Terugblik

Afbeeldingsresultaat voor frontieres comté flandres
Graafschap Vlaanderen ca.1350

De machtshonger van het niet zo ‘douce France’:

Deze meest noordelijke regio van Frankrijk, grotendeels geprangd tussen de kust en de grootstad Rijsel, heeft nog steeds haar Vlaamse volksaard en eigenheid behouden. Niet moeilijk te begrijpen, want dit gebied vormt immers geen etnische grens met Vlaanderen maar eerder een staatkundige, een gevolg van jaren tegengestelde machtsbelangen van grootmachten. Eeuwenlang behoorde de streek, die nu door iedereen Frans-Vlaanderen wordt genoemd, immers tot het voormalig graafschap Vlaanderen of althans tot de grotere constellatie ervan. Een historisch en cultureel overzicht: lees verder…

Het centralistische Frankrijk wiste afkomst en geschiedenis uit. De Vlaming, Elzasser, Bretoen, Normandiër, Bask, Corsikaan… verfranst, hun eigenheid, taal, cultuur, identiteit uitgewist. Franse ambtenaren en de clerus werden zo ver mogelijk van hun geboortegrond hervestigd. “Nationalisme? Verraad van morele waarden,” volgens Macron.

Ottomaanse chantage

Afbeeldingsresultaat voor Ottoman occupation of athens

Een moskee in Athene? Blijft een oud zeer. De Grieken zijn de Ottomaanse bezetting nog niet vergeten. Ook al leven er intussen opnieuw tienduizenden moslims in de Griekse hoofdstad. De president gaf officieel toelating voor de restauratie en heropening van de oude Fethiye-moskee als islamitisch gebedshuis, maar de inhuldiging laat op zich wachten. Een doorn in het oog van de Ottomaanse leider.

Tot hij kans zag druk uit te oefenen op de Griekse regering n.a.v. Tsipras’ bezoek aan Istanboel, die van de gelegenheid gebruik maakte een kijkje te nemen bij de Haghia Sophia en het Grieks-Orthodoxe Halki seminarie op Heubeli eiland, nabij Istanboel. Hij benadrukte de vriendschap tussen beide landen en uitte daarbij de hoop dat het seminarie, de opleidingsschool voor jonge priesters, binnenkort zijn deuren weer zou openen. N.a.v. de spanningen tussen Turkije en Griekenland omwille van het Cyprus-conflict werd het verplicht te sluiten in 1971.

Erdogan zag zijn kans – voor wat hoort wat – en stelde een ruil voor: een heropening van de Fethiye moskee (momenteel gebruikt als museum en tentoonstellingsruimte) in Athene volstond niet , het gebouw moest bovendien voorzien worden van minaretten. De gerestaureerde moskee werd oorspronkelijk gebouwd in 1458 gedurende de Ottomaanse bezetting van Griekenland, maar werd als zodanig niet meer gebruikt sinds 1821.

Erdogan vindt dat een moskee zonder minaret maar half werk is. Een kerk heeft toch ook een klokkentoren? … Erdogan heeft blijkbaar onze moderne betonnen bunkerachtige kerken nog niet gezien…

Tsipras is benauwd voor kritiek in eigen land. Turkije had het grondgebied van het seminarie (en andere christelijke eigendommen) geconfisceerd en intussen teruggegeven. Maar verder blijft het gebouw leeg staan; de opleiding van christen priesters in Ottomanië is een brug te ver…. tenzij de oproep voor het islamitische gebed weer over de daken van Athene vanuit de minarettoren kan klinken… (…)

In liefde en oorlog…

Afbeeldingsresultaat voor sly man cartoon

Een wijs man heeft me ooit gezegd: “Als je niet rechtdoor kunt, moet je er rond gaan…”

De ridders in de Middeleeuwen wisten dat ook al.

