroemde solisten gaven hem opdrachten, waaronder Gaspar Cassadó, Andrés Segovia, Nicanor Zabaleta, James Galway, Julian Lloyd Webber en het Romero gitaar kwartet.

Joaquín Rodrigo werd gedurende zijn leven regelmatig geëerd door regeringen, universiteiten, academies en andere civile en muzikale organisaties in veel verschillende landen, waaronder: Gran Cruz de Alfonso X el Sabio, Gran Cruz del Mérito Civil, Medallas de Oro al Mérito en el Trabajo y en las Bellas Artes, de National Music Prize (tweemaal), Doctor honoris causa van verschillende universiteiten, directeur van de Real Academia de Bellas Artes de San Fernando en de Fundación Guerrero Prijs.

In 1991 ter ere van zijn 90ste verjaardag werden concerten gegeven over de hele wereld en Joaquín Rodrigo werd in de adelstand verheven door H M Juan Carlos I, koning van Spanje, met de titel ‘Marqués de los jardines de Aranjuez’.
In 1996 werd hij geëerd met de Prins van Asturia Prijs, voor het eerst aan de componist toegekend. In de eervole vermelding stond dat Rodrigo’s naam was toegevoegd aan die van Falla, Granados en Albéniz onder de klassieken van de Spaanse muziek en gaf buitengewone aandacht aan Rodrigo’s beslissende prestatie om waardigheid en universaliteit te geven aan de gitaar als concert instrument.

Op 21 juli 1997 stierf zijn vrouw Victoria en twee jaar later stierf Joaquín Rodrigo zelf in zijn huis op 6 juli 1999, omringd door zijn familie.

www.joaquin-rodrigo.com

Jan Pieterszoon Sweelinck: Fantasia Chromatica + Onder een linde groen

Sweelinck is niet zozeer een nakomer van de Nederlandse polyfonisten, dan wel een groot Nederlander van het begin van de Gouden Eeuw. Hij werd geboren in mei 1562 in Deventer. Op zijn vier verhuisde het gezin Sweelinck naar Amsterdam. Zijn vader was organist en clavecinist in dienst van de kerk, en eerste leraar van Jan. Dit bleek toen de elfjarige Sweelinck na de dood van de oude Sweelinck regelmatig de kerkdiensten verzorgde.

In 1580 werd hij tot stadsorganist aangesteld (in 1578 had de stad Amsterdam zich bekeerd van rooms-katholiek tot hervormd geloof, zodat de kerkambtenaren meteen ook in stadsdienst kwamen). Met zijn rooms-katholieke achtergrond moest de 18-jarige Sweelinck in de eerste plaats zijn baan redden: de zin van dat afleidend orgelspel tijdens de kerkdiensten werd in twijfel getrokken. Aan de andere kant bezorgde het de onderdanen toch edeler vermaak dan de taveernen, zodat hij alvast voorlopig mocht aanblijven. Meer zelfs: de kerk en het orgel werden ook als decor voor wereldlijke aangelegenheden gebruikt.

Naast zijn orgelimprovisaties en variaties op bekende volksliederen, componeerde hij ten behoeve van de muziekminnende burgerij vijfstemmige Franse chansons: verder de “Psalmen Davids” (de 150 calvinistische Franse berijmingen van Marot en de Bèze, polyfone bewerkingen van de Geneefse melodieën), twee- en driestemmige “Rimes” op Franse en Italiaanse teksten en de “Cantiones Sacrae”. In deze vocale werken toont Sweelinck zich een late nabloeier van de Nederlanders. Anders is zijn betekenis als orgelcomponist en pedagoog: in 1606 kwamen de eerste leerlingen uit Duitsland, en dit was de aanleiding tot zijn beroemde bijnamen de Vader van de Hervormde orgelcultuur of de Duitse Organistenmaker.

