Bart Laeremans: hoe we belazerd worden

Schaduwhalfrond, school van het surrealisme, institutionele absurditeiten, tandeloze praatclub, edele kunst van het duimendraaien, samenvallende verkiezingen verankerd in de Grondwet…

De Senaat zou afgeschaft worden.  Zou… in werkelijkheid wordt het een peperduur belgisch anachronisme dat wel wat mag kosten: ongeveer 1.25 miljoen euro per vergadering. 

Hier vindt u Barts plenaire tussenkomst over de hervorming van de senaat  en de  kieswetgeving, dd  26 november 2013.  U wordt er niet vrolijk van/

Bart Laeremans: Het had vandaag een historische dag kunnen zijn, we hadden vandaag geschiedenis kunnen schrijven. Beeld u eens in: 71 senatoren die de euvele moed zouden hebben gehad om een punt te zetten achter een traditie van 183 jaar schaduwhalfrond.

We zouden vandaag in  het brandpunt van de internationale belangstelling staan; de halve wereldpers zou zich reppen naar deze muffe stulp, want eindelijk waren er moedige mensen die hadden ingezien dat ze geheel en al overbodig waren en dat hun belangrijkste bezigheid erin bestond de gemeenschap op kosten te jagen.

Eindelijk hadden deze 71 mannen en vrouwen de moed om dat te erkennen en er de enige gepaste conclusie uit te trekken, namelijk: opdoeken, die boel! Het gebouw is groot genoeg om er een historisch museum in onder te brengen of beter nog, het Magrittemuseum, want wie hoort hier beter thuis dan René François Ghislain Magritte, de grootmeester van de surrealistische schilderkunst. Want heel veel van wat hier werd gebricoleerd werd, van wat hier op zo een merkwaardige manier in elkaar werd gevezen en gevlochten, behoort onmiskenbaar tot de school van het surrealisme.

België zelf is één groot Absurdistan, één groot anachronisme ook, want hoe valt het uit te leggen dat we  in een eeuw waarin de democratie is doorgedrongen tot in de verste uithoeken van de wereld, nog altijd opgescheept zitten met een archaïsch koningshuis, zotskappen inbegrepen, dat daadwerkelijke en uitgebreide politieke macht uitoefent?

Hoe valt te verklaren dat in dit land een meerderheid nog altijd kan worden gedomineerd door een minderheid, alsof het een Afrikaanse bananenrepubliek betrof?

Hoe spelen we het klaar om aan buitenstaanders uit te leggen dat hier zeven parlementen zijn en blijven, drie gemeenschappen en drie gewesten, samen goed voor nog steeds, na de hervorming van vandaag, 453 parlementsleden? Wat te zeggen als een land zichzelf een federatie noemt, maar binnen die federatie ook nog een andere instantie zich een federatie noemt, waarbij de namen van twee gewesten niet slaan op een gewest, maar op een gemeenschap?

Zoveel institutionele absurditeiten zijn alleen mogelijk in België. En dan nog heeft u nog altijd niet de moed om volstrekt overbodige relicten van het Belgique de papa voor eens en voorgoed opzij te schuiven.

Maar het heeft dus niet mogen zijn. Deze instelling zal zichzelf nog maar eens overleven en omgevormd worden tot een tandeloze praatclub, met nauwelijks bevoegdheden, die nog veel minder zal wegen op het beleid dan vandaag, die nog veel minder te zeggen zal hebben, die nog veel minder werk zal hebben –een zielige acht plenaire zittingen per jaar– , die nog veel minder te betekenen zal hebben en nog veel meer in de schaduw zal werken dan vandaag. We zouden medelijden moeten hebben met de goede zielen die er na ons terechtkomen en die meteen zullen merken dat ze hier alleen maar de edele kunst van het duimendraaien, van veredelde bezigheidstherapie beoefenen. Het is onbegrijpelijk dat daarvoor zo een peperdure instelling van bijna zeventig miljoen euro per jaar in stand wordt gehouden, die ook in de toekomst gigantisch veel belastinggeld zal blijven opslorpen.

Ik heb vijftien jaar in de Kamer gewerkt en kan dus de vergelijking maken. We zijn alleen maar een fletse en saaie afspiegeling van wat er in de Kamer gebeurt. Bijna nooit slagen senatoren erin de tweede- of derderangsrol te doorbreken. De politieke lamp brandt in de Kamer, en niet hier. Ik heb ze hier nooit weten branden. Wie de teksten goed leest, ziet dat het de uitdrukkelijke bedoeling is dat ze nooit meer zal branden. Deze instelling wordt een grote, donkere diepvriezer: hier moet de volgende staatshervorming zo lang mogelijk ingevroren worden.

Het is immers allerminst de bedoeling dat hier verder wordt gediscussieerd over de staatshervorming. Die komt er sowieso toch niet. Dat is wat uiteraard alle Waalse partijen willen, want die hebben alles verkregen wat ze wilden, en ze hebben meer dan ooit baat bij een status-quo, maar dat is ook wat de Vlaamse partijen willen. Sp.a, Open Vld en zelfs CD&V zeggen dat de aandacht het komende lustrum, en liefst zelfs het volgende decennium, enkel mag gaan naar het uitvoeren van de lopende staatshervorming, en zeker niet naar een nieuwe staatshervorming.

Collega’s van de N-VA, u zult geen bondgenoten vinden voor uw confederale verhaaltjes, toch niet bij de regimepartijen. Ik geloof er alleszins niet in en alle tekenen wijzen in dezelfde richting.

Politieke akkoorden over een staatshervorming zijn overigens nooit in de Senaat of in de Kamer tot stand gekomen; dat gebeurde altijd tijdens een regeringsformatie. Als ontmoetingsplaats van de gemeenschappen is de Senaat een regelrechte mislukking geworden. Nooit heeft dit hybride halfrond sinds de hervorming van 1993 echt gefunctioneerd als een laboratorium waarin de deelstaatparlementen de gangmakers waren voor nieuwe institutionele hervormingen. Laten we daaruit dus lessen trekken en niet op de ingeslagen weg voortgaan. Dat kan toch alleen maar nieuwe frustratie en mislukkingen met zich meebrengen.