Aanslagen, ontvoeringen en undercoveroperaties achter de vijandelijke linies. In de donkere middeleeuwen hing de toekomst van een heel rijk soms af van een paar mannen die het niet zo nauw namen met hun riddergelofte. Lees verder …

Gedachten in gedichten

Anna Bijns: Priesters zijn menschen als ander liên

Weer geestelick, weer weerlick, boeren ofte prelaten,
Wy zijn arme, zondighe, crancke vaten,
Edel van deughdens, maer vol ghebreken.
Hoe compt dan dat wy malcanderen dus haten,
Beclappen, belieghen, draghen achter straten,
Die zelve totten ooren in sonden steken?
Dat het volck nu dynct, durft wel stautelick spreken,
En principalick van muenicken en papen;
En hoe zy de waerheit het zegghen oft preken,
Zoo fenynighe slanghen daer meer up gapen;
En of die priesters zom uut waren om rapen,
‘t En zijn gheen inghelen, maer menschen cranck.
Besiet u-zelven, aerme schurfde schapen,
Peynst, gaen zy cruepele, ghy gaet wel manck,
Ghy hoort oock gheerne in den buydel geclanck;
Eyst wonder of priesters gheerne pennynghen zien?
Ic zegghe: “Ic en diene om gheenen danck,
Priesters zijn menschen als ander liên.”

Afbeeldingsresultaat voor anna bijns

Schaemt u, ghy clappaerts, vul valscher suspitien,
Ghy mueght wel vreesen Gods stranghe punitien,
Als hy ten oordeele sal zijn gheseten.
Zy segghen dat die papen die beneficien
Coopen ende vercoopen; dees quade mailitien
Mercken zy wel, maer zy hebben vergheten
Hoe zy zelve het zweet van den aermen eten.
God weet hoe zom cryghen haer substantie,
Duer lieghen, bedrieghen, ontschryven, ontmeten,
Oft anders door wouckerie ofte finantie;
Bancheroute, dat is eene gemeene usantie,
Soo wel onder die Duytschen als onder die Walen,
Een quinckernel, dat’s die quitantie,
Zy en willen van tween niet een betalen.
Dit volck zeght: “Die muenicken en papen dwalen.”
En haer selfs hofken en willen zy niet wiên;
Merct u selfs crancheit en zeght zonder dralen;
“Priesters zijn menschen als ander liên.”

Of priesters oock met vrauwen ommegaen,
Ic en zegghe niet of ‘t en is qualick gedaen;
Maer zal men haer cranckheit daerom verbreyden?
Ghy, ghehuwede man, wilt my wel verstaen,
Ghy hebt ter kercken een huusvrauwe ontfaen
En hebt ghezworen onder u beyden
Dat ghy van malcanderen niet en zult scheyden,
Zydy altijts ghetrauwe uwen pare?
Ghy gaet u oock somtijts by andere vermeyden,
Of die priesters ooc somtijts hadden een care,
Die duvel die u quelt haerliêr oock tenteert,
Haerliêr lichaem als het uwe, gheseyt in ‘t clare,
Is tot alder cranckheyt gheinclineert,
Dit ghevoelt ghy in u-zelven als ghy wel jugeert.
Hier zoudy om dyncken als ghy yet zaecht gheschiên.
En segghen als yemant die priester accuseert:
”Priesters zijn oock menschen als ander liên.””

Of priesters ooc somtijts lachen en synghen,
By goet gheselschap danssen en sprynghen,
En of zy in vrueghden waren de meeste,
Sal men se begrypen met sulcken dynghen?
Al siet men haer oock een bacxken uut brynghen,
‘s Ghelijcx oock wachten met blyden gheeste,
Die nemmermeer en verheught is wel een beeste;
Zy moeten oock somtijts haer hertkin verlichten.
Peynst hoe gheerne ghy sijt in de feeste,
Daer vrueght hantieren vrau Venus nichten;
Of priesters oock saghen op schoone ansichten
Sal men se voor bouven hauden terstont
Ende haerliêr versmaden als boose wichten?
Peynst, wat goets smaect ooc wel in uwen mont.
Eer ghy priesters begrijpt gaet in u selfs gront,
En is ‘t dat ghy daer vint ‘s ghelijcx van dien,
Laet se onbegrepen en seght goet ront:
“Priesters zijn oock menschen als ander liên.”