Sweelinck schreef voor orgel toccata’s variaties op liederen, dansen en koralen, 6 Echo-fantasieën, 14 monothematische fantasieën (voor lopers van de fuga) en 7 canons. Zijn belangrijkste leerlingen waren Samuel Scheidt, Peter Hasser, Heinrich Scheidemann en Gottfried Scheidt. Een van de twee worteltakken van J.S.Bachs stamboom als organist loopt trouwens van Sweelinck (die een synthese bereikte van de virginalisten- en polyfonistenstijl) over Scheidemann en Reinken.

Hij stierf op 16 oktober 1621. Als stadsorganist werd hij opgevolgd door zijn zoon Dirck.

Franz Liszt: Piano Concerto No 1 in E flat major

Franz Liszt werd op 22 oktober 1811 in Hongarije (Raiding) geboren uit een Duits adellijk geslacht, omdat zijn vader rentmeester was bij de Hongaarse tak van de Esterhazy’s. Als reeds zeer vroeg zijn muzikale begaafdheid blijkt, laat vader Liszt zijn job varen om de opleiding van zijn wonderkind van nabij te kunnen leiden. Het hele gezin verhuist naar Wenen, waar de jonge Franz (Ferenc in het Hongaars) met een studiebeurs van Hongaarse edelen les krijgt bij Czerny.
In 1823 trekken ze naar Parijs, maar Cherubini die een hekel had aan muzikale wonderkinderen, weigert hem aan het Conservatorium. Vandaar dat Liszt als pianist in feite autodidact is, terwijl hij compositielessen volgde bij Paër en Reicha.

Afbeeldingsresultaat voor franz lisztHij onderneemt een concertreis naar Engeland, en wordt door de voorspraak van Hongaarse adellijke families en door zijn natuurlijke ontvankelijkheid voor nieuwe indrukken, spoedig het lievelingskind van de Parijse salons.

Net als bij Chopin betekent het beluisteren van Paganini voor hem een nieuwe stimulans om zijn pianotechniek verder aan te scherpen. Andere figuren die hem diepgaand beïnvloeden zijn Meyerbeer, Bellini, Chopin en vooral Berlioz, uit wiens programmatische “Symphonie fantastique” hij de idee put voor symfonische gedichten als de meest typische uiting van de romantische orkestmuziek. In 1835 gaat hij een “vrij huwelijk” aan met gravin Marie d’Agout, die hem drie dochters schonk. Eén daarvan moeten we onthouden: Cosima, die eerst trouwde met de dirigent Hans von Bülow en daarna met Richard Wagner. In 1839 slaat de verhouding om in haat en Liszt is wat blij als hij tot buitengewoon hofkapelmeester benoemd wordt in Weimar. Van daaruit maakt hij propaganda voor de muziek van zijn geestelijke vader Berlioz en (echte) schoonzoon Wagner.

Tijdens een concertreis in Rusland leert hij vorstin Sayn-Wittgenstein kennen; wanneer na zeventien jaar aandringen de verbreking van haar eerste huwelijk definitief voor onmogelijk wordt verklaard (volgens het kerkelijk recht had ze moeten kunnen scheiden omdat ze als minderjarige tegen haar wil uitgehuwelijkt werd), gooit Liszt het roer om en vraagt in Rome de lagere wijdingen van de Rooms-Katholieke Kerk aan. Hij beperkt zijn concertreizen als bravoure-pianist tot een minimum, om zoveel mogelijk te componeren, en vertoont zich nog alleen in priestertoog. Ook in Weimar boterde het niet meer met zijn werkgevers en ondergeschikten, en hij trekt naar Rome. Vanaf 1875 wordt hij voorzitter van de landelijke muziekacademie (heet nu Ferenc Liszt-academie) in Boedapest, en verdeelt zijn jaren over Rome, Boedapest en Weimar.

Hij sterft op 31 juli 1886 in Bayreuth, waar hij Cosima te hulp gesneld was om het Festspielhaus boven water te houden na de dood van Wagner.

Wurlitzerdromen

#Metoo… Ik ook.  Ook ik ben het zat dat mannen mietjes moeten zijn, schotelvodden, weekdieren.  Ze moeten empathie hebben, hun gevoelige alter-ego laten zien, hun ongewenste testosteron onder een dikke laag geslachtsloosheid verbergen.  Wat is er mis met een man, die een complimentje geeft, die knipoogt, bewonderend fluit… Welke vrouw wordt er niet graag gecharmeerd, opgehemeld  – ook al is het maar voor de schijn?