We moeten ons wel ten stelligste afvragen waarom die dure instelling nog altijd gehandhaafd wordt. De nostalgie naar het België van weleer leeft nog  en opmerkelijk genoeg laten sommige senatoren zich daardoor nog altijd leiden, zo bleek tijdens de commissievergaderingen.

Er zijn echter heel andere redenen voor het voortbestaan van de Senaat. Eén ervan heeft te maken met het absurde karakter van dit land, waar niets is wat het lijkt, waar de argeloze toeschouwer voortdurend op het verkeerde been wordt gezet. Men wil de indruk wekken dat de deelstaten meer te zeggen zullen hebben omdat de Senaat een echt deelstatenparlement wordt waarin geen rechtstreeks verkozenen meer zullen zetelen. “Die deelstaten gaan nu beter vertegenwoordigd zijn in de Senaat en zullen bijvoorbeeld sterker betrokken worden bij een reeks benoemingen zoals die voor het Grondwettelijk Hof,”zo klinkt het. Toch is dat slechts schijn en gezichtsbedrog, want de deelstaten worden met heel de operatie van vandaag meer dan ooit in het federale gareel gespannen. Ze krijgen wel constitutieve autonomie, zodat ze hun eigen verkiezingen kunnen regelen, maar tegelijkertijd wordt de belangrijkste verworvenheid waarover ze sinds 1993 beschikken, namelijk aparte verkiezingen volgens een eigen politieke dynamiek, afgenomen.

Het uitgangspunt van de hervorming is immers dat in de toekomst alle verkiezingen samenvallen: de Europese, de federale en de  deelstaatverkiezingen gebeuren om de vijf jaar op dezelfde dag. Dat is de grote federale verworvenheid die vandaag in de Grondwet wordt ingeschreven. Al de rest is oogverblinding, of zijn doekjes voor het bloeden. De deelstaten zouden van die regeling kunnen afwijken, maar alleen krachtens een nieuwe federale wet, die enkel met een bijzondere meerderheid kan worden aangenomen, en vervolgens moet dat in de deelstaten ook nog eens met een twee derde meerderheid worden ingevoerd. Zo iets is nagenoeg utopisch, ook al omdat Vlaanderen daarbovenop nog eens de goedkeuring van Brussel nodig heeft, zo niet ontstaat er een onmogelijke situatie voor de verkiezing van de 6 Vlaamse volksvertegenwoordigers uit Brussel. Brussel kan dus zijn veto stellen. De eventuele afwijking zit dus op drievoudige  wijze vergrendeld.

 We mogen er dus van uitgaan dat het afgelopen is met gescheiden verkiezingen en met de eigen electorale dynamiek van de deelstaten. Vlaanderen wordt in perceptie en in realiteit opnieuw in grote mate ondergeschikt aan het federale bestuur. Iedereen weet dat, zelfs na de overheveling van een reeks veelal versnipperde bevoegdheden naar de deelstaten, het federale niveau bij samenvallende verkiezingen nog altijd de toon zal aangeven. Daarover zullen de verkiezingen dus gaan, want daar blijven de belangrijke thema’s: sociale zekerheid, ziekteverzekering en pensioenen, economie, fiscaliteit, veiligheid, justitie en migratie. Daarover zullen ook in de toekomst de echte politieke debatten gaan, en op basis daarvan zal de kiezer zijn keuze maken.

Bijgevolg wordt het beleid op het Vlaamse niveau en de regeringsvorming de facto opnieuw ondergeschikt aan het federale niveau: weg met die hinderlijke asymmetrie, alles en iedereen opnieuw braaf in het Belgische gareel. Dat is de grote omwenteling die vandaag voorligt. De huidige hervormingen zijn zo anti-Vlaams omdat de autonomie van de deelstaten, en dus van Vlaanderen, wordt gefnuikt. Omdat ieder spanningsveld tussen het federale niveau en de deelstaten, zoals dat trouwens in alle echte federale Staten bestaat, wegvalt en dat elke betrachting naar meer zelfstandigheid hiermee wordt gehypothekeerd.

Er is één man die zeer goed inschat wat dit allemaal kan betekenen, hoe nefast dit kan zijn voor Vlaanderen en vooral voor hemzelf, namelijk Kris Peeters. In Het Laatste Nieuws van 7 maart zei hij: “de Vlaamse kiezer moet het Vlaams niveau apart kunnen beoordelen”. De heer Peeters heeft gelijk. Op 6 maart zei hij in het Vlaams Parlement: “vanuit democratisch oogpunt worden de verkiezingen best afzonderlijk georganiseerd”.

Wie zal hem tegenspreken? Toch zijn er die dat doen, met name de sp.a. Ik vind het jammer dat collega Anciaux weg is, want ik wil verwijzen naar de uitspraak van Kurt De Loor in het Vlaams Parlement: “we moeten vermijden dat de mensen van kieshokje naar kieshokje worden gestuurd. Aparte verkiezingen zijn ook helemaal niet bevorderlijk voor de politieke stabiliteit.”

Daar zijn de socialisten immers grote voorstander van, want destijds gingen tal van socialistische republieken ervan uit dat dit het belangrijkste basisprincipe moest zijn, in China is dat vandaag nog altijd zo. Politieke stabiliteit is voor de meesten hier blijkbaar de heilige koe, waarbij alle andere argumenten in het niets verzinken.

De heer Wouter Beke (CD&V). – Ik noteer dus dat de heer Laeremans voor politieke instabiliteit is.

Bart Laeremans: Dat heb ik helemaal niet gezegd. Als men omwille van de  politieke stabiliteit de democratie opzijschuift, gaat men wel heel ver.