Prince, achterclappers en lueghen-vinderen
Zullen zelden eens anders ghebreck verminderen,
Maer liever vermeerderen, elck zy op zijn hoede.
Of priesters misdoen wat mach ‘t ons hinderen,
Wy zijn al t’samen Adams kinderen,
Te samen-ghezet van vleesche en van bloede.
Men behoorde alle dynghen te keeren in ‘t goede,
Met den priesterlicken staet spotten noch gecken,
Maer doen ghelijck Constantinus, de vroede,
Die haerliêr mesdaet metten mantel wilde decken.
Dit zoude u met recht tot dueghden verwecken,
Die met achterclap haren tijt verquisten,
Met lueghenen der priesters fame bevlecken,
Zeyden zy noch niet meer dan zy en wisten.
Hoort ghy, Lutersche evangelisten,
Die Gods stathauders dus alomme bespiên,
Laet staen u clappen, ghy duvelsche artisten:
“Priesters zijn ooc menschen als ander liên.”

Syrië: de puzzelstukjes vallen stilaan terug op hun plaats

Afbeeldingsresultaat voor syria puzzle

Er was eens een park in Beer Ajam, met smalle zandwegeltjes tussen bomen, struiken en bloemenperken, met zitbanken om even te verpozen. Rond het park een muur van zwarte opeengestapelde natuurstenen. In het midden van het park het standbeeld van Satanaya (ook Satana genoemd), een soort “oermoeder” der Tsjerkessen, een mythische figuur. Een slanke, rechtop staande vrouw op een sokkel met een rode, geborduurde mantel en een wit kleed. Op het hoofd een traditioneel Tjerkessisch kapje met een sluier eraan gehecht.

Syrien: Es war einmal ein Park in Beer Ajam

In de ene hand hield Satanaya een open geslagen boek; in de andere hand, hoog boven haar hoofd, een lampje om de bladzijden van het boek te verlichten. Satanaya geldt als wijs en verstandig, ze wordt als vrouw en als vruchtbaarheidsgodin vereerd. Haar verschijning eist verering en respect, wijst op het evenwicht dat mannen en vrouwen in de Tsjerkessische maatschappij én in mythes en sagen toegeschreven wordt. Tot op heden worden deze mythen door de ouders aan hun (klein-)kinderen overgeleverd. (…)

De dorpen Beer Ajam, Breika en Kahtanieh (Modariya in het Tsjerkessisch) bevinden zich op de Syrische Golanhoogte in de provincie Qunaitra. Opgericht door de Tsjerkessen, die sinds medio 19de eeuw vooral via Oost-Turkije naar de Golan Hoogte, in toenmalig Syrië-Palestina, trokken en zich daar vestigden.

De Golan Hoogte was toen dunbevolkt, begroeid met vooral steeneiken en esdoorns. De sterke sneeuwval in de winter, de overvloedige regen en warme zomers herinnerden de Tsjerkessen aan hun oude vaderland in de Kaukasus. Ze ontginden en beplantten het vruchtbare en waterrijke land tussen het Meer van Genesareth (Meer van Tiberias), Damascus en de berg Hermon, de “berg van de sjeik”. De naam van de berg verwijst naar de sneeuwkap, die aan het hoofd van een sjeik herinnert met een witte hoofddoek.

De Tsjerkessen brachten het tot een bescheiden welstand en werden na de onafhankelijkheid in 1946 Syrische burgers. Tot op vandaag dragen ze zorg voor hun taal en tradities, thuis in het gezin, in de familie en in verenigingen, waar de oude traditionele dansen aangeleerd worden. Ze leren meer over hun muziek, over hun cultuur en over hun mythes. Iedereen kent Satanaya en haar geschiedenis.