Hoog tijd dat de mannen zich verzetten tegen de vervlakking van hun eigenste ik.  Hoog tijd dat er een festival komt om de mannelijkheid op te waarderen.  Zo hebben enkele initiatiefnemers gedacht.  Ze willen elkaar steunen, gezien worden en ‘thuis komen’.  Vrouwen zijn ook welkom, maar paranoïde blijf-van-mijn-lijf exemplaren zijn ongewenst.   Schrijf alvast in uw agenda: het weekeinde van 7 tot 9 september voor het Mannenfestival in De Kluis, te Sint-Joris-Weert: www.mannenfestival.be

Trude Herr, in de late vijftiger en zestiger jaren bekend in heel West-Duitsland en de rest van de wereld, vertolkte haar wens naar een man in dit liedje “Ich will keine Schokolade”.  Wie herinnert het zich nog?

Een fijne zondag!

Lolita

 

Frederick Delius: In a Summer Garden

Frederick Delius werd op 29 januari 1862 in Bradford geboren als zoon van een welgesteld wolhandelaar en was voorbestemd om het familiebedrijf over te nemen. Hij vestigde zich echter in Florida om een sinaasappelplantage te beginnen. In de Verenigde Staten begon hij volledig als autodidact muziek te studeren, o.m. wegens zijn grote bewondering voor de negermuziek. In 1886 reist hij naar Europa en ontmoet Edvard Grieg aan het Conserva-torium van Leipzig. Deze leert hem de Noorse volksmuziek kennen, en overhaalt hem zich uitsluitend aan het componeren te wijden.

In 1888 gaat Delius in Frankrijk wonen en huwt in 1897 met Jelka Rosen. Vanaf 1922 komen de eerste symptomen aan het licht van de ziekte die hem later blind zal maken, zodat hij vanaf 1926 zijn composities aan zijn vriend Eric Fenby moet dicteren. Delius vermeed de omgang met componisten maar was bevriend met Gauguin en Strindberg. Hij overleed op zijn landgoed in Grez-sur-Loing op 10 juni 1934.

Gloria a Dios!

De bronafbeelding bekijken

Maak kennis met de ‘Siervas“, de dienstmaagden van de H. Maagd van Guadaloupe. 11 nonnen in traditionele zwart-witte habijten staan op het podium als volleerde rockers met een hoge aaibaarheidsfactor. Van een heel andere orde dan het brave Dominique… nique… nique… van onze zingende non.

Hun orkestje werd in 2014 opgericht in het gelijknamige Peruviaanse klooster en nu verspreiden ze enthousiast de blijde boodschap, een ode aan de Heer, op een wijze die “Te Lourdes op de bergen” naar de mottenballenkist verwijst.
Ze zijn een absoluut succes op YT, ze verkopen hun eigen CD’s en doen concertzalen / festivals vollopen. Ze traden o.a. op voor de paus en 249.999 toehoorders in Juarez, Mexico. De Siervas zijn afkomstig uit acht landen, hun leeftijd tussen 20 en 40, spelen elektrische gitaar, drums, cello… en zingen de pannen van het dak terwijl hun zilveren kruisjes de maat volgen op hun borst.

Oorspronkelijk was muziek slechts een hobby dat afwisseling bood van het bidden met en tussen de armsten in Peruviaanse sloppenwijken. Nadat ze genoeg muziek geschreven hadden werd een eerste CD geperst, die snel gevolgd werd door optredens – initieel in Peru – vervolgens in de buurlanden Colombia en Ecuador. Het internet omarmde hen van ganser harte – een tweede CD volgde. Zij oefenen nu twee keer per week, smeden woorden en latino pop en rock in een wervend en wervelend amalgaam.  Alle opbrengsten van de verkoop der CD’s of concerttickets worden besteed aan de armen.

Gloria a Dios!  Meeslepende geloofsbeleving die heel even de miserie in de wereld doet vergeten.