De heer Wouter Beke (CD&V). –  We kunnen niet buiten het feit dat op 25 mei volgend jaar Vlaamse, federale en Europese verkiezingen worden gehouden. Dat is het logische gevolg van het feit dat de regering gevallen is over het uitblijven van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, die er volgens sommigen niet gekomen is. Niemand kan precies inschatten wat er na 2014 zal gebeuren. Alles zal afhangen van de vraag of we dan stabiliteit zullen krijgen of niet. In principe zal er een legislatuur zijn van vijf jaar. Wie de politieke geschiedenis van ons land kent, weet dat de regeringen die de rit niet hebben uitgereden talrijker zijn dan die welke daar wel in geslaagd zijn. Als men dat principe na 2014 wil verankeren, moet er na de verkiezingen van 25 mei 2014 een tweederde meerderheid worden gevonden. Op dat ogenblik krijgen de deelstaatparlementen, dus ook het Vlaams Parlement, autonomie om de eigen verkiezingsdatum te verschuiven

Dan kan Vlaanderen zelf bepalen of het vroeger verkiezingen wil houden en wat in dat geval de duur van de legislatuur zal zijn.

 Bart Laeremans:  Ik ben het zelden zo eens geweest met de heer Beke. Waarom wordt de constitutieve autonomie, die Vlaanderen moet hebben om zelf de datum van de verkiezingen en de duur van de legislatuur te bepalen, dan meteen aan banden gelegd?

De tenuitvoerlegging van de constitutieve autonomie vereist dat na de komende verkiezingen in het federale parlement een nieuwe bijzondere wet met een tweederdemeerderheid wordt goedgekeurd en dat ook in het Vlaams Parlement een tweederdemeerderheid wordt gevonden. Bovendien moet nog een akkoord worden bereikt met Brussel, want anders is geen oplossing mogelijk voor het probleem van de zes Brusselse Vlamingen. Er is dus een drievoudige vergrendeling. De Vlaamse constitutieve autonomie wordt hierdoor afhankelijk gemaakt van nieuwe toegevingen aan Brussel en aan de Franstaligen.

Wij vragen dat de constitutieve autonomie nu volledig ten uitvoer wordt gelegd zodat Vlaanderen meteen autonoom een verkiezingsdatum kan bepalen. Kris Peeters vraagt dat ook. Wij vragen dus hetzelfde als de grote baas van de heer Beke.

De institutionele meerderheid stelt echter grendels in. Bovendien schrijft ze uitdrukkelijk in de Grondwet in dat zowel de federale verkiezingen als de deelstaatverkiezingen aan de Europese verkiezingen worden gekoppeld.

 De heer Wouter Beke (CD&V). –  Alles zal afhangen van de vraag of we de komende decennia terechtkomen in een regime van “socialistische stabiliteit”, om de woorden van de heer Laeremans te gebruiken, of in een regime van nationalistische instabiliteit. Zelf ben ik uiteraard altijd te vinden voor een regime van rustige vastheid.

We leggen vast dat een federale legislatuur in principe vijf jaar duurt. Als de regering echter valt en er worden nieuwe verkiezingen uitgeschreven, dan begint een nieuwe periode van vijf jaar. In dat geval zijn er geen samenvallende verkiezingen meer.

 Bart Laeremans: Dat zullen we nog zien. Ik had begrepen dat in de Grondwet wordt ingeschreven dat de federale verkiezingen aan de Europese verkiezingen worden gekoppeld. Dat betekent dat als de vijfjarige periode niet voorbij is, er dan verkiezingen komen voor de resterende periode van die legislatuur van vijf jaar. Daarna zullen de federale verkiezingen weer samenvallen met de Europese verkiezingen.

De heer Wouter Beke (CD&V). –  Neen, dat klopt niet. De redenering van de heer Laeremans geldt voor de periode tot 25 mei 2014. Mocht de huidige regering vóór 25 mei 2014 vallen, dan kunnen, na de goedkeuring van de voorliggende voorstellen, geen verkiezingen worden georganiseerd vóór 25 mei 2014.

Als er na 25 mei een nieuwe regering aantreedt, is dat in principe voor vijf jaar. Als ze valt, wat altijd mogelijk is, kunnen nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven en zal op dat ogenblik een nieuwe termijn van vijf jaar ingaan.

Bart Laeremans: Dan nog blijf ik me afvragen waarom niet bij gewone wet, maar bij Grondwet wordt ingeschreven dat de verkiezingen met de Europese verkiezingen samenvallen.

 De heer Wouter Beke (CD&V). –  Om het principe in 2019 en latere jaren te verankeren is na de verkiezingen van 2014 een tweederdemeerderheid nodig. Met andere woorden, met deze zesde staatshervorming is dit geen verworvenheid.

Bart Laeremans: Daarom vind ik het vreemd dat de meerderheid de federale verkiezingen in de Grondwet aan de Europese koppelt. Beide verkiezingen hebben niets met elkaar te maken en zouden los van elkaar moeten staan. Bovenal zou die koppeling niet in de Grondwet ingeschreven moeten zijn.

Politieke stabiliteit is de heilige koe en blijkbaar veel belangrijker dan democratie. Bij dergelijke verklaringen vallen de maskers af en wordt duidelijk wie de echte democraten zijn en wie de schijndemocraten. Ik ben niet de enige die deze mening is toegedaan. Ik word daarin bijgetreden door Kris Peeters: “Ik vind het heel vreemd dat democraten pleiten voor minder verkiezingen. Als men niet oplet, heb je geen verkiezingen meer.” Wie ben ik om Kris Peeters tegen te spreken?

Vandaag is geen hoogdag voor de democratie, integendeel. Alles staat in het licht van de Belgische stabiliteit. Dus worden de democratie, de inspraak en zelfs de betrokkenheid van de burger ingeperkt, en zelfs geen klein beetje!