Voor hen is Beer Ajam, wat Mekka voor de meerderheid der moslims is. Een heilige plaats. Op vrije dagen een geliefd uitstapdoel om te picknicken in het groen. Tsjerkessen zijn ook moslims.
Het sappige groen is weg. De velden zijn kaal, de fruitplantages verdwenen, het Satanayabeeld in het park van Beer Ajam vernietigd, de parkmuur brokkelig, de bomen geveld, de struiken verbrand en verdord, de zitbanken waarschijnlijk als brandhout gebruikt.

In 2012 trokken de eerste terroristische groepen als een sprinkhanenplaag door de dorpen, bedreigden de bewoners, vielen hen aan en verdreven hen. Ze namen hun intrek in de huizen om gaven de Tsjerkessische dorpen een nieuwe bestemming: een steunpunt voor de aanvallen tegen het Syrische leger. Pas in de lente van 2018 slaagde het leger erin – samen met Rusland, Iran, Hezbollah – de terroristen uit het gebied te verdrijven. Honderden van hen werden door het Israëlische leger over de bezette Golanhoogte naar Jordanië geëvacueerd (… u herinnert zich de poco berichtgeving betreffende de zgn. “humanitaire actie, de redding der Witte Helmen); anderen pakten de vrijgeleide naar Idlib aan om daar verder te timmeren aan hun terreurpad. Nog anderen legden de wapens neer, gingen in op het verzoeningsaanbod van de Syrische regering en verhuisden naar daar waar ze thuis hoorden. Maar toen de eerste bewoners – de Tsjerkessen – naar Beer Ajam terugkeerden om poolshoogte te nemen hoe hun huizen, tuinen, bedrijven en landbouwgronden eraan toe waren, vonden ze in hun huizen nog steeds aanhangers en familieleden der gewapende terroristengroepen. Deze zijn afkomstig uit west-Ghouta, ze kwamen om de Tsjerkessische dorpelingen te bestrijden. Ze hebben daar in Ghouta hun eigen woningen. Ze moeten terugkeren naar hun huizen, hun eigen dorpen en steden. Maar zij willen niet. Ze voeren aan dat slechts de gewapende milities moesten afdruipen. En dat ze een lokale politie-eenheid zullen oprichten om de controle over te nemen, resp. te behouden.

De burgers van Beer Ajam protesteerden: “Onze politie wordt door deze mensen bedreigd, beschoten en verjaagd.” en stuurden een delegatie naar de goeverneur van Qunaitra en naar de dd. legeroverheid met het dringende verzoek de indringers uit hun dorpen te verdrijven.
In september was het dan eindelijk zo ver: de bewoners konden voor het eerst terugkeren in hun dorpen. Er werd een bus gehuurd – velen hadden hun auto moeten verkopen om te kunnen overleven – om de transportkosten zo laag mogelijk te houden.

Aan de grens van Beer Ajam stond een plakkaat waarop men kon lezen wie er zoal hier de laatste jaren de lakens uitgedeeld had: “Het Ver. Damascus Front, de Rahman-leeuwen”, een lokale Al-Nusra afdeling. Al het groen is verdwenen, een maanlandschap. In sociale media worden foto’s gedeeld “voor en na”. Parklandschappen zijn weg, banken werden opgestookt, huizen zwaar beschadigd of gewoon helemaal vernield. En – verrassing! – achtergelaten Israëlische producten, zoals tabletten, Israëlische dadels, tandpasta, scheerschuim, shampoo, cosmetica… alles “Made in Israel”. In een hoek een Israëlisch brandblusapparaat, op de grond auto-wisselstukken in dozen zonder oorsprongsetiket. De lege munitiekisten ook zonder belettering. Jarenlang hoorden ze geruchten dat de terroristen door Israël ondersteund werden, nu konden ze het met eigen ogen vaststellen.