De YT video “Confía en Dios” bovenop een helilandingsplaats met zicht op Lima, Peru, kreeg inmiddels meer dan 1.3 miljoen kijkers.

 

Leoš Janáček: “A far cry”, Idyll suite voor strijkorkest

Als vijfde kind uit een arm gezin werd Leoš Janácek geboren op 3 juli 1854 in Hukvaldy, een Tsjechisch dorpje nabij de grens met Polen. Zowel zijn vader als zijn grootvader waren musicus en onderwijzer. Op zijn elfde stuurden zijn ouders naar Brno, de hoofdstad van Moravië, gestuurd om er te zingen in het jongenskoor van een augustijnerklooster.

Leoš zou net zoals zijn vader in het onderwijs gaan. En dat gebeurde ook: hij kreeg in 1869 een studiebeurs om een lerarenopleiding te volgen, en gaf daarna gedurende twee jaar les op een school. Maar de muziek boeide hem meer. In 1873 richtte hij zijn eigen koor op en een jaar later ging hij naar Praag om er orgelles te volgen. Zijn eerste composities dateren van deze periode.

De bronafbeelding bekijken

In 1875 keerde hij terug naar het klooster, waar hij koorleider werd. Hij schreef voor het koor een ‘Exaudi Deus’ met orgelbegeleiding. Hij leidde het koor van Olomouc en dirigeerde het filharmonisch orkest van Brno, waarmee hij het Requiem van Mozart en de Missa Solemnis van Beethoven opvoerde.

Twee jaar later, in 1877 ging hij opnieuw naar Praag, waar hij Dvorák leerde kennen. Kort daarna ging hij zes maanden aan het conservatorium van Leipzig studeren, en daarna nog eens een half jaar aan het conservatorium van Wenen.

De bronafbeelding bekijken

Leoš Janácek Museum in Brno

In 1881 trouwde hij met de dochter van de directeur van de lerarenopleiding. Hij was toen 26, zij nog maar 15. Het huwelijk heeft maar een aantal jaren stand gehouden, maar Janácek kreeg steeds meer zelfvertrouwen. Hij wilde van Brno een groots muziekcentrum maken. Hij werd zeer actief: hij onderwees, bestudeerde de volksmuziek, dirigeerde en richtte een krant op. Er werd zelfs een nieuw theater geopend in de stad, en Janácek richtte er zijn eigen orgelschool, waarvan hij directeur bleef tot in 1903.

Van dan af begint een minder rooskleurige periode in Leoš’ leven. In 1882 begint hij aan zijn opera ‘Sárka’, maar de libbretist, die liever met Dvorák had samengewerkt, verbood hem tenslotte zijn tekst te gebruiken. Hij leefde ook gescheiden van zijn vrouw omdat hij zijn moeder had gevraag bij hem te komen wonen. Een paar jaar later werd er een zoontje doodgeboren.

Janáceks ontwikkeling als componist begon uitzonderlijk laattijdig. Pas de eeuwwisseling was zijn muzikale persoonlijkheid echt ontwikkeld. Tussen 1894 en 1903 had hij hard gewerkt aan zijn opera ‘Jenufa’ en aan de cantate ‘Amarus’. Uiteindelijk ging ‘Jenufa’ in Brno in première, en het werd een overweldigend succes, zij het op kleine schaal want de opera werd elders niet opgevoerd. Prompt daarna nam hij zijn ontslag als leraar en begon meer tijd te besteden aan zijn composities. In de jaren die volgden schreef hij een aantal opera’s die nooit werden opgevoerd.

Pas in 1916, twaalf jaar na de première, werd ‘Jenufa’ in Praag opgevoerd, waar Janácek als genie beschouwd werd. Voor het eerst in zijn leven kon de 62-jarige componist van een groot succes spreken. Hij schreef nog vier opera’s, een liederencyclus, een strijkkwartet, een blaassextet, de ‘Glagolitisch Mis’ en de ‘Sinfonietta voor orkest’. In 1928 schreef hij nog een strijkkwartet, waarna hij stierf, op 12 augustus.