 Momenteel kennen we drie verkiezingsdagen: de gemeenteraadsverkiezingen, de Europese verkiezingen en de Vlaamse verkiezingen, en de federale verkiezingen. Eén daarvan zal in principe verdwijnen en daarenboven zal er vijf jaar tussen die verkiezingen zitten.

Ik heb scherp akte genomen van wat de heer Beke daarnet heeft gezegd, namelijk dat  de regering nog kan vallen en dat dan een nieuwe periode van vijf jaar zal ingaan. Toch vind ik dat de democratie in grote mate wordt gefnuikt. Ik denk niet te overdrijven met de stelling dat het democratisch gehalte van ons land behoorlijk vermindert. Ik herhaal dan ook dat vandaag geen hoogdag is voor de democratie, maar een beschadigingsoperatie waar men onmogelijk trots op kan zijn.

Er zullen minder verkiezingen zijn in een land waar niet overdreven veel verkiezingen worden georganiseerd. In Frankrijk bijvoorbeeld is er een eerste en soms een tweede ronde, zijn er vaak meerdere verkiezingen in eenzelfde jaar, en toch maakt de meerderheid de bevolking wijs dat er in ons land te veel verkiezingen worden gehouden. In de Verenigde Staten wordt het Parlement zelfs om de twee jaar verkozen. Ik zeg niet dat dit ideaal is voor ons land, maar verkiezingen om de vijf jaar in plaats van om de vier jaar betekent 20% minder democratie en 20% minder inspraak voor de burger.

Het is godgeklaagd dat we onze verkiezingen in onze Grondwet koppelen aan de Europese. Geen enkel ander land in Europa doet dat. Het getuigt van weinig zelfrespect, weinig fierheid, weinig patriottisme. De meerderheid laat de eigen verkiezingen afhangen van de willekeur van Europa. Dit is een voorbeeld te meer dat we in een hoogst surrealistisch land leven. Als Europa ooit beslist om de drie of vier jaar verkiezingen te houden, dan moeten wij onze Grondwet wijzigen. Begrijpe wie kan!

Een andere reden waarom de meeste partijen zo gehecht zijn aan het behoud van de Senaat is de mogelijkheid tot coöptatie van partijgenoten. Mij hoort men geen kritiek leveren op het bestaan van coöptatie. Zonder dit systeem was ik immers geen senator. Maar de coöptatieregeling krijgt evenwel een wrange bijsmaak, aangezien ze wordt gekoppeld aan de Kamerverkiezingen, niet aan de uitslagen van de deelstaatverkiezingen, wat logisch zou zijn, aangezien de Senaat een deelstatenparlement zal worden. De regeling is perfide en uitgekiend op maat van de Franstalig belangen in Halle-Vilvoorde.

Het systeem wordt immers in grote mate ten dienste gesteld van de onfortuinlijke Nederlandstalige kandidaten die uit de boot vallen in Brussel, of dito Franstalige kandidaten in Halle-Vilvoorde. De stemmen die de Franstalige partijen behalen in Halle-Vilvoorde zullen namelijk worden meegeteld om de sterkte te bepalen van elk van de Franstalige partijen voor de verdeling van de gecoöpteerden.

Toen we dat aanklaagden, riep iedereen dat het uiteindelijk slechts gaat om een fractie van de Franstalige stemmen, dat het louter symbolisch en bijgevolg zonder belang is.

Maar daar gaat het helemaal niet om. Voor Halle-Vilvoorde betekent die regeling immers effectief een wereld van verschil. Het oude BHV staat hiermee in zeer grote mate opnieuw op de kaart. Want, collega Beke, wat is het gevolg van dat systeem ? Elke Franstalige partij heeft er voortaan belang bij om afzonderlijk op te komen en om te proberen zoveel mogelijk stemmen te behalen, zodat het in Halle-Vilvoorde opnieuw tot een opbod zal komen waarbij de Franstalige partijen elkaar proberen te overtreffen in imperialistische kretologie. BHV is dus helemaal terug, en de splitsing wordt een pseudo-splitsing: het systeem en de bijbehorende partijfinanciering leiden ertoe dat elke Franstalige partij zich geroepen zal voelen om eigen lijsten in te dienen in Vlaams-Brabant. Voor de burgers in Halle-Vilvoorde verandert er dus niets tegenover vroeger, voor de splitsing, op het vlak van de verkiezingscampagne of van het verkiezingsdrukwerk in hun brievenbus. Erger nog: de Franstaligen zullen voor de Kamer kunnen opkomen in heel Vlaams-Brabant. De francofone arrogantie in Vlaams-Brabant zal dus blijven voortwoekeren, alsof er niets is gebeurd, en dat heeft verregaande gevolgen.

Mochten de Franstaligen echter gedwongen worden om een eenheidslijst in te dienen, dan zouden ze immers totaal andere resultaten behalen – zeker in de kantons zonder faciliteitengemeenten. En het gaat hem precies om die kantons, want de faciliteitengemeenten hebben de Franstaligen al binnen, nu die zijn ingelijfd bij de groot-Brusselse kieskring waarvan het kanton Sint-Genesius-Rode deel uitmaakt. Vandaag gaat het om de gemeenten daarbuiten, zoals het kanton Lennik. In dat kanton haalden de Franstalige partijen, verenigd op een UF-lijst, bij de Vlaamse verkiezingen in 2009 een verwaarloosbaar resultaat van 1,8 procent. Bij de federale verkiezingen was het resultaat totaal anders, namelijk 6,3 procent of drie keer meer dan bij de Vlaamse verkiezingen.

In het kanton Vilvoorde zijn de cijfers nog duidelijker: 5,6 procent voor de UF-lijst, tegenover 17,4 procent voor de afzonderlijke lijsten bij de verkiezingen voor de Kamer.

Voor de Vlaamse verkiezingen kan er in gemeenten zonder faciliteiten worden gesproken van een tendens tot electorale integratie. Hetzelfde kon ook worden vastgesteld bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar die trend had niets te maken met de splitsing van BHV, in tegenstelling tot wat collega Beke stelt, want die trend was niet zichtbaar in de faciliteitengemeenten. De reden voor die trend is wel dat mensen stemmen voor partijen die effectief aan de macht kunnen komen, en buiten de faciliteitengemeenten zitten de Franstalige partijen in een cordon dat hen dat belet. In de faciliteitengemeenten is dat niet zo, en daar wordt meer dan ooit, ook na de splitsing van BHV, voor de UF-lijsten gestemd.

De Franstalige partijen doen er nog steeds alles aan om, voor wat in de perceptie nog steeds de belangrijkste verkiezingen zijn, die voor de Kamer, de integratie te dwarsbomen.

De beperkte voordelen die in Halle-Vilvoorde uit de splitsing voortvloeiden voor de gemeenten buiten die met faciliteiten, worden nu in belangrijke mate onderuit gehaald.

De kans is heel groot dat uiteindelijk, als beloning voor de gevoerde opbodpolitiek, verscheidene Franstalige inwoners uit het Halle-Vilvoorde van buiten de faciliteitengemeenten, daadwerkelijk gecoöpteerd zullen worden in deze Senaat. Zij zullen zich hier dan kunnen opwerpen als de spreekbuis van de francofonie uit dat gebied.

Er wordt dus vandaag een nieuw wapen gecreëerd waarmee de Franstaligen ertoe worden aangezet om de imperialistische strijd in Vlaams-Brabant verder te zetten en om de verfransing te blijven aanwakkeren.

De institutionele meerderheid verdedigt dat systeem van de coöptatie door erop te wijzen dat het ook in het voordeel speelt van de Brusselse Vlamingen, die op die manier eveneens toegang krijgen tot het federale parlement. Maar dat is natuurlijk een drogreden. De Brusselse Vlamingen hadden dat systeem immers helemaal niet nodig. Zij konden rechtstreeks in de Kamer verkozen worden, op voorwaarde dat hetzelfde systeem was toegepast als bij de Europese en de gewestverkiezingen in Brussel: eerst de lijsten verbinden per taalgroep, en de stemmen nadien per taalgroep omslaan. Dan zouden de Vlamingen niet geliquideerd zijn, maar zouden ze integendeel recht hebben gehad op 2 Brusselse zetels in de Kamer, in plaats van geen enkele vandaag.

Het is trouwens onvoorstelbaar dat het lot van de Vlamingen in de tweetalige hoofdstad gekoppeld wordt aan dat van de Franstaligen uit het eentalige Vlaams-Brabant van buiten de faciliteitengemeenten. Er is nochtans geen enkele vergelijking mogelijk tussen die beide situaties.

Men zou nog kunnen zeggen dat het Grondwettelijk Hof ooit heeft gesteld dat op één of andere wijze moet rekening gehouden worden met de Franstaligen uit de faciliteitengemeenten, omdat die gemeenten een apart juridisch statuut hebben. Maar dat gaat in de verste verte niet op voor de Franstaligen buiten die gemeenten.

De koppeling geeft wel weer wat er in dit land aan het gebeuren is. Brussel wordt immers meer en meer naar voren geschoven als een Franstalige stad met Vlamingen als gedoogde minderheid, die hoe dan ook ondergeschikt is aan de Franstaligen. Getuige daarvan is de vernederende wijze waarop er is beslist dat de procureur en de arbeidsauditeur in de toekomst altijd Franstalig moeten zijn en hun adjuncten Nederlandstalig.

Denk ook aan de hele operatie achter de incivieke en ongrondwettelijke Fédération Wallonie-Bruxelles, die Brussel internationaal als een Franstalige stad voorstelt. De regeling die hier is uitgewerkt, speelt dus slechts in schijn in het voordeel van de Nederlandstaligen in Brussel, maar speelt vooral in de kaart van de Franstaligen en hun nog steeds aanwezige expansiedrang.

Voor de Brusselse Vlamingen werkt de hele regeling omgekeerd. De huidige regeling moedigt ze aan apart op te komen zowel op financieel vlak als in verband met de verklaringen van samenhang tussen de partijen, om te kunnen meetellen voor de gecoöpteerde senatoren. Dan zal vooral de indruk ontstaan dat een stem voor een Vlaamse lijst voor de Kamer van volksvertegenwoordigers een verloren stem is.

Die perceptie is dodelijk en dreigt af te stralen op de resultaten van de gewestraadsverkiezingen. Als de kiezer vooraf weet dat die partij in de Kamer geen zetel kan halen, zal hij voor die partij niet stemmen. Ik vrees dat hij die lijn doortrekt en ook voor de Brusselse gewestraadsverkiezingen aan die lijst zal voorbijgaan.

Vandaag zien we de nefaste gevolgen van die regeling voor de lijstvorming. Vlaams Belang en daarna N-VA hadden voorgesteld dat de Vlamingen in Brussel  een eenheidslijst zouden indienen. Ook CD&V bewees bij monde van Brigitte Grouwels lippendienst aan dat voorstel. Maar ten gevolge van het perfide systeem, dat samenhangt met de partijfinanciering en de gecoöpteerde senatoren, gaat iedere partij uiteindelijk haar eigen weg, laat iedere partij een kamikaze of een masochist de Kamerlijst trekken. Tenzij de Groenen, die al bij Ecolo zijn gaan bedelen. De groene stemmen gaan dus de partijkas Ecolo aandikken.

CD&V heeft het lef om niemand minder naar voren te schuiven dan het witte blad, Benjamin Dalle. Uitgerekend de eigen medewerker van de staatssecretaris, die hem heeft geholpen bij het torpederen van de Brusselse Vlamingen, moet nu de meubelen redden voor de CD&V in Brussel. Dat is werkelijk het noodlot tarten.

Vlaams Belang zal niet nalaten aan de kiezer duidelijk te maken wat Benjamin Dalle op zijn actief heeft. Hij heeft meegeholpen de Brusselse Vlamingen monddood te maken, zoals die Vlamingen wel weten.

De heer Servais Verherstraeten, staatssecretaris voor Staatshervorming – Benjamin Dalle heeft in elk geval schitterend werk geleverd. Hoe meer publiciteit de heer Laeremans voor hem maakt, hoe liever !

Bart Laeremans: In de ogen van de staatssecretaris heeft Dalle uitstekend werk verricht. Alleen heeft hij tussen de plooien door de Brusselse Vlamingen geliquideerd. Maar een kniesoor die daarom maalt!

Ik wil nog een laatste hoofdstuk aansnijden, namelijk de gezamenlijke decreten. De Vlamingen waren daarvoor op geen enkel ogenblik vragende partij, wel integendeel. Het is een eenzijdige Franstalige eis, die met grote welwillendheid is ingewilligd, maar die zeer grote gevaren inhoudt. Wat is de bedoeling van die gezamenlijke decreten? Niet een gezamenlijke wetgeving tot stand brengen tussen Vlamingen en Franstaligen, daarvoor bestaan de samenwerkingsakkoorden. Daar is onze fractie ook niet tegen gekant, niet alleen zolang België nog bestaat, maar ook nog nadien.

Gezamenlijke decreten zijn evenwel iets heel anders. We kennen de ambities van de Franstaligen. Ze steken die zelf niet onder stoelen of banken en willen Brussel en Wallonië zo veel als mogelijk op dezelfde leest schoeien, met een maximum aan identieke wetgeving. De Franstalige partijvoorzitters zijn dat publiekelijk overeengekomen. 

Brussel beschouwen ze als hun bezit, als een stad waar zij alles te zeggen hebben en de Vlamingen hoogstens wat storend in de weg lopen. Het is heel duidelijk waar de Franstaligen met die gezamenlijke decreten naartoe willen: een zo groot mogelijk gelijkheidsteken plaatsen tussen Brussel en Wallonië, zodat de Fédération Wallonie-Bruxelles meer en meer zichtbaar wordt, niet alleen als vervanger van de Franse Gemeenschap, maar ook als de unie van de twee gewesten, een soort rest-België, een soort post-België avant la lettre. Alleen hebben de Vlaamse meerderheidspartijen dat machtsspel niet doorzien en ze werken opnieuw mee, ze collaboreren, zoals dat in het Frans heet,  met de Franstalige strategen. Het is een zoveelste Franstalige meesterzet die we ons achteraf zullen beklagen.

Het had nochtans heel anders kunnen gaan, want de Raad van State was eigenlijk bijzonder scherp. Ik citeer uit bladzijde 4 en 9 van het verslag: “De invoering van de mogelijkheid om een gezamenlijk decreet of gezamenlijk decreet en ordonnantie aan te nemen als een nieuw type van norm is een dermate ingrijpende wijziging van het institutionele kader, waarbinnen de gemeenschappen en de gewesten optreden, dat dit uitdrukkelijk door of minstens krachtens de Grondwet zelf dient te worden voorzien.” Dat gebeurt dus niet. “Indien het de intentie is van de stellers van het voorstel om een dergelijk instrument te creëren, zou een herziening van de Grondwet dus noodzakelijk zijn. Het voorstel van bijzondere wet kan bijgevolg in dat geval geen doorgang vinden.” Ik hoor al opwerpen dat er ook een alternatief is. Er wordt niet echt een nieuwe norm gecreëerd, maar een gezamenlijke tekst, die in de twee parlementen wordt goedgekeurd, niet als één wetgevend document, maar als twee documenten met identieke inhoud. Die mogelijkheid oppert de Raad van State zelf ook. Hij zegt niet letterlijk dat dat de juiste oplossing is – blijkbaar vond hij dat niet kunnen – maar wie het scherpe advies goed leest, weet dat de Raad de andere mogelijkheid afkeurt. Op bladzijde 9 staan namelijk: “Uit deze bepalingen blijkt dat gezamenlijke decreten, zonder in de hiërarchie van de normen noodzakelijkerwijze een hogere plaats in te nemen dan gewone decreten, in elk geval toch een grotere rechtskracht hebben dan deze decreten. Anders dan gezamenlijke decreten kunnen gewone decreten immers niet decreten houdende goedkeuring van samenwerkingsakkoorden opheffen, aanvullen of vervangen. Terwijl gezamenlijke decreten wel gewone decreten kunnen wijzigen, kunnen omgekeerd gewone decreten geen gezamenlijke decreten wijzigen.” Het zijn dus wel degelijk twee verschillende soorten normen en er wordt wel degelijk een nieuwe rechtsnorm gecreëerd.

De heer Bert Anciaux (sp.a). – Ik wil er enkel op wijzen dat de interpretatie van de heer Laeremans niet helemaal juist is. Om een gezamenlijk decreet te kunnen wijzigen, moet er maar één ding extra gebeuren, namelijk het opzeggen. Dat geldt eigenlijk voor alle vergelijkbare normen, zoals verdragen en samenwerkingsakkoorden. Als het gezamenlijk decreet is opgezegd, kan het vanzelfsprekend wel met een decreet worden gewijzigd.

Bart Laeremans: Dat klopt, maar er wordt ook duidelijk gezegd dat het gezamenlijk decreet hoe dan ook een grotere, een andere rechtskracht heeft dan een gewoon decreet. Dat is niet onbelangrijk. Het is een andere soort norm en precies daarvoor waarschuwt de Raad van State. Onze conclusie is dat er wel degelijk een nieuwe rechtsnorm wordt gecreëerd buiten de Grondwet om, tegen de Grondwet in. Net zoals de Franstaligen met de creatie van een nieuwe ‘federatie in de federatie’ volledig buiten de Grondwet handelen.

Eigenlijk is het surrealistisch dat uitgerekend wij, republikeinse Vlaams-nationalisten, respect moeten eisen voor uw Belgische Grondwet, collega’s van de meerderheid, terwijl u ze aan uw laars lapt. Wij zullen dat heel goed onthouden. Ooit komt er een moment dat een meerderheid in Vlaanderen zegt: “Die Belgische Grondwet, dat is maar een vodje papier.” Dat zult u dan aan uzelf te danken hebben.

Aansluitend op de toespraak van Wouter Beke:

Mijnheer Beke, u vergist zich met betrekking tot het legislatuurparlement. Ik heb in de commissie identiek dezelfde vraag gesteld. Ik citeer uit het verslag over de gelijktijdige federale, deelstatelijke en Europese verkiezingen: “De heer Laeremans vraagt of bij een eventuele vervroegde ontbinding van het federale parlement na 2014 de nieuwe legislatuur dan slechts loopt tot de volgende Europese verkiezingen.” Staatssecretaris Verherstraeten heeft geantwoord: “Indien een bijzondere wet na 25 mei 2014 een datum bepaalt waarop de twee voormelde regelingen in werking treden, dan zal na die inwerkingtreding, bij een vervroegde ontbinding van de Kamers en nieuwe verkiezingen, de duur van de legislatuur beperkt zijn tot de daaropvolgende Europese verkiezingen”. Eén van die regelingen is precies de gelijktijdige verkiezingen voor de Kamer van volksvertegenwoordigers en voor het Europees Parlement uit het derde lid van artikel 65 van de Grondwet. Dus, zodra de nieuwe regeling in werking treedt, zal, als een parlementslid de moed heeft om de regering te doen vallen en nieuwe verkiezingen uit te lokken, de volgende legislatuur misschien maar één of twee jaar duren. Dat is een inperking van de democratie. Het is het tegenovergestelde van wat u heeft gezegd.

De heer Wouter Beke (CD&V). – Neen. U heeft gezegd dat we vanaf 2014 telkens legislatuurparlementen zullen hebben. Ik heb u onderbroken om te zeggen dat dit alleen mogelijk zal zijn als daarvoor na de verkiezingen van 25 mei in de nieuwe assemblees een tweederdemeerderheid wordt gevonden

Bart Laeremans: Dat is toch de bedoeling, want die bepaling staat al in de Grondwet, met als overgangsbepaling dat ze bevestigd moet worden door een wet met tweederdemeerderheid.

 De heer Wouter Beke (CD&V). – Dat is niet de bedoeling van CD&V, al bestaat daarover verdeeldheid binnen de meerderheid. Het is dus niet onze bedoeling om na de verkiezingen van 2014 dat institutioneel mechanisme mee in gang te helpen zetten. Dat zal na de verkiezingen moeten blijken. Als dat mechanisme toch in gang wordt gezet, zullen de deelstaatparlementen de autonomie krijgen om die periode zelf te veranderen

De heer Servais Verherstraeten, staatssecretaris voor Staatshervorming – Mijnheer Laeremans, uw tussenkomst heeft mij enigszins verrast. Ik ken u immers als een parlementslid die zijn materie goed instudeert. Indien tijdens de huidige legislatuur het parlement vervroegd zou worden ontbonden, dan zouden volgens het Vlinderakkoord de volgende federale verkiezingen in elk geval toch samenvallen met de Europese verkiezingen. Daarna rees de vraag of er na 2014 een bijzondere wet zou worden aangenomen en of er vervolgens in de respectieve deelstaatparlementen een bijzondere meerderheid tot stand zou komen. U heeft dat zeer onwaarschijnlijk geacht. Als dat onwaarschijnlijk zou zijn en de Kamer na 2014 vervroegd zou worden ontbonden, zou de Kamer na nieuwe verkiezingen opnieuw worden samengesteld voor de volle vijf jaar, bij gebrek aan een bijzondere wet.

Zolang die er niet is, is er geen koppeling van de volgende federale verkiezingen aan de Europese verkiezingen. Als die bijzondere wet er niet komt, dan zal het samenvallen van de verkiezingen afhangen van de vervroegde ontbinding. Als die bijzondere wet er wel komt en de federale verkiezingen aan de Europese verkiezingen worden gekoppeld, dan kunnen de deelstaatparlementen op basis van de hen toegekende autonomie de datum van de verkiezingen en de duur van een legislatuur autonoom bepalen.

Het klopt dus niet dat de institutionele meerderheid het principe van de aparte verkiezingen heeft uitgesloten

heer Wouter Beke (CD&V). – De CD&V‑fractie zal de voorliggende hervorming steunen. De vraag of na de zesde staatshervorming op constitutioneel en institutioneel vlak een rol voor de nieuwe Senaat is weggelegd, zal in eerste instantie door de nieuwe senatoren moeten worden beantwoord.

Volgens ons heeft de nieuwe Senaat wel degelijk een plaats in het institutionele landschap. Het zwaartepunt is naar de deelstaten verlegd, maar de federale overheid – of confederale, zo u wilt – zal zal nog altijd een rol spelen. Zo werken wij aan een sterker Vlaanderen in een bestuurbaar land, waarin de deelstaten op een constructieve en positieve wijze elkaar kunnen ontmoeten en vooruit kunnen kijken

Bart Laeremans: Ik wil even terugkomen op de discussie met staatssecretaris Verherstraeten. Dit vraagstuk is door de koppeling aan allerlei voorwaarden en initiatieven in de volgende legislatuur zeer complex. Wel is duidelijk dat de koppeling aan de Europese verkiezingen in de Grondwet wordt ingeschreven. De bepaling zal alleen niet in werking treden, maar de institutionele meerderheid is er alvast voorstander van. Het is dus de bedoeling om niet alleen de federale verkiezingen, maar ook de deelstaatverkiezingen aan de Europese verkiezingen te koppelen.

De staatssecretaris geeft aan dat er waarschijnlijk geen bijzondere wet komt om de federale verkiezingen daadwerkelijk aan de Europese verkiezingen te koppelen. Dan komt de bijzondere wet om de deelstaten de autonomie te geven om zelf de datum van de verkiezingen te bepalen en de duur van de legislatuur vast te leggen er waarschijnlijk ook niet. Het is dus absoluut niet zeker dat de vraag van Kris Peeters wordt ingewilligd.

Later op de avond, na de toespraak van de staatssecretaris:

Bart Laeremans: De staatssecretaris heeft aangegeven dat het lang nog niet zeker is dat alle verkiezingen zullen samenvallen. In de Grondwet zal sowieso staan dat de federale en de Europese verkiezingen zullen samenvallen, zoals de deelstaten. Die bepaling zal misschien niet meteen in werking treden, maar ze staat wel in de Grondwet.

Om die bepaling in werking te doen treden is een bijzondere wet vereist. Als gevolg van die goed te keuren bijzondere wet zullen ook de deelstaten, indien ze dat willen, op een andere datum regionale verkiezingen kunnen houden. Het is echter niet zeker dat ze dat ooit effectief zullen kunnen doen. Zo is het mogelijk dat de bijzondere wet wordt goedgekeurd, maar dat op deelstaatniveau niet de tweederde meerderheid wordt gevonden die vereist is voor een bijzonder decreet.

Daarenboven moet Vlaanderen ook nog een akkoord met Brussel bereiken over de zes Brusselse Vlamingen die in het Vlaams Parlement zetelen. Het is bijgevolg zeer goed mogelijk dat de federale en Europese verkiezingen samenvallen, maar dat Vlaanderen verplicht zal zijn om op dezelfde datum deelstaatverkiezingen te houden omdat de Brusselaars een akkoord weigeren.

Het is perfect denkbaar dat binnen afzienbare tijd de vaste regel is dat alle verkiezingen om de vijf jaar samenvallen. Met zo’n legislatuurparlementen wordt het voor de parlementsleden de facto onmogelijk volwaardige nieuwe verkiezingen uit te lokken. Dat is een grote achteruitgang voor de democratie. 

Tijdens de toespraak van Bert Anciaux … De oppositie had het, vooral bij monde van de heer Laeremans, ook over de aanwijzing van de gecoöpteerde senatoren. Mijn excuses, maar het essentiële is juist dat er helemaal geen wijziging komt van het aantal senatoren dat de Nederlandse en Franse taalgroepen kunnen coöpteren. Dat Halle-Vilvoorde meetelt voor de aanwijzing van de vier gecoöpteerde senatoren aan Franstalige kant, zal mij worst wezen.

Bart Laeremans: Ik heb het al even aangehaald daarstraks, toen de heer Anciaux even buiten was. Het gaat niet om het kleine percentage dat minder of meer zal wegen op de verdeling van de gecoöpteerden. Wel gaat het erom dat alle Franstalige partijen met dit systeem bijna worden genoodzaakt om met aparte lijsten op te komen in Halle-Vilvoorde. Dat zitten we terug in het oude verhaal van Brussel-Halle-Vilvoorde dat ons land altijd heeft gekend. Dat verhaal komt erop neer dat de Franstaligen steeds veel meer stemmen behalen als ze apart opkomen met hun grote namen van PS, MR, CdH en Ecolo dan wanneer ze met een eenheidslijst opkomen.

De heer Bert Anciaux (sp.a). – De heer Moureaux heeft dat inderdaad gezegd. Als de Franstalige partijen nu allemaal apart gaan deelnemen aan de verkiezingen voor de Kamer omdat die stemmen meetellen voor de gecoöpteerde senatoren, dan is het gevolg wel dat ze in Halle-Vilvoorde nooit een kamerzetel zullen halen. Een spook, de gecoöpteerde senatoren, waarvan ze het aantal niet kunnen beïnvloeden, doet de Franstalige partijen met z’n allen wel de beslissing nemen om de kamerzetel die ze in Halle-Vilvoorde met een eenheidslijst zouden kunnen halen, op te geven! Wat dan een geniale strategie is van de Nederlandstaligen om door deze maatregel de Franstaligen te verdelen en te veroordelen tot het opgeven van een extra kamerzetel.

Bovendien klaagt de heer Laeremans altijd aan dat de zes faciliteitengemeenten nu deel kunnen uitmaken van twee kieskringen. Doordat de zes faciliteitengemeenten, als Vlaamse gemeenten, ook deel uitmaken van de Brusselse kieskring, zal het aantal Franstaligen in Halle-Vilvoorde sowieso al heel klein zijn.

Bart Laeremans: U hebt overschot van gelijk, mijnheer Anciaux. Precies omdat de Franstaligen uit de zes faciliteitengemeenten al voor Brusselse lijsten zullen kiezen, hebben de Franstaligen buiten die faciliteitengemeenten, ook als ze opkomen met een eenheidslijst, onvoldoende stemmen voor een zetel. Door hen echter te dwingen apart op te komen, halen ze veel meer stemmen en wordt de electorale integratie verstoord. De kiezer zal opnieuw dezelfde vier Franstalige lijsten in zijn brievenbus vinden en de indruk hebben dat er niets veranderd is. Wij wilden de splitsing precies om een einde te maken aan al die Franstalige lijsten. Die Franstalige partijen zullen dus allemaal blijven opkomen en campagne blijven voeren.

FVE

 

Één reactie op “Bart Laeremans: hoe we belazerd worden

  1. Inderdaad niet te begrijpen zijn wij in feite masochisten en zullen wij blijven stemmen voor die verraders van traditionele partijen als de OVLD,CD&V,SPA en ook voor de NVA die helaas meer en meer een traditionele Belgische partij aan het worden is

Reacties zijn gesloten.