Inderdaad, zelfs de Israëlische media berichtten over de omvangrijke humanitaire, financiële en militaire inzet van het Israëlische leger in de door de terroristen bezette Z-W-Syrische provincies Qunaitra en Deraa (Daraa). Israëlische NGO’s waren actief in educatieve en medische projecten. Israël financierde en bewapende minstens 12 terroristische groepen in het gebied.

Voor de mensen van Beer Ajam moet het leven verder gaan. Ze organiseren opruimdagen om samen de puinhopen en de “nalatenschappen” der terroristen op te kuisen. Jong en oud vegen de straten schoon, poetsen in de huizen, planten opnieuw de eerste boompjes. De terugkeer en het herstel is moeilijk. De rit van en naar Damascus-hun dorpen is duur en het wonen in de dorpen is nog steeds onmogelijk, want de stroom- en watervoorziening werkt nog niet. De beloofde herstellingswerken worden met mondjesmaat uitgevoerd. De huizen blijven leeg omdat hele families Syrië verlaten hebben. Anderen hebben niet de financiële middelen om muren, vensters en deuren te repareren. Overal werden elektrische leidingen en armaturen gestolen – een dure factuur voor wie zijn huis bewoonbaar wil maken.


China heeft recent een schenking van 300 transformatoren aangekondigd, waarvoor dank. Maar de nood is groot in Syrië en de heropbouw gaat voor de meesten niet snel genoeg. En dan zijn er ook nog de sancties, waarover in alle talen gezwegen wordt. “Humanitaire” sancties die alles behalve de menselijkheid uitdragen.

Auteur: onafhankelijke journaliste Karin Leukefeld, geaccrediteerd in Damascus. Vertaling Golfbrekers (…)

Maurice Ravel: Bolero

De Bolero (of Boléro) is een ballet dat in 1928 gecomponeerd werd door de Franse componist Maurice Ravel voor de Russische danseres Ida Rubinstein. (video onderaan)


Het stuk heeft kenmerken van een bolero. Het stuk was meteen een groot succes tijdens de première op 22 november 1928 in de Parijse Opéra, met choreografie van Bronislava Nijinska en een decor van Alexandre Benois. Het Orkest van de Opéra stond onder leiding van Walther Straram. Ernest Ansermet was oorspronkelijk ingehuurd om alle uitvoeringen van het balletseizoen te leiden, maar de musici weigerden onder hem te spelen.
Ravel noemde het stuk muzikaal inhoudloos, maar toch staat het bekend als een van zijn meesterwerken. De Bolero bestaat uit twee thema’s die telkens door andere instrumenten worden gespeeld. Na twee inleidende maten door de kleine trom wordt het eerste thema ingezet door een enkele fluit, waarna langzamerhand het gehele orkest gaat meedoen, waarbij bij elk opeenvolgend fragment crescendo plaatsvindt. Het stuk duurt ongeveer 15 minuten.
De Bolero werd naast zijn intrigerende orkestratie, met orkestinstrumenten die beurtelings het thema spelen, ook bekend door zijn ritmische drone. (Wikipedia)

Gedachten in gedichten

Ghedachten op de snelheyt van den tijdt

Gelijck een waterdrop
van ‘t hoogste dack gedropen,
Gelijck een snelle beek
komt van ‘t gebergt geloopen,
Gelijck een vluchtig peerdt
in sijnen meesten spoedt,
Gelijck een zeylend schip
doorsnijdt den zilten vloedt,
Gelijck een adelaer
die door de lucht gaet sweven,
Gelijck een vlugge pijl
uyt sijnen boogh gedreven,
Gelijck een kogel vliegt
uyt ‘t bulderend geschut,
Gelijck een snel gedacht
dat aerd’ noch hemel stut,
Soo spoeyt, soo loopt den tijdt
van ‘t eene jaer in ‘t ander,
En schaekelt in sijn loop
veel eeuwen aen elkander.
Michel de Swaen (1654 – 1